Tag: de zondeval

20230228 Over de val van de mens

van MVerhoeven. Zie daar ook links.

(Ed.: soms deel ik iets van hem hoewel ik het lang niet altijd met hem eens ben. Maar dat mag. Er is één waarheid en daarover zijn we het eens.)

Zoals men Hem (meestal) niet wil kennen

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (HSV). Update 26-2-2023. (M.V.)

DE VAL VAN DE MENS

De mens werd geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:26). Hij was perfect gemaakt en had een vrije

wil, maar pleegde opstand. Het kwam erop neer dat hij zijn eigen gang wilde gaan, en God niet langer als heerser koos.

Dit komt neer op het volgende:

Mens: Wij willen vrij zijn, en wij willen niet dat God ons zegt hoe wij moeten leven.

God: Goed, doe maar uw eigen ding.

Maar na ontelbare moorden, genocides en andere verschrikkingen, horen we dit:

Mens: Ik kan niet geloven in een God die al dit kwaad toelaat, zonder in te grijpen of te voorkomen.

God: Waarom niet? U wilde leven zonder Mijn wetten, en u hebt nu gekregen naar wat u zelf gewild hebt. Ik ZAL het kwaad wel doen stoppen, maar op Mijn tijd. En intussen: zit maar in die

vuile poel van uw eigen maaksel, en stop met te klagen dat het er stinkt. Tenslotte, u hebt nu precies geoogst wat u hebt gezaaid.1

GODS HERSTELPLAN

Direct na de zondeval, in Genesis 3:15, liet God weten dat Hij de gevolgen van de zondeval ooit zou herstellen: door “het zaad van de vrouw”, en dat is Christus, die zou voortkomen uit Israël, de

“vrouw”.

Op de gezette tijd kwam de Heer Jezus Christus naar de aarde. Hij kwam in een dode wereld, met sterfelijke maar vooral geestelijk dode mensen: los van God en het eeuwige leven.

Tussen deze “doden” zocht Hij er uit om Hem te geloven, te volgen en hen eeuwig leven te geven

(Johannes 3:16). Werkelijk iedereen kwam in aanmerking, zowel de laagsten als de hoogsten, zonder onderscheid. De Heer begaf zich onder hoeren, tollenaars en ook de aanzienlijken, opdat zowel slechten als goeden zouden geloven en voor eeuwig zouden leven. Hij verleende geen “respect” aan hun zondige wandel, maar Hij probeerde de mensen radicaal om te keren – bekeren dus. Hij had er zelfs zijn leven, ja de marteldood voor over.

GOD KWAM ZELF NAAR DE MENSEN OM HEN TE REDDEN

Hij zocht dus mensen die Hem wilden aannemen, om ze eeuwig leven te geven. Hij predikte hen zo:

Johannes 5:24-25: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij

gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood

overgegaan in het leven. 25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de

stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie hem horen, zullen leven.

Maar Hij kon niets aanrichten met “aardklitters”, zij die gehecht bleven aan de waarden, de dingen, en de gebruiken van deze wereld. Wereldgelijkvormige mensen. Die bleven daarom “dood”, ook al hadden ze misschien een vrij keurige wandel.

Op een keer gaf de Heer krachtig te verstaan waar het om gaat:

Mattheüs 8:21-22: Een ander uit Zijn discipelen zei tegen Hem: Heere, sta mij toe dat ik eerst

wegga en mijn vader begraaf. 22 Maar Jezus zei tegen hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven. Zie ook Lukas 9:59-60.

Het komt erop aan de Levende te volgen, en niet de geestelijk dode mensenmassa met hun dode werken. Een radicale ommekeer. Zo ziet God het. U ook? Of wilt ook u Hem opnieuw kruisigen omdat Hij zulke harde dingen zei over de mensen?

Toen iemand de Heer eens wees op de verlangens van Zijn bloedverwanten, zei Hij onverbloemd waar het in het Christendom om gaat: radicaal de wil doen van God en Hem te dienen, en enkel omgaan met hen die dat ook willen doen:

Mattheüs 12:46-50: En terwijl Hij nog tot de menigte sprak, zie, Zijn moeder en broers2 stonden

buiten en zochten Hem om met Hem te spreken. 47 Iemand zei tegen Hem: Zie, Uw moeder en Uw

broers staan buiten en zoeken U om met U te spreken. 48 Maar Hij antwoordde hem die dat tegen

Hem zei: Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broers? 49 En Hij strekte Zijn hand uit over Zijn

discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders. 50 Want wie de wil van Mijn Vader

doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder. Zie ook Lukas 8:19-21.

Nogmaals: zo ziet God het. Zegt u dat Hij geen respect voor Zijn familie toonde? Wilt ook u Hem

verwerpen omdat Hij zulke radicale dingen zei?

GERED OM GEEN DEEL MEER TE ZIJN VAN DE WERELD

Het is overduidelijk beschreven in het Nieuwe Testament: christenen dienen part nog deel te hebben

aan het denken en doen van deze wereld. Christenen zijn geestelijk uit de wereld gegaan. Daarom

worden zij ook vervolgd, terwijl wereldlijke naamchristenen in de wereld gerespecteerd worden.

Jakobus 1:27: De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.

Jakobus 4:4: Overspelige mannen en vrouwen, weet u dan niet dat de vriendschap met de wereld

vijandschap tegen God is? Wie dan nu een vriend van de wereld wil zijn, wordt als vijand van

God aangemerkt.

1 Johannes 2:15: Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld

liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

Johannes 15:18-19: Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft. 19 Als u van

de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben; maar omdat u niet van de wereld bent,

maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u.

CHRISTENEN ZIJN BIJWONERS EN VREEMDELINGEN

Christus zei tot Pilatus: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld” (Johannes 18:36). Evenzo geldt dit voor Christenen (Efeziërs 2).

Hebreeën 11:13: Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften

niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.

1 Petrus 2:11: Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.

DEZE WERELD IS BEZET GEBIED

Christenen wensen niet “van deze tijd” te zijn. Wat “tegenwoordig” als norm, trend of mode geldt, is waardeloos. Waarom? Omdat de tijdsgeest, de koers of gedragslijn van deze wereld uit de duivel en zijn gevallen engelen voortkomt. De wereld is bezet door een bezetter:

Efeziërs 2:1-2: Ook u [heeft Hij met Hem levend gemaakt], u die dood was door de overtredingen

en de zonden, 2 waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze we-

reld3, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu

werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid.

Tegen deze geest(en) ingaan bezorgt de christen veel strijd en moeite:

Efeziërs 6:12: Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

Hebt u ook deze strijd te voeren? Of bent u meegaand met het gros van de mensen?

1 Johannes 5:19: Wij weten dat wij uit God zijn en dat de gehele wereld in het [of: de] boze ligt.

Niet de halve wereld maar de héle onchristelijke wereld dient de Satan.

2 Korinthiërs 4:3-4: Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die

verloren gaan. 4 Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw4 hun gedachten heeft

verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld

van God is, hen niet zou bestralen

Wie is “de god van deze eeuw” (SV/HSV) of “de god van deze wereld” (KJV) die de gedachten van

ongelovigen verblindt? Juist ja, de Satan. Van bij zijn ontstaan heeft de mens Satan verkozen in de

plaats van God. Satan blijft daarom zijn baas, tot zolang er geen ernstige bekering is, en dus blijft de

verblinding.

CHRISTUS WEGREDENEREN OF AANPASSEN?

Omdat velen niet van een bijbelse, radicale Christus houden, trachten ze Hem weg te redeneren door te zeggen: “iedereen kan zalig worden in zijn eigen geloof”.

De Heer Jezus zegt echter het tegenovergestelde:

Johannes 14:6: Jezus zei tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt

tot de Vader, dan door Mij.

Of zij kneden Hem graag naar hun hand. Zij trachten Gods liefde om te buigen of door te trekken tot tolerantie. Die tolerantie is er echter niet, kijk maar:

Mattheüs 7:21-23: Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk

der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die

dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam

demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? 23 Dan zal Ik hun openlijk zeggen:

Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!

Degenen die graag hun éigen wetten maken, willen Christus niet als Meester, en zij zullen dan ook

van Hem verwijderd worden. Zij zijn wetteloos voor God.

Velen wensen Christus wel graag in hun boot, als passagier, maar niet als bevelvoerend Kapitein. Zij moeten krachtig gewaarschuwd worden voor de storm die beslist zal komen:

Mattheüs 24:37-39: Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. 38 Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen

en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39 en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

1 Galaten 6:7: “God laat niet met Zich spotten, want wat de mens zaait, zal hij ook oogsten”.2

2 Dit zijn Zijn natuurlijke (half)broers, de zonen van Maria en Jozef.

3 KJV: “according to the course of this world” – volgens de loop, koers, gedragslijn van deze wereld.

4 KJV: “the god of this world” – de god van deze wereld.

zie ook

20230111 Over narcisme

Samengesteld door Marc Verhoeven 7-1-2023, zie daar links

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (HSV)

Narcisme. Wat is het?

Narcisme wordt gedefinieerd als overmatige focus op of bewondering voor zichzelf, de eigen persoon, het eigen imago. Een narcistische persoonlijkheid is een mentale houding

waarbij een persoon een opgeblazen gevoel heeft van zijn eigen belangrijkheid, zonder realistisch zelfbeeld, met een diepe behoefte aan overmatige aandacht en bewondering, invloed en macht, en met een gebrek aan gemeende empathie voor anderen. Hij kan niet overweg met terechte kritiek. Het is geen psychische ziekte maar een zondenatuur. Narcisten onderwerpen zich niet aan enig gezag buiten henzelf.

De oorsprong

Satan was de eerste narcist. Hij werd door God geschapen als een cherub (Ezechiël 28:14-

16). Hij was volmaakt in zijn wandel en vanwege zijn schoonheid werd zijn hart hoogmoedig (Ezechiël 28:15, 17). En hij verhief zichzelf en besloot te proberen God te ontzetten.

De Bijbel beschrijft zijn staat: ” Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u

richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister” (Ezechiël 28:17). “En ú zei in uw hart: Ik

zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren … ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste” (Jesaja 14:13, 14). Zie bij deze link een pdf

Trots en Hoogmoed leidden tot Satans val (Spreuken 16:18). Na de schepping van de mens

was Satan in staat om de mensheid te misleiden. En zo kwam de zonde onze aarde binnen

en verdoemde haar tot de eeuwige dood (Romeinen 5:12).

Door de zondeval worden mensen in zonde geboren en vandaar het voorkomen van egocentrisme en narcisme. Een van de tekenen van het einde is dat mensen liefhebbers van

zichzelf zullen zijn (2 Timotheüs 3:2-8). Het liefhebben van jezelf is de antithese van de

ware christelijke geest van onzelfzuchtigheid (1 Korinthiërs 13:5) en zachtmoedigheid (Mattheüs 5:5). Maar Filippenzen 2:4 leert ons: “Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat

van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is”.2

Bij wie zien we narcisme?

Narcisme is een zwaar zondig gedrag. Dictators zijn narcisten, grote leiders zijn vaak narcisten, de duivel zelf is een uitgesproken narcist, zoals we zagen. Ook christenen kunnen narcisme vertonen, vooral leiders. Men zou kunnen zeggen dat er geen kerk in de wereld is die

geen narcist ergens tussen haar muren heeft. Het kan een voorganger, ouderling of diaken

zijn, maar het kan zelfs gewoon een lid zijn.

Bekering nodig

Fervente narcistische christenen kunnen mogelijk niet wedergeboren zijn. Wedergeborenen onderscheiden zonde, en eerst en vooral zonde bij henzelf! De Heilige Geest overtuigt

immers van zonde (Johannes 16:8). Een narcist hoort zich te bekeren van zijn zonde, maar

als hij dat niet doet dan kunnen we vrezen dat we niet met een christen te maken hebben.

Als zij zich niet bekeren staan zij nog steeds in een positie van rebellie.

Als narcisten weigeren verantwoordelijkheid te nemen voor enig wangedrag, en in plaats

daarvan alles afschuiven op wie ze ook maar de schuld kunnen geven, staat dit hen niet toe

om als bekeerd aangemerkt te worden. Zij zijn dan nog steeds opstandelingen. Ze hebben

dingen niet rechtgezet met de persoon of personen die ze onrecht hebben aangedaan of de

personen die ze de schuld hebben gegeven.

Eenheid met God

Vaak gebruikt de spirituele narcist God eigenlijk als een manier om te krijgen wat hij wil. Er zijn

verschillende manieren waarop ze dit doen. Ze overtuigen zichzelf er vooral van dat ze op dezelfde golflengte zitten als God. Dus als ze je willen overtuigen van iets, dan zullen ze het laten

klinken alsof zij en God allebei hetzelfde denken. Ze geven je een boodschap rechtstreeks van

God. Wanneer ze hun zaak op deze manier communiceren, staat dit niemand toe om er een argument of verdediging tegen te hebben. Ze zijn er zo van overtuigd hoezeer God het met hen

eens is dat als je op welke manier dan ook tegenwerkt, je tegen God Zelf ingaat.

Narcisten zullen God en de Bijbel als wapen gebruiken, want welke ware christen kan ertegen

argumenteren? Ze zullen Bijbelverzen gebruiken voor controle in plaats van verrijking. Ze zullen

de Schrift verdraaien om aan te sluiten bij hun omstandigheden en wat ze je proberen te overtuigen om te doen. En ze zullen geschokt zijn als je niet zomaar zonder vragen zou gehoorzamen.

Zij hebben alle geschikte woorden en verzen geleerd te gebruiken om het te laten lijken alsof zij

het werk van God doen. Over het algemeen zal de hele kerk hem zien als een verbazingwekkende christen en een groot leider in de kerk.

Uitkijken voor wangedrag

Niemand weet wat er in het hart van andere mensen is, dus we kunnen de eeuwige status

van anderen niet zeker weten. Maar Romeinen 16:17-18 zegt: “En ik roep u ertoe op, broeders, hen in het oog te houden die onenigheden teweegbrengen en struikelblokken opwerpen tegen het onderricht dat u hebt ontvangen, en keer u van hen af. Want zulke mensen

dienen niet onze Heere Jezus Christus, maar hun eigen buik, en door fraaie woorden en

mooie praat bedriegen zij de harten van de argeloze mensen”.

Zeker goed uitkijken wanneer een narcist een wolf in schaapskleren blijkt te zijn (Mattheüs

7:15-23), of iemand die een andere leer brengt, en die verwaand is. 1 Timotheüs 6:3-5 leert

ons dat we ons moeten afwenden van zulke mensen: “Als iemand een andere leer brengt en

zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die

in overeenstemming is met de godsvrucht, 4 dan is hij verwaand, weet niets, maar heeft een3

ziekelijke neiging tot twistvragen en woordenstrijd. Daaruit komen voort: afgunst, ruzie,

lasteringen en kwaadaardige verdachtmakingen, 5 voortdurend geruzie van mensen die een

verdorven gezindheid hebben en beroofd zijn van de waarheid, omdat zij denken dat de

godsvrucht een bron van winst is. Wend u af van dit soort mensen.

20221122 Over Jezus in het Oude Testament

via wimjongman, zie daar afbeeldingen en links

HET MYSTERIE VAN JEZUS VAN GENESIS TOT OPENBARING – DEEL 7: Jezus in de boeken van Jozua en Rechters, 16 november 2022 – door SkyWatch Editor

InleidingDeel 1Deel 2 Deel 3Deel 4Deel 5Deel 6

Opmerking van de auteur: Deze baanbrekende serie wordt aangeboden ter viering van een voorheen topgeheim project en nu ongekende nieuwe 3-delige boekenserie (meer dan 10 jaar in de maak) van bestseller geleerde Dr. Thomas Horn en bijbelse geschiedenis en theologie-deskundigen Donna Howell en Allie Anderson: HET MYSTERIE VAN JEZUS VAN GENESIS TOT OPENBARING – GISTEREN, VANDAAG EN MORGEN

Het boek Jozua is natuurlijk genoemd naar de hoofdpersoon, de aangewezen leider (zowel geestelijk als militair) over heel Israël in oorlogstijd, die op zoek is naar de vestiging van Gods uitverkoren volk in het Beloofde Land, Kanaän. Jozua zelf is een oudtestamentisch type van Christus.

We kunnen enkele passages uit de Schrift bekijken om deze typografie vanaf het begin in beweging te zien. Maar kijk eerst eens naar wat er een paar boeken terug, in Numeri 27:16-23, over deze sterke leider wordt gezegd: Laat de Here, de God van de geesten van alle vlees, een man stellen over de gemeente [hier wordt een leider over geheel Israël bedoeld], die voor hen uitgaat, en die voor hen ingaat, en die voor hen uitgaat, en die hen binnenbrengt; opdat de gemeente des Heren niet zijn als schapen, die geen herder hebben.

En de Heer zei tot Mozes: Neem u Jozua, den zoon van Nun, een man, in wien de geest is, en leg uw hand op hem; en stel hem voor Eleazar, de priester, en voor de ganse gemeente, en geef hem een last voor hun ogen. En gij zult iets van uw eer op hem leggen, opdat de gehele gemeente der kinderen Israëls gehoorzaam zal zijn.”

En Mozes deed, gelijk de Here hem geboden had; en hij nam Jozua, en stelde hem voor Eleazar, den priester, en voor de ganse gemeente: En hij legde zijn handen op hem, en gaf hem een opdracht, zoals de Here bevolen had door de hand van Mozes.

Het boek Jozua begint ook met deze opdracht: “Na de dood van Mozes… sprak de Heer tot Jozua… en zei: ‘Mozes, mijn dienaar, is dood; sta daarom op, ga over de Jordaan, gij en heel dit volk, naar het land dat ik hun geef, aan de kinderen van Israël. Elke plaats die uw voetzool zal betreden, die heb Ik u gegeven, zoals Ik tot Mozes gezegd heb” (Jozua 1:1-3). Laten we eens kijken naar enkele vergelijkingen tussen Jozua en Christus:

Jozua was de belangrijkste dienaar van God over heel zijn volk, wiens onbaatzuchtige acties op het slagveld resulteerden in zijn rol als de verlosser over hun aardse lichamen. Jezus was/is de absolute, ultieme Opperdienaar van God de Vader over Zijn volk, wiens onbaatzuchtige daden tijdens Zijn leven en aan het kruis (een geestelijk slagveld, als er ooit een was!) resulteerden in Zijn rol als de Redder van de zielen.

Jozua volbracht alles wat hij deed omdat hij “een man was in wie de geest is” (Numeri 27:18). Jezus bereikte alles wat Hij deed omdat Hij opereerde in de Geest, zoals geprofeteerd in het Oude Testament (Jesaja 42:1) en vervuld in het Nieuwe (Handelingen 10:38).

Jozua werd “grootgemaakt” (Jozua 3:7) ten overstaan van heel Israël bij de rivier de Jordaan, waar de waterstroom ophield voor de Hebreeën om over te steken naar Jericho. Jezus werd publiekelijk grootgemaakt als de Zoon van God toen Hij uit de doop van Johannes de voorloper in deze zelfde rivier tevoorschijn kwam (Matteüs 3:16-17).

Jozua leidde Gods volk om het Beloofde Land te beërven, en de meest opmerkelijke slag werd gewonnen met een vreedzame demonstratie, gevolgd door een schreeuw en een trompetgeschal (Jozua 6). Jezus leidt Gods volk om het Beloofde Land te beërven na de afsluiting van dit leven (de hemel en uiteindelijk het Nieuwe Jeruzalem in Openbaring); met name heeft Hij dit eerst bereikt door een vreedzame demonstratie tijdens het proces en aan het kruis, gevolgd door: een schreeuw, het geluid van het doormidden scheuren van het tempeldoek, het gerommel van aardbevingen, en het opwekken van de doden uit de graven (Mattheüs 27:50-53).

Oh, en dan is er nog dit interessante “toeval”. De naam “Joshua” is hetzelfde als “Jezus”, maar anders gespeld, zoals “Hailey” en “Hailie” of “Caiden” en “Kayden.” Zowel “Joshua” als “Jezus” betekent “de Heer redt”. Daarom is het niet moeilijk te zien waar Jezus hier wordt voorgesteld. Het is alsof je vraagt: “Komt Jezus voor in dit boek van Jezus?” Ja. Hij komt overal voor!

Het bewijsmateriaal wijst ook op de conclusie dat Jezus de letterlijke, lijfelijke “Kapitein van de troepen van de Heer” was, die verschijnt als een mysterieuze figuur met een zwaard om persoonlijk met Jozua te spreken in het begin van zijn carrière. Let op: En het gebeurde, toen Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief en keek, en zie, daar stond een man tegenover hem met zijn zwaard in zijn hand getrokken; en Jozua ging naar hem toe en zei tegen hem: “Zijt gij voor ons, of voor onze tegenstanders?” En [de mysterieuze figuur] zei: “Neen, maar als aanvoerder van het leger des Heren ben ik nu gekomen.” En Jozua viel op zijn aangezicht ter aarde en aanbad en zei tot hem: “Wat zal mijn Heer zeggen tegen zijn dienaar?” En de aanvoerder des Heren zei tot Jozua: “Trek uw schoen van uw voet, want de plaats waar gij staat is heilig.” En Jozua deed dat. (Jozua 5:13-15)

Heb je begrepen dat deze figuur die verscheen God was in de gedaante van een menselijke man? Zoals Hij verklaarde, was Hij slechts de “Kapitein van de troepen des Heren”, wat zou kunnen verwijzen naar een bode engel of aartsengel van God in de hoogste vorm van hemels leiderschap…totdat de man Jozua toestond neer te vallen en Hem te aanbidden. Engelen – echte engelen van de enige echte God – zullen nooit aanbidding accepteren, omdat zij weten dat God de aanbidding van zowel engelen als mensen verbiedt (Exodus 20; Deuteronomium 5-8; Openbaring 19:10; 22:8-9; Mattheüs 4:9-10; Lucas 4:7-8; Romeinen 1:25; Kolossenzen 2:18). Als dit geen verschijning van God was, zou de aanbidding zijn gestopt. Bovendien werd de aanwezigheid van God bij de brandende struikervaring van Jozua’s voorganger, Mozes, ook aangeduid als “heilige grond” waarvoor het schoeisel moest worden uitgetrokken (Exodus 3:5), en elders geven de engelen geen dergelijk bevel. Het is duidelijk dat we hier in ieder geval te maken hebben met een theofanie.

Het is niet ongebruikelijk dat God de Vader verschijnt en rechtstreeks tot iedereen spreekt, wanneer en in welke vorm Hij maar wil, want Hij is God. Toch concluderen geleerden, die lang en hard hebben gewerkt om te scheiden welke theofanieën van de Vader zijn en welke van de Zoon, dat het bewijs hier, gebaseerd op de toegift van Johannes 1:1-18 (waar wordt uitgelegd dat Jezus het “Woord” is [waarover later meer]), in het voordeel is van een Christofanie (verschijning van Christus). De Bible Knowledge Commentary, samengesteld door meerdere gerespecteerde theologen die een scherpe peer review ondergaan voordat ze als medewerkers worden beschouwd, stelt: “Net als bij … de twee Emmaüsgangers was er een flits van openbaring en Jozua wist dat hij in de aanwezigheid van God was. Het lijkt duidelijk dat Jozua inderdaad sprak met de Engel des Heren, een andere verschijning in oudtestamentische tijden van de Heer Jezus Christus zelf.”[i] Andere commentatoren, zoals Matthew Henry, auteur van Matthew Henry’s Concise Commentary on the Bible, vinden de conclusie van een Christofanie zo duidelijk in dit Jozua-verhaal, dat zij het als een feit stellen zonder dat er veel uitwerking nodig is: “Er verscheen hem iemand als een op te merken man. Deze Man was de Zoon van God, het eeuwige Woord.”[ii]

Misschien was dit ook de overtuiging van de schrijver van Hebreeën, zoals het interne bewijs van de Jezus/Joshua parallel suggereert: Jozua was de aanvoerder van de legers van Israël, maar Jezus is in Hebreeën 2:10 letterlijk de “aanvoerder van het heil”.

Probeer naast deze overpeinzingen ook het belang van de introductie van de man te onthouden. Jozua wilde onmiddellijk weten of de krijger aan zijn kant stond of aan de kant van de vijand. Het antwoord was geen van beide. Hij verklaarde dat hij alleen voor de Heer was – zoals Jozua en de rest van het volk van God zouden moeten zijn. De implicatie is duidelijk dat Jozua de Heer en Zijn wil in een veel belangrijkere positie moet plaatsen dan zelfs zijn eigen menselijke broeders en zusters die zich klaarmaken voor de erfenis van het Beloofde Land. Alleen dan zou hij volledig ontvankelijk zijn voor de soms vreemde manieren waarop God de strijd zou voeren, zoals met een schreeuw of bazuin als centrale wapens, wat overigens de beste en enige manier zou worden waarop Jozua’s broeders en zusters gered zouden worden. Wij allen zouden het voorbeeld van deze strijder moeten volgen.

Zie, de Christus van Jozua! De aanvoerder van de troepen van de Heer!

Voordat we verder gaan, merk op dat Jezus, onze Verlosser, afstamt van de bloedlijn van de “scharlaken draad” verlosser-vrouw, Rachab, in Jozua 2. Velen herinneren zich haar als de hoer van Jericho. Hoewel dat misschien waar is, is haar verhaal een stralend voorbeeld van verlossing dat illustreert hoe God elke gewillige gelovige gebruikt om Zijn wonderen en wil uit te voeren. Het manoeuvreren van Rachab (het markeren van haar huis met een scharlaken draad) redde de Israëlitische mannen van een zekere gevangenneming en dood, zodat zij zich konden terugtrekken naar hun Hebreeuwse kampen en hun stammen konden informeren over de vijandelijke status. In ruil beloofden zij (en hielden hun belofte) dat Rachab niets zou overkomen. Dit verzekerde niet alleen de overwinning van de Israëlieten bij de verovering van het land Jericho, maar leidde er ook toe dat Rachab toetrad tot de stammen van Israël, uit wier nageslacht de verlosser Messias zou worden geboren.

En dat brengt ons bij het Beloofde Land. Eindelijk, na generaties van pijn, kwam het volk Israël aan in het land dat God voor hen bereid had. Deze gebeurtenis is van groot belang in de geschiedenis van Israël, omdat zij de relatie tussen wat God zegt en wat Hij doet verstevigt, zoals blijkt uit de langverwachte reis naar en vestiging in het gebied waarmee Hij had beloofd hen te zegenen en te beschermen.

Jezus bereidt ook voor ons een Beloofd Land voor (Johannes 14:1-3) – en ook Hij doet wat Hij zegt dat Hij zal doen.

VERBRIJZELT HET PARADIGMA! AANSCHOUW DE VERBORGEN MYSTERIES DIE DE “OPENBARENDE GEEST” VAN HET OUDE TESTAMENT VERBINDEN MET DE BOEKROL IN DE OPENBARING DIE “MET ZEVEN ZEGELS IS VERZEGELD”.

Rechters

Helaas ging het land dat de Israëlieten uiteindelijk bemachtigden uiteindelijk verloren door hun goddeloosheid. De generaties na Jozua’s dood eerden God niet door hun zonen en dochters op te voeden op de weg van Jahweh, zoals zij hadden gezworen, en spoedig vervielen zij tot het aanbidden van heidense goden. Hun herhaalde, afgodische rebellie tegen God resulteerde in de invasie van vijandelijke troepen, en toen de vijand won, kwam een overwonnen Israël onder de heerschappij van heidense naties.

Hierna, voor wat wel een eeuwigheid lijkt, nestelt de verhaallijn zich in een zeer woedend makend patroon (vergelijkbaar met, maar niet identiek aan, het patroon dat in de boeken der Wet wordt besproken): Het volk roept tot God om bevrijding; Hij stuurt een rechter om hen te bevrijden; de rechter gaat uiteindelijk overlijden en Israël vergeet God weer; Israël krijgt dan problemen met zijn vijanden en roept tot God… die een rechter stuurt… die Israël bevrijdt… dat zich weer tot afgoden wendt en tot God roept… Serieus, het hele schema van het boek zou kunnen zijn: roepen, bevrijding, rebellie, roepen, bevrijding, rebellie, en zo verder (Rechters 2:18-19). Voor de moderne, gelovige lezer is dit boek een geschiedenis van hoe de menselijke natuur voor altijd blijft vervallen in de ergste gedragspatronen als gevolg van de zondeval. Het maakt de vrouw die blijft uitgaan met mishandelende mannen, het kind dat niet ophoudt met liegen, en de zakenman die over zijn belastingen blijft bedriegen – en dat alles ondanks de echo’s van de beloften dat het de laatste keer is – beter te begrijpen. Maar dit patroon van menselijke zwakheid, zoals uitgedrukt in Rechters, is een extreem voorbeeld dat maar blijft doorgaan.

Merk op dat verwijzingen naar de rechters in de Bijbel niets wil zeggen over de rechters van onze tijd en cultuur. Deze term verwijst zelfs niet naar de rechters van voor de negentiende eeuw die witte paardenharen pruiken en zwarte gewaden droegen en in de rechtszaal houten wapenstokken hanteerden. Stel je in plaats daarvan een bijbelse rechter voor als een heldhaftige soldaat, militair bevelhebber, politiek leider, geestelijk leider, redder en verlosser, en de hoogste rechterlijke ambtenaar – allemaal verpakt in één persoon die Gods volk voorzit. Rechters uit die oude tijd droegen ongetwijfeld zware verantwoordelijkheden, en zij waren niet in functie op grond van geboorterecht of door verkiezing, maar door selectie. Hij of zij was gekozen door God zelf, aangesteld om zijn volk te leiden. (En ja, zelfs in deze tijd waarin het patriarchaat het leidende systeem was, was er een vrouwelijke rechter over Israël. Debora was niet alleen een machtige en gerespecteerde rechter, maar ook een aangestelde profeet van God! Haar moedige, onverschrokken mars naar het slagveld in de stijl van Jeanne d’Arc zorgde voor Israëls onmiddellijke overwinning, gevolgd door veertig jaar vrede).

Hier is wat Rechters 2:16-19 zegt over de aard van God die Zijn volk voorzit: Maar de Heer verhief rechters, die hen verlosten uit de hand van hen die hen bedierven. En toch wilden zij niet luisteren naar hun rechters, maar zij gingen hoereren naar andere goden, en bogen zich voor hen… En toen de Heer hen rechters opwierp, was de Heer met de rechter, en verloste hen uit de hand van hun vijanden al de dagen van de rechter… vanwege hun gekerm vanwege hen die hen verdrukten en kwelden. En het geschiedde, toen de rechter dood was, dat zij terugkeerden en zichzelf meer verdierven dan hun vaderen [kinderen van toekomstige generaties waren nog goddelozer dan hun vaderen!], door andere goden te volgen om hen te dienen en zich voor hen neer te buigen; zij hielden niet op met hun eigen daden, noch met hun koppige weg.

Dit is slechts een klein gedeelte van Rechters, hoewel elders dit patroon herhaaldelijk wordt geïllustreerd: God wil Zijn volk zegenen, beschermen en uiteindelijk redden, en dat blijft Zijn aard, karakter en wil met betrekking tot hen, ondanks hun pijnlijke, terugkerende afwijzing. Welke hardnekkige ideeën zij ook in hun koppige hoofden bleven houden over hoe het buigen voor een valse afgod zou resulteren in het overtreffen van Jahweh (dat moeten ze wel gedacht hebben, anders zouden ze in de eerste plaats geen heidense entiteit hebben aanbeden met het risico Gods toorn op te roepen), ze bleven falen terwijl Hij zich op een grote manier bleef laten zien. Het ligt in Zijn aard – los van de menselijke natuur – om zich te verzoenen met de mensheid waarvan Hij vervreemd is geraakt als gevolg van zowel de zondeval als het voortdurend hoereren naar andere goden.

Sommige mensen (meestal niet-gelovigen, als we eerlijk zijn) zien het boek Rechters graag als een verslag van onze Heer die Israël op grillige wijze “in de handen van haar vijanden uitlevert” (zie bijvoorbeeld Rechters 2:14), en de aanstoot van het herhaalde gedrag ligt dan in Gods falen, niet in dat van de mens. Maar vaak komen dit soort verkeerd begrepen en geïnformeerde uitspraken van mensen (al dan niet met respect) die zich niet hebben verdiept in de aard van de zonde, hoe die in contrast staat met heiligheid, en de relatie of (en hoe) die twee elementen al dan niet naast elkaar kunnen bestaan. Het is een theologische berg met minstens een miljard pieken (en we hebben het al enigszins behandeld in onze Genesis-overdenking), maar even ter herinnering: Mensen worden geboren in een gevallen soort, en hoewel wij de gelijkenis van God delen vanaf de schepping (Genesis 1-2) – waar wij die onverklaarbare maar universele, constante en innerlijke aantrekkingskracht erven om goed te zijn en goed te doen – hebben wij ook een aandeel in de zondige natuur, waar wij de zwakte erven om toe te geven aan zonde en verleiding. Daarom ervaren wij dagelijks de altijd aanwezige dichotomie van beide naturen, goed en kwaad, in ons. Wij begrijpen dit zo goed op een collectief niveau dat zelfs seculiere tekenfilms personages afbeelden die worstelen met de vraag of zij het advies van het duiveltje op de ene schouder en het engeltje op de andere schouder moeten opvolgen. Maar als we de Schrift lezen en nadenken over God, moeten we bedenken dat Hij altijd alleen maar heilig is. Als “enige heiligheid” kan Hij niet zondigen of er iets mee te maken hebben (Hij kan niet dezelfde ruimte innemen als de zonde).

Daarom, wanneer Israël in zonde valt, gebeurt er een olie-en-water reactie. De afstand tussen God en Israël wordt groter, net zoals die was tussen de Schepper en Adam en Eva in het verslag over de zondeval. In feite is dat een verhaal over hoe het lelijke, zwarte ding genaamd “afstand” tussen mensen en de Almachtige voor het eerst ontstond. Op dezelfde manier geeft Rechters het verslag van mensen die proberen God (en Zijn bescherming tegen vijanden) dichter bij hen te brengen met kreten van berouw en “we zullen het nooit meer doen”-ismen – en dan falen, met een Adam-en-Eva flair, om God te gehoorzamen, wat Hem dwingt zich terug te trekken en Israël over te leveren aan haar vijanden, omdat dat het lot is dat zij bezegelen met hun eigen zonde en afwijzing van God.

Dit is essentieel om Gods handelen in het boek Rechters te begrijpen.

God is niet tegen Zijn volk; Hij is vóór hen!

Rechters is geen verslag van God die Israël Zijn rug keer op keer toekeert; het is een verslag van Gods volk dat Jahweh keer op keer de rug toekeert – en Hij, onze kostbare, lieve, Schepper God, blijft genade en liefde tonen door de ene na de andere verlosser-rechters te leveren. Dat is de aard van God. Het is een enorme sprong naar de andere kant van wat de sceptici ervan gemaakt hebben. Een iets aangepaste formulering van de cyclus in Rechters zou kunnen zijn: Ze duwen Hem weg; Hij trekt zich terug; ze nodigen Hem terug; Hij komt terug met een omhelzing in de vorm van bescherming en een rechter die Hij uit de stammen heeft laten opstaan om hen allen te redden; ze duwen Hem weg; Hij trekt zich terug; ze nodigen Hem terug…

Met dat punt duidelijk gemaakt, zijn we nu in staat om de gelijkenis te zien tussen de rechters (meervoud, als in waar hun ambt voor staat – niet als een individuele rechter [omdat sommigen van hen slecht blunderden]) en de Rechter-Redder die de Vader zond om ons allen te redden op een later tijdstip. Zie je, Jezus’ daad aan het kruis was niet alleen voorzegd door de gebeurtenissen in een oudtestamentisch boek en de gelijkenis met de helden ervan, maar in de verzorgende aard en het karakter van Zijn Vader, die altijd voor een redder/verlosser zou zorgen, ongeacht wat Zijn kinderen verdienden!

Gezien hun taakomschrijving kunnen we, in de meest opvallende zin, elke bijbelse rechter die in de ogen van de Heer recht deed, zien als een type van Christus. Jezus was en is de opperste Bevrijder, gezonden als Redder van een afgodisch, zondig volk. In die zin waren sommige rechters in dit boek weliswaar niet altijd het ideale rolmodel dat Jezus was, maar zij waren een voorbode van Christus en openbaarden de aard en de wil van God – dat Zijn volk gered en verlost zal worden, altijd. Wat elk van de rechters in dit boek werd gekozen om militair en politiek te doen, werd Jezus gekozen om het geestelijk te doen.

Maar in Jezus zou er nooit meer een nieuwe cyclus nodig zijn, omdat Hij het Volmaakte Lam is, het vlekkeloze offer dat één keer voor allen en voor altijd stierf. Jezus, zoals Hij archetypisch wordt voorgesteld in het boek Rechters, is de laatste rechter en de laatste wetgever. Elke strijd die de rechters op Kanaänitische bodem voerden was een voorloper van de strijd die de Rechter zowel op de grond van de heuvel van Golgotha buiten Jeruzalem als in het onzichtbare rijk voerde. Elk wetgevend decreet dat de rechters uitspraken over het volk Israël was een prototype van het Nieuwe Verbond van de Wetgever, bezegeld in het vlees en bloed van de Laatste Rechter.

Hier is de andere vervloeking verborgen in de parallellen tussen het boek Rechters en het Verbond van Christus: Het Verbond verzegeld in het bloed van Christus aan het kruis werd gegeven in dezelfde aard als de genade in Rechters: Wat de mensen van vandaag ook doen, hoe we ook voortdurend verzuimen God te gehoorzamen, hoe we Hem ook “keer op keer” wegdrukken met onze afgodische ideeën of ontrouw, de Rechter die de Vader eens en voor altijd oprichtte, zal altijd zegevieren door de redding uit te breiden tot ieder kind van God. Ongelooflijk, het gratis geschenk van verlossing behoort toe aan ieder mens op de aardbol, ook aan de heidenen wier erfgoed op geen enkele manier verbonden is met het volk dat in het begin riep om de tussenkomst van rechters.

Het is ontnuchterend om over na te denken. God is zo goed. Telkens als we denken dat we Hem doorhebben, komen we oog in oog te staan met een andere laag van Zijn verlossingsplan, Zijn progressieve openbaring zoals die zich eerst in de geschiedenis van Israël afspeelde en werd voltooid in de dagen van de Christus, en worden we opnieuw geconfronteerd met de implicaties van alles wat Hij voor Zijn volk heeft gedaan.

Voor degenen die nog steeds niet overtuigd zijn van de parallel tussen Jezus en de rechters van het Oude Testament, is er één interessant personage dat we nader willen bekijken: Simson. Deze bijzonder populaire rechter (Rechters 13-16) is zonder twijfel een type van Jezus. Zowel Jezus als Simson werden op wonderbaarlijke wijze geboren nadat een engel hun komst had aangekondigd, en de gelijkenissen blijven toenemen.

Simson was vóór zijn geboorte door God uitverkoren om Israël te bevrijden van de Filistijnen (Jozua 13:5); Jezus was vóór zijn geboorte door God uitverkoren om de hele mensheid te bevrijden van de zonde (Matteüs 1:21).

De Geest van de Heer kwam krachtig over beide mannen (Rechters 14:6-19; 15:14; Lucas 4:18; Matteüs 12:28).

Door de kracht van de Geest van de Heer overwonnen zowel Simson als Christus de vijanden van Gods volk.

Simson werd voor geld verraden door zijn metgezel Delila (Rechters 13); Jezus werd voor geld verraden door zijn metgezel Judas (Lucas 22).

Simson en Jezus werden beiden aan het eind van hun leven geslagen en gebonden.

Het meest verbazingwekkende: Simson versloeg meer vijanden door zijn dood dan toen hij leefde (Rechters 16:30)…en Jezus ook (Kolossenzen 2:15).

Best knap, hè?

Er zijn meer parallellen, maar als je die nog niet hebt opgemerkt, willen we ze nog niet verklappen. Meer over Jezus als type Rechter komt aan de orde in de besprekingen van 1 Samuël tot en met 2 Kronieken. Veel geleerden die Schriftgedeelten naar thema scheiden, zien Rechters, 1 en 2 Samuël, 1 en 2 Koningen, en 1 en 2 Kronieken in een gebundelde boog (en sommigen zetten Jozua vooraan in die lijst). Wij volgen dat idee hier min of meer, en daarom komt er meer over Rechters in dat volgende hoofdstuk.

We hebben echter één groot probleem met dat gebundelde-themaconcept dat veel geleerden volgen: Het minimaliseert Ruth.

Om redenen die we nu zullen toelichten, kunnen we dat met dit boek gewoon niet doen! Hoe kort het ook is, we kunnen de volheid van het werk van Christus niet begrijpen zonder dit boek.

VOLGENDE: VERBAZINGWEKKENDE MANIFESTATIE VAN JEZUS IN HET BOEK RUTH?

Eindnoten:

[i] J. F. Walvoord & R. B. Zuck (Eds.), Bible Knowledge Commentary: An Exposition of the Scriptures: Volume 1 (Wheaton, IL: Victor, 1985), 339.

[ii] Henry, M., & Scott, T., Matthew Henry’s Concise Commentary (Oak Harbor, WA: Logos Research Systems, 1997), “Joshua 5:13.”

Bron

20210511 Over de satan

Altijd weer laat ik het woord satan vallen. Of ik deel dat we leven in een satanische wereld.

Het is een groot gemis dat we niet worden opgevoed met de wetenschap dat satan onder ons is. Dat satan de wereldheerser is.

Veel christenen denken dat satan in de hel is, maar dat is niet het geval, en het is zelfs gevaarlijk zo te denken. De realiteit is dat hij erg actief aanwezig is, onder ons, om mensen én zelfs christenen kwaad te berokkenen, en we doen er goed aan ons daarvan bewust te zijn. Satan verblijft niet in de hel maar is onder ons actief. Satan zal pas bij zijn vierde (en laatste) val in de hel (gehenna, poel van vuur) terechtkomen.

We moeten dat weten, beseffen waar het kwaad vandaan komt en hoe we er ons tegen kunnen wapenen. Dat hoort een christelijke opvoeding te zijn. Helaas is dit niet het geval.

Zie De Viervoudige val van Satan”:

De eerste val van satan: hij zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Voor hij Adam en Eva wilde verwijderen bij God vandaan, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt satan de eerste zondaar (1 Johannes 3:8). Deze val van satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val. Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12). Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel satan in de hemel geen gezag meer heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Op te merken valt echter dat satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4). Wat satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij verloor ook de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen. Misschien verloor hij door zijn val wel èlke materiële lichamelijkheid. Alleszins lezen we nergens in de Schrift dat satan na zijn val ooit materieel-fysisch in een éigen lichaam op aarde is verschenen. Na de zondvloed zien we in de Bijbel ook geen fysische verschijningen van afvallige engelen. Getrouwe engelen kunnen dat echter wèl. Over satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28:11-19 en Jesaja 14:3-23. De eerste val van satan vond dus plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval (Ezechiël 28:13). Hij werd ter aarde geworpen. (Ezechiël 28:17).

Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zal hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19). Na zijn val kon satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk op aarde vertonen. Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door een slang.

(Eigenlijk is er maar één val van Satan: zijn oorspronkelijke morele daad van opstand tegen God. Daarna is hij nog drie keer gevallen, maar dat moet gezien worden als het gevolg van zijn aanvankelijke opstand. De volgende keren val valt hij nog louter ‘geografisch’. Zijn tweede val gaat van hemel naar aarde, zijn derde van aarde naar abyssos en zijn vierde van abyssos naar hel (poel van vuur), stapsgewijs in neergaande lijn dus.)

Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen. In Jesaja 14:12 wordt satan “morgenster” genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (Jesaja 14:13-14), waarbij hij ten val kwam.

Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (Jesaja 14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10). Als gevolg van zijn opstand kwam satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”.

Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt.

De tweede val van satan is toekomstig en betekent zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel en al uit alle hemelen (Openbaring 12:7-9). In Openbaring 12:9 wordt satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking. De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen”.. Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk. Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan! Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

De derde val van satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos) . Hij wordt daar voor duizend jaren gebonden en opgesloten (Openbaring 20:1-3).

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur”, om er voor eeuwig te verblijven (Openbaring 20:10). Uit dit schema van de viervoudige val van Satan besluiten wij dat hij nog lang niet in de hel is, maar actief op aarde, als nasleep van zijn eerste val.

Zie verder het artikel bij Marc Verhoeven.

Zie bij de duivel

Over de val van satan

Overgenomen van onderstaande link

Inhoud

In een viervoudige val zal Satan zijn eindbestemming bereiken:

1ste val

2de val

3de val

4de val

Appendices (bijlagen):

1. Waar bevinden zich Satan en zijn engelen?

2. Engelen die zich in de tijd van Genesis 6 misdroegen

3. Soorten afvallige engelen

4. Hebben engelen wel een lichaam?

5. Kunnen de duivel en zijn engelen fysiek op aarde verschijnen?

6. Zijn engelen geslachtsloos?

7. Zijn alle engelen mannelijk?

1ste Val

Satan zondigde vóór de zondeval (Genesis 3). Vermits hij Adam en Eva wilde aftrekken van God, was hij reeds in een zondige toestand gekomen. De Bijbel noemt Satan de eerste zondaar:

1 Johannes 3:8 “Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin”.1

Dit betekende zijn eerste val, en deze bezegelde ook de loop van zijn verdere ondergang.

Deze val van Satan was eerder een “morele” dan een “geografische” val 2. Hij viel moreel van God af maar hij bleef toegang krijgen tot Gods troon en de engelen (Job 1:6; 2:1). Hij werd toen niet neergeslagen en verwijderd uit de hemel, maar bleef operatief in de “hemelse gewesten” (Efeziërs 2:2; 6:12). Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Alhoewel Satan daar in de hemel geen autoriteit heeft, heeft hij dat wel m.b.t. de aarde (Mattheüs 4:8-9; Efeziërs 2:2; 6:12; 1 Johannes 5:19). Openbaring te merken valt echter dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Wat Satan niét verloor weten we nu ongeveer, maar wat hij bij zijn eerste val wèl verloor is zijn schoonheid, luister, wijsheid, en zijn positie van cherub. Hij verloor ook de capaciteit om op aarde in een lichaam te verschijnen. Misschien verloor hij door zijn val wel èlke materiële lichamelijkheid. Alleszins lezen we nergens in de Schrift dat Satan na zijn val ooit materieel-fysisch in een éigen lichaam op aarde is verschenen. Na de zondvloed zien we in de Bijbel ook geen fysische verschijningen van afvallige engelen. Getrouwe engelen kunnen dat echter wèl.

Over Satans eerste val wordt geschreven in Ezechiël 28 en Jesaja 14.

Ezechiël 28:11-19

11 Het woord van de HEERE kwam tot mij: 12 Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus, en zeg tegen hem: Zo zegt de Heere HEERE: U, toonbeeld van volkomenheid, vol wijsheid en volmaakt van schoonheid, 13 u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. 14 U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. 15 Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. 16 Door de overvloed van uw handel vulde men uw midden met geweld, en ging u zondigen. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. 17 Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, u richtte uw wijsheid te gronde vanwege uw luister. Ik wierp u ter aarde, Ik stelde u voor koningen, opdat zij op u neer zouden zien. 18 Vanwege de overvloed van uw ongerechtigheden door uw oneerlijke handel ontheiligde u uw heiligdommen. Daarom deed Ik een vuur uit uw midden oplaaien, en dat verteerde u. Ik maakte u tot een hoop as op de grond voor de ogen van allen die naar u keken. 19 Allen onder de volken die u kennen, zijn ontzet over u. U bent een voorwerp van verschrikking geworden en u zult niet meer bestaan tot in eeuwigheid

Dit is het “klaaglied over de koning van Tyrus” (vs. 12). Deze passage is daarom eerstens een terugblik op de ondergang van de koning van Tyrus. Maar het is ook een blik op de eerste opstand en val van Satan, want deze zat als geestelijke macht àchter Tyrus. Zie als voorbeeld de engel in Daniël 10 die vocht met de demonenvorsten die achter Perzië en Griekenland stonden. Bovenstaande verzen in Ezechiël 28 kunnen in essentie op niemand anders dan Satan en zijn gevallen toestand betrekking hebben.

De eerste val van Satan vond plaats in de tijd van het aardse paradijs, in Eden, vóór de zondeval: Ezechiël 28:13.

Hier moet opgemerkt worden dat sommigen beweren dat die val plaatsvond op een paradijselijke aarde die miljoenen jaren eerder bestond, tussen Genesis 1:1 en 1:2 in, en die daarna met Satan ten onder is gegaan. Dit is overeenkomstig de zgn. ‘gap-theorie’ of ‘restitutieleer’. Dit is pure Bijbelinleg die alleen maar opgezet lijkt te zijn om de geologische kolom van de evolutionisten achterna te lopen, waarin gegoocheld wordt met ouderdommen van miljoenen jaren. Ezechiël 28:13 zegt dat Satan een cherub was in Eden, en dus is hij niet vóór die Edense tijd ten val gekomen. Eden is dezelfde hof als waar Adam en Eva verbleven, en wij kennen slechts de enige en unieke hof van Eden waarvan de Bijbel spreekt in Genesis 2:8, geen andere die vroeger zou bestaan hebben.

De passage van Ezechiël 28 toont de gevolgen voor Satan:

Hij was in Eden, overladen met prachtige opsmuk, maar daarna niet meer (28:13-16)

Hij was een beschuttende cherub, en is dat niet meer na zijn begane “onrecht” (28:14-16).

Hij werd verbannen uit de Edense heerlijke plaatsen (28:16).

Hij was luisterrijk getooid en uitermate schoon, maar verloor dit samen met zijn wijsheid (28:17, 18)

Hij werd ter aarde geworpen, een oosterse uitdrukking voor ‘hij viel op zijn bek’ (28:17). Later zal hij echter geheel letterlijk uit de hemel verwijderd worden (Openbaring 12:9). Zijn ondergang is sinds zijn eerste zonde eigenlijk al onomkeerbaar: het zaad (Jezus Christus) van de vrouw (Israël) zou hem uiteindelijk de kop vermorzelen (Genesis 3:15). Hij zal uiteindelijk in de “poel van vuur” belanden (Openbaring 20:10; Ezechiël 28:18, 19).

Na zijn val kon Satan zich blijkbaar niet meer materieel-lichamelijk 3 op aarde vertonen. Echter, om krachtig te kunnen zijn moet hij op aarde over een lichaam beschikken, en daarom bezet hij (en zijn demonen) graag het lichaam van andere levende wezens. Dit deed hij in Eden door in een slang te varen (Genesis 3), om zich zo aan Eva te vertonen en haar te misleiden. Later voer hij in Judas (Johannes 13:27) en nog later zal hij in de Antichrist varen.4

Jesaja 14:3-23

3 En het zal geschieden op de dag waarop de HEERE u rust zal geven van uw smart, uw onrust en de harde slavenarbeid die men u heeft doen verrichten, 4 dat u dit spotlied zult aanheffen op de koning van Babel, en u zult zeggen: Hoe houdt de onderdrukker op; opgehouden is de onderdrukking! 5 De HEERE heeft de stok van de goddelozen gebroken, de staf van de heersers, 6 die volken sloeg in verbolgenheid met slagen zonder ophouden, die in toorn over de heidenvolken heerste met een vervolging zonder inhouding. 7 Nu komt heel de aarde tot rust en stilte. Men breekt uit in gejuich. 8 Zelfs de cipressen verblijden zich over u. De ceders van de Libanon zeggen: Sinds u daar geveld ligt, klimt niemand omhoog om ons om te hakken. 9 Het rijk van de dood beneden raakte om u in beroering, om u tegemoet te gaan, wanneer u zou komen. Het schudt ter wille van u de gestorvenen wakker, al de leiders van de aarde. Het laat van hun tronen opstaan al de koningen van de volken. 10 Zij zullen allemaal het woord nemen en zeggen tegen u: Ook u bent nu zo zwak geworden als wij, u bent aan ons gelijk geworden! 11 Uw trots ligt neergeworpen in het graf, met de klank van uw luiten. Onder u is een bed van maden gespreid, en wormen zijn uw deken. 12 Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster5, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! 13 En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. 14 Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. 15 Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil! 16 Wie u zien, kijken u aan en letten op u: Is dit nu die man die de aarde deed sidderen, die koninkrijken deed beven, 17 die van de wereld een woestijn maakte, haar steden met de grond gelijkmaakte, zijn gevangenen niet losliet om naar huis te gaan? 18 Alle koningen van de heidenvolken, allen rusten zij in ere, ieder in zijn huis. 19 Maar ú bent weggeworpen, ver van uw graf, als een verafschuwde loot bedolven onder gedoden, die met het zwaard zijn doorstoken en neergedaald in een steengroeve; u bent als een lijk dat is vertrapt. 20 U zult in het graf niet met hen verenigd worden, want u hebt uw land te gronde gericht en uw volk gedood. Voor eeuwig zal niet meer genoemd worden het nageslacht van de kwaaddoeners. 21 Maak de slachtbank voor zijn kinderen gereed vanwege de ongerechtigheid van hun vaders, zodat zij niet meer opstaan, de aarde in bezit nemen en het wereldoppervlak vullen met steden. 22 Zo zal Ik tegen hen opstaan, spreekt de HEERE van de legermachten. Ik zal van Babel naam en overblijfsel uitroeien, zoon en kleinzoon, spreekt de HEERE. 23 Ik zal het maken tot een bezit voor nachtuilen en tot waterpoelen; Ik zal het wegvagen met de veger van het verderf, spreekt de HEERE van de legermachten.

Dit is het “spotlied op de koning van Babel” (14:4). Sterren (14:12) stellen in de Schrift dikwijls engelen voor : Job 38:7, Jesaja 14:2; vgl. 1 Koningen 22:19 “heir des hemels” met Deuteronomium 4:19; Jesaja 24:21-23.

De koning van Babel had zich tijdens zijn aardse leven een gewillig instrument van de Satan betoond; als er dan een oordeel over Babel uitgesproken wordt, dan ligt het voor de hand dat er ook van een oordeel over Satan melding wordt gemaakt.6 Deze passage is dan eerstens een toekomstprofetie voor Babel (14:4), maar tegelijk is het een blik op de val van Satan, in een breed perspectief, vanaf Eden tot aan zijn totale ondergang.

In Jesaja 14:12 wordt Satan “morgenster”5 genoemd. In Job 38:4, 7 lezen we dat bij de schepping “de morgensterren tezamen juichten”. Satan was vóór zijn val bij de schepping aanwezig. Maar hij pleegde opstand tegen Gods troon (14:13-14), waarbij hij ten val kwam. Later zal hij voor duizend jaren gebonden worden in de “afgrond” (14:15; Openbaring 20:1-3), en uiteindelijk zal hij in de poel van vuur geworpen worden (Openbaring 20:10).

Als gevolg van zijn opstand kwam Satan ten val. In Jesaja 14:12 wordt gezegd: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster”. Hij wordt vergeleken met een ster die uit de hemel is “gevallen”. Hij werd afvallig. Ook in de betekenis van: ‘hij viel op zijn bek’. Een vallende ster is in Openbaring iemand die uit zijn hoge positie afvalt of die uit zijn machtspositie omvergeworpen wordt. In Openbaring 12:9 wordt Satan volstrekt uit de hemel verwijderd, hij wordt neergeworpen na een felle strijd, en hem wordt dan èlke toegang tot àlle hemelen ontzegd. Dat zal zijn in de helft van de 70ste jaarweek of het begin van de eigenlijke Grote Verdrukking. De Heer Jezus heeft dit in Lukas 10:18 in een visioen gezien en aangekondigd: “Ik zag de Satan als een bliksem uit de hemel vallen”, zijn tweede val.

Als Paulus aan Timotheüs over de voorwaarden spreekt waaraan een opziener moet voldoen, zegt hij ons ook iets over Satans val:

1 Timotheüs 3:6 Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt”.

De oorzaak van Satans val was zijn hoogmoed. Dat komt overeen met wat staat geschreven in Ezechiël 28 en Jesaja 14.

2de Val

De tweede val van Satan is zijn volstrekte verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt daardoor geheel uit alle hemelen, Openbaring 12:7-9:

7 Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog. 8 Maar zij waren niet sterk genoeg, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. 9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

Als engelen (in casu demonen) uit de hemelse sferen worden geworpen, betekent dit dat zij nog uitsluitend actief worden op de aarde en “in de lucht” errond (Efeziërs 2:2; Gr. aeros). Om kracht op aarde uit te oefenen zullen demonen in lichamen van levende wezens willen varen7 (bezetten).

Satan zal na zijn uitwerping uit de hemelse gewesten, onmiddellijk in de Antichrist varen. Zijn demonen zullen evenzo in de lichamen varen van de handlangers van de Antichrist en die van het herstelde Romeinse rijk. Hoe verschrikkelijk zullen deze duivelse machthebbers dan op aarde tekeer gaan!

Het is van belang om telkens op te merken hoeveel bewijzen er zijn dat de Gemeente vóór de Grote Verdrukking in de hemel zal zijn opgenomen. Zo ook hier. Als de duivel op de aarde geworpen is, kan de Gemeente niet meer beneden zijn, want dan zou het niet meer waar zijn dat wij een strijd hebben tegen de machten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12).

3de Val

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond” (Gr. abyssos)8. Hij wordt daar voor duizend jaren gebonden en opgesloten, Openbaring 20:1-3:

1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. 2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, 3 en wierp hem in de afgrond [Gr. abyssos], en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.

Uit de Abyssos zal hij nog wel even losgelaten worden, als de duizend jaren voleindigd zijn (Openbaring 20:7-9), maar dit resulteert zeer snel in zijn vierde val.

4de Val

De vierde val van Satan is zijn verwijdering naar de “poel van vuur” (Gr. limnen tou furos), om er voor eeuwig te verblijven, Openbaring 20:10:

10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.

Dit is de allerlaagste positie en toestand die er bestaat, en die is onomkeerbaar.

Appendices

1. Waar bevinden zich Satan en zijn engelen?

Na zijn eerste val verkeert Satan (en zijn engelen) nog steeds in “het hemelse” (epouranios):

Efeziërs 6:12 “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten [epouranios]9”.

Ook Christus bevindt Zich daar:

Efeziërs 1:20-21 “die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten

[epouranios]

, 21 ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende”.

En positioneel de Gemeente die Christus’ Lichaam is:

Efeziërs 1:3 “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten [epouranios] in Christus”.

Efeziërs 2:6 “en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten [epouranios] gezet in Christus Jezus”.

Efeziërs 3:10 “opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten [epouranios] de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden”.

Ook uit Job 1 en 2 weten we dat Satan nog steeds toegang heeft tot God, ergens in de hemel:

Job 1:6 “Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken bij de HEERE, dat ook de satan in hun midden kwam” (zie ook 2:1).

Er is meer dan één hemel. Het Hebreeuwse woord voor ‘hemel’, sjamaim, is een meervoudsvorm. Paulus spreekt van de derde hemel (het “paradijs”), waarin “een mens” (waarschijnlijk hijzelf) werd opgetrokken (2 Korinthiërs 12:2-4). Volgens de Joodse overlevering zijn er zeven hemelen. Hoe dan ook: God komt ergens in de hemelen op bepaalde tijdstippen samen met het “ganse heir des hemels”, met goeden én slechten (zie: “aan rechter- en linkerhand”):

1 Koningen 22:19-23 “Verder zei Micha: Daarom, hoor het woord van de HEERE: Ik zag de HEERE op Zijn troon zitten, en heel het hemelse leger stond bij Hem, aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerzijde. 20 En de HEERE zei: Wie zal Achab misleiden, zodat hij zal optrekken en bij Ramoth in Gilead zal vallen in de strijd? De een nu zei dit, en de ander zei dat. 21 Toen trad er een geest naar voren en ging voor het aangezicht van de HEERE staan. Hij zei: Ík zal hem misleiden. En de HEERE zei tegen hem: Waarmee? 22 Hij zei: Ik zal eropuit gaan en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: U mag misleiden, en u zult er ook toe in staat zijn. Vertrek en doe het zo. 23 Welnu, zie, de HEERE heeft een leugengeest in de mond van al deze profeten van u gegeven, en de HEERE heeft onheil over u uitgesproken”.

Hier heeft ook Satan nog steeds toegang. Hij kan daar nog steeds de broeders aanklagen (Openbaring 12:10).

Men moet onderscheid maken tussen de uitdrukking “het hemelse” [epouranios] en de “hemel der hemelen” (Deuteronomium 10:14; 1 Koningen 8:27; Psalm 148:4). In deze ‘opperhemel’ woont God in een voor mensen “ontoegankelijk licht” (1 Timotheüs 6:16) en wonen enkel zij die in een intieme omgang met Hem leven (Psalm 148:4). Dit is beslist niet de plaats waar Satan nog toegang heeft. De uitdrukking epouranios heeft vooral betrekking op het hemelse regeringsplatform en zij die daar deel van uitmaken (Efeziërs 1:20; 6:12). Vanuit die regerende “hemelse gewesten” gaat de invloed van Satan, als “de overste van de wereld” (Johannes 12:31; 14:30; 16:11), vooral uit naar de aardse atmosfeer, want hij is “de overste van de macht der lucht” (Gr. aeros: lucht; Efeziërs 2:2).

Op te merken valt dat Satans macht door God wel gelimiteerd is, zoals we kunnen lezen in Job 1:12 en 2:6. Hij is niet gelijk aan God (1 Johannes 4:4).

Satan woont beslist niet in de hel! Hoevele mensen hebben hierover een onbijbelse visie! Hoe dikwijls worden Satan en zijn demonen op schilderijen en tekeningen als hellemonsters afgebeeld, temidden van vuur, terwijl zij in feite en nog steeds hemelbewoners zijn!

2. Engelen die zich in de tijd van Genesis 6 misdroegen

In Genesis 6:1-4 lezen we van engelen die zondigden door zich aardse vrouwen te nemen, waardoor er een geslacht van reuzen10 werd voortgebracht. Dit was in de tijd vóór de zondvloed:

1 En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. 3 Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn. 4 In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam.

Deze engelen waren in staat zich vrouwen nemen omdat zij wel degelijk een lichaam hadden! Zij behoorden niet tot degenen die samen met Satan vóór Genesis 3 ten val kwamen en hun lichamen verloren hadden 11, of lichamelijk beperkt werden. De engelen uit Genesis 6 werden na hun zonde naar de “afgrond” (Gr. tartarus) verbannen (2 Petrus 2:4; Judas 6). Na de vloed zien wij in de Bijbel geen zondigende engelen meer verschijnen in mensengedaante, maar wel bezetenheid van mensen (en dieren) door de geesten van opstandige engelen (demonen). Enkel getrouwe engelen zien we daarna nog in fysiek-materiële gedaante verschijnen.

3. Soorten afvallige engelen

Sommige van de gevallen engelen  kunnen zich in zekere zin ‘vrij’ bewegen, terwijl andere ‘gebonden’ zijn.

1. De ‘gebonden’ engelen.

a) Engelen die vóór de vloed naar de aarde kwamen om zich vrouwen te nemen (zie Genesis 6:1-4), en daarna gestraft werden met opsluiting in de ‘afgrond’ (tartarus, een ander woord voor abyssos: 2 Petrus 2:4; Judas 6). Satan zal later ook gebonden worden, voor 1000 jaren in deze afgrond (abyssos, Openbaring 20:1-3).

b) Engelen waarvan we de antecedenten niet kennen maar die tijdelijk opgesloten zijn in de afgrond tot de zeventigste jaarweek (abyssos, Openbaring 9:1-11; Lukas 8:31).

2. De ‘vrije’ opstandige engelen. Deze noemen wij meestal “demonen” of “boze geesten”. Zij kozen eertijds de kant van Satan en stonden dus ook op tegen God. In de tijd van Jezus’ geboorte had Satan één derde van de hemelse engelen tot zijn beschikking (Openbaring 12:4). Zij bewegen zich allen in de hemelse gewesten (Job 1:7; Efeziërs 6:12) en in de aardse atmosfeer (Efeziërs 2:2). Hun ‘vrijheid’ duurt in onze dagen nog steeds voort.12

De engelen van de tweede categorie worden meestal “demonen” of “boze geesten” genoemd.

Benamingen en aanduidingen voor Satan en zijn demonen in het Nieuwe Testament

Griekse benaming (Textus Receptus)

Nederlandse vertaling

Voorkomend in

satanas

satan (= tegenstander, aanklager)

Lk 22:3

beelzeboul archonti tón daimonión

beëlzebul, de overste van de demonen

Mt 12:24

drakón megas purros

grote rode draak

Op 12:3

ho peirazón

de verzoeker

1Th 3:5

ho katègoros

de aanklager van de broeders

Op 12:10

pseustès kai ho patèr autou

leugenaar en de vader van de leugen

Jh 8:44

anthrópoktonos

mensenmoordenaar

Jh 8:44

ho kleptès

de dief

Jh 10:10

antikeimenó

de tegenpartij of tegenstander

1Tm 5:14

tou ponèrou

de boze

Mt 6:13

echthros

de vijand

Mt 13:39

ton ofin ton archaion

de oude slang

Op 20:2

ho ofis

de slang

2Ko 11:3

diabolos

de duivel (= lasteraar)

1Pt 5:8

diaboló kai tois aggelois

de duivel en zijn engelen

Mt 25:41

ho archón tou kosmou

de overste van deze wereld

Jh 12:31

ton archonta tès exousias tou aeros

de overste van de macht der lucht

Ef 2:2

pneumatos …en tois uiois tès apeitheias

de geest die werkt in de zonen der ongehoorzaamheid

Ef 2:2

tès exousias tou skotous

macht van de duisternis

Ko 1:13

ho theos tou aiónos

de god van deze eeuw

2Ko 4:4

aggelon fótos

engel des lichts

2Ko 11:14

león óruomenos

brullende leeuw

1Pt 5:8

belial

Belial

2Ko 6:15

beschuttende cherub

Ez 28:14, 16

de Leviathan, de snelle, kronkelende slang, de draak

Js 27:1

aggelos satan

engel van satan

2Ko 12:7

daimonion

demon

Mt 17:18

xenón daimonión

vreemde goden

Hd 17:18

pneumati

geest

1Jh 4:1

pneuma daimoniou akathartou

geest van een onreine demon

Lk 4:33

pneumata daimonón

geesten van demonen

Op 16:14

tas archas pros tas exousias pros tous kosmokratoras

de overheden, de machten, de wereldbeheersers

Ef 6:12

pneumatika tès ponèrias

geesten van de boosheid

Ef 6:12

pneumatón ponèrón

boze geesten

Lk 7:21

pneumasin planois

verleidende geesten

1Tm 4:1

pneuma tès planès

geest van dwaling

1Jh 4:6

pneumati akathartó

onreine geest

Mk 1:23

pneuma puthónos 

waarzeggende geest (= letterlijk ‘pythongeest’)

Hd 16:16

pneuma alalon

stomme geest

Mk 9:17

to pneuma to alalon kai kófon

stomme en dove geest

Mk 9:25

pneuma echousa astheneias

geest van ziekte (of ‘zwakheid’)

Lk 13:11

demonen: Hebreeuws: ‘harige bokken’ (Strong’s 8163)

Lv 17:7

Het woord ‘demon’ (Gr. daimonion) in zijn de context

1.    demonen = onreine geesten, zie Mk 5:1-18; Mk 7:25-30; Lk 4:33; Lk 9:42: pneumati akathartó zijn eigenlijk daimonia.

2.    demonen = boze geesten, zie Lk 8:2, 3: pneumatón ponèrón zijn eigenlijk daimonia.

3.    demonen = afgoden, idolen, zie 1Ko 10:19-21: eidólon zijn eigenlijk daimonión.

4.    demonen = goden, zie Hd 17:18, 22: vreemde goden = xenón daimonión; de goden bijzonder toegewijd = deisidaimonesterous.

Voor het gehele NT geldt:

demon(en)(isch) = daimon…

Zoekresultaat voor ‘daimon’ in de Textus Receptus (met aftrek van deze vernoemd onder punt 6):

Mt 7:22; 8:31; 9:33, 34(2x); 10:8; 11:18; 12:24(2x), 27, 28; 17:18; Mk 1:34(2x), 39; 3:15, 22(2x); 5:12; 6:13; 7:26, 29, 30; 9:38; 16:9, 17; Lk 4:33, 35, 41; 7:33; 8:2, 27, 29, 30, 33, 35, 38; 9:1, 42, 49; 10:17; 11:14(2x), 15(2x), 18, 19, 20; 13:32; Jh 7:20; 8:48, 49, 52; 10:20, 21; Hd 17:18, 22; 25:19; 1Ko 10:20(2x), 21(2x); 1Tm 4:1; Jk 2:19; 3:15; Op 9:20; 16:14; 18:2. (68 maal).

god(en) = daimonion: Hd 17:18, 22. (2 maal).

God = (ho) theos.

god(en) = theos: Jh 10:34, 35; Hd 7:40; 14:11, 15; 19:26; 28:6; 1Ko 8:5(2x); 2Ko 4:4; Gl 4:8. (11 maal).

godin = theas: Hd 19:27. (1 maal).

5.    godsdienst = demonenaanbidding (deisidaimonias): Hd 25:19.

Voor het gehele NT geldt:

godsdienst = deisidaimonias: Hd 25:19 (1 maal).

godsdienst,  religie, verering = thrèskeias: Hd 26:5; Ko 2:18,23; Jk 1:26(2x),27. (6 maal).

godsdienstig(e)(n) = sebomenón:  Hd 13:43, 50; 16:14; 17:4, 17; 18:7. (6 maal).

6.    bezeten(e)(n) = daimonizomenos (= iemand ‘die een (of meer) demon(en) heeft’)

Zoekresultaat voor ‘daimon’ in de Textus Receptus (met aftrek van deze vernoemd onder punt 4):

Mt 4:24; 8:16, 28, 33; 9:32; 12:22; 15:22; Mk 1:32; 5:15, 16, 18; Lk 8:36; Jh 10:21. (13 maal).

Satan heeft één derde van de engelen vóór de geboorte van de Messias meegesleurd om te trachten Hem te “verslinden”. Dat lezen we in Openbaring 12:4.:

Openbaring 12:1-5 “En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. 2 En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren. 3 En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen. 4 En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. 5 En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon”.

Vlak vóór de geboorte van de Heer maakte de “draak”, (de duivel) zich op om de Messias reeds van bij zijn geboorte te “verslinden” (12:4). De vrouw Israël is immers hoogzwanger en schreeuwde in haar weeën (12:2). De draak zou dat niet alléén doen, maar sleepte daartoe “het derde deel van de sterren van de hemel” mee, namelijk “zijn” engelen (demonen). Het is à propos de draak (dit is Satan, vgl. Openbaring 20:2) die deze sterren werpt, terwijl in 12:9 Michaël en zijn engelen de Satan en zijn engelen neerwerpen: er is geen overeenkomst tussen 12:4 en 12:9 (hiertussen ligt het gehele Gemeentetijdperk). De duivel en zijn demonen hebben tot op de tijd van Openbaring 12:9 nog steeds toegang tot de hemelse gewesten (zie Efeziërs 6:12). De Satan “wierp” zijn engelen naar de aarde, ze “vielen” niet zoals in Daniël 8:10 door toedoen van een aardse macht. Er is geen parallel met Daniël 8:10. Satan heeft de macht zijn engelen te bevelen en te zenden. Vlak vóór de geboorte van onze Heer beval Satan zijn demonen Hem te verslinden. Hij gebruikt bij dat commando zijn ‘staart’, een symbool van de leugenprofeet in Jesaja 9:14. Reeds in Eden gebruikte de Satan de leugen om anderen te misleiden en zo te trachten Gods plannen te dwarsbomen – hij is immers “de vader van de leugen” (Johannes 8:44) – en vanaf de geboorte van de Heer Jezus heeft hij dat wapen gebruikt om iedereen tegen God en Zijn plannen op te zetten. Echter, dit liep uit op een overwinning van de Messias, doordat Hij opstond uit de doden. In plaats van Hem écht te kunnen “verslinden” (12:4) werd Hij “weggerukt naar God en naar zijn troon” (12:5).

Satan blijkt in Openbaring 12:4 een derde van de engelen ter beschikking te hebben voor zijn plannen. Bij zijn tweede val in Openbaring 12:9 lezen we andermaal dat hij vele engelen aan zijn kant heeft:

Openbaring 12:9 “En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen”.

Hier zien we Satans tweede val. Tot dan verschijnt hij met al de zijnen in de hemelse gewesten, het regeringsgebied van de hemel. Zij zijn de duistere machten en overheden in de hemelse gewesten (Efeziërs 2:2; 6:12) die ook de broeders aanklagen (Openbaring 12:10). Zij hebben ook de vrijheid om in andere beschikbare lichamen te varen (Lukas 8:30-33) en daarmee mens en dier tot bezetenheid13 te drijven opdat zijn vuile plannen worden uitgevoerd.

4. Hebben engelen wel een lichaam?

Velen denken dat engelen geen lichaam hebben, omdat de Bijbel zegt dat het dienende “geesten” zijn (Hebreeën 1:14), en geesten hebben volgens hen geen lichaam. Engelen zijn inderdaad geesten, maar zij beschikken echter ook over een lichaam dat bij hun geestelijke natuur past, waarmee zij o.a. niet begrensd lijken te worden door onze aardse dimensies en materie.

Bij gevallen engelen (demonen) liggen de zaken anders. Zij kunnen zich niet materieel manifesteren. Voor mensenogen kunnen dezen zich enkel voordoen als een soort geest- of spookschijnsel. Deze geestverschijnselen kunnen op mensen gelijken, maar missen een feitelijke, tastbare materialiteit. Toen Jezus aan de discipelen verscheen meenden zij zo’n geest te zien, maar Jezus verzekerde hen dat dit niet zo was. Jezus was niet een geest zonder lichaam, want Hij had een lichaam van “vlees en beenderen”, waarmee Hij zelfs kon eten:

Lukas 24:36-43 “En toen zij over deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u. 37 En zij werden angstig en zeer bevreesd en dachten dat ze een geest zagen. 38 En Hij zei tegen hen: Waarom bent u in verwarring en waarom komen zulke overwegingen op in uw hart? 39 Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb. 40 En terwijl Hij dit zei, liet Hij hun de handen en de voeten zien. 41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zei Hij tegen hen: Hebt u hier iets te eten? 42 En zij gaven Hem een stuk van een gebakken vis en van een honingraat. 43 En Hij nam het aan en at het voor hun ogen op”.

In verband met de opstanding spreekt Paulus over de verschillende soorten lichamen die God gemaakt heeft:

1 Korinthiërs 15:38-51 “God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. 39 Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. 40 En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. 41 De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. 42 Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. 43 Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. 44 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam. 45 Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest. 46 Het geestelijke is echter niet eerst, maar het natuurlijke en daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk; de tweede mens is de Heere uit de hemel. 48 Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijke mensen, en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelse mensen. 49 En zoals wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen. 50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed14 het Koninkrijk van God niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. 51 Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden”.

Er bestaan dus hemelse lichamen voor hemelbewoners, met een aparte heerlijkheid. Engelen hebben dus blijkbaar ook een lichaam: een “geestelijk lichaam”, van een hogere natuur dan een aards lichaam. Als de engelen op aarde verschenen, kwamen ze meestal in mensengedaante (Daniël 10:18), waarbij het verschil met echte mensen niet opviel; zie Hebreeën:

Hebreeën 13:2 “Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak verleend”.

Engelen hebben echter ook de capaciteit om in grote heerlijkheid te verschijnen, zodat ze glanzen, blinken, stralen, schitteren, als het helderste wit (Mattheüs 28:3; Lukas 24:4). In dat opzicht lijkt hun verschijning dan erg op het lichaam van de Heer Jezus bij de transfiguratie (Mattheüs 17:2; Markus 9:3; Lukas 9:28). Zij kunnen eveneens doorheen muren verschijnen en dan plots weer verdwijnen (Lukas 1:11-13; Handelingen 5:19-20; 12:7-10), net zoals Jezus’ opstandingslichaam (Johannes 20:19; Lukas 24:31, 36). Ook wij zullen in de opname of opstanding “veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn heerlijkheid” (Filippenzen 3:21) en een “geestelijk lichaam” ontvangen (1 Korinthiërs 15:44).

5. Kunnen de duivel en zijn engelen fysiek op aarde verschijnen?

Satan en zijn engelen verloren de capaciteit om op aarde in een materieel lichaam te verschijnen zoals engelen dat kunnen. We lezen nergens in de Schrift dat Satan ooit materieel-fysisch in een éigen lichaam op aarde is verschenen. Na de zondvloed zien we in de Bijbel ook geen materieel-fysische verschijningen van afvallige engelen. Door dit gebrek zijn zij op aarde in hun werkzaamheid geremd en trachten zij in een vreemd lichaam een woonst te zoeken. Vergelijk Mattheüs 12:43-45:

“Wanneer nu de onreine geest uit de mens weggegaan is, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. 44 Dan zegt hij: Ik zal teruggaan naar mijn huis, waar ik uit weggegaan ben; en wanneer hij komt, vindt hij het leeg, geveegd en opgeruimd. 45 Dan gaat hij weg en neemt zeven andere geesten met zich mee, die meer verdorven zijn dan hijzelf, en wanneer zij naar binnen gegaan zijn, gaan zij daar wonen; en het einde van die mens wordt erger dan het begin. Zo zal het ook met dit verdorven geslacht zijn”.

Tegen het feit dat Satan en zijn engelen niet materieel op aarde kunnen verschijnen, brengen sommigen de volgende Schriftplaatsen in: Zacharia 3:1; Mattheüs 4:1-10 en diverse teksten uit Openbaring:

Zacharia 3:1: dit is echter een visioen of nachtgezicht, geen materiële tegenwoordigheid; zie verderop in Zacharia 4:1.

Mattheüs 4:1-10: waar staat dat Satan fysiek materialiseerde of zelfs dat hij zichtbaar werd voor menselijke zintuigen? Alles pleit voor een ‘geestelijke’ satanische aanwezigheid, of Satans verzoekende werkzaamheid in de geest van Jezus. Immers hoe is te verklaren dat de duivel Jezus meenam “… en toonde Hem alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid”? Kan iemand op een Israëlitische berg “alle koninkrijken van de wereld en hun heerlijkheid” aanschouwen? Het kan toch niet anders dan dat de duivel deze dingen ‘in de geest’, als (droom)beeld of visioen aan Jezus toonde! Vergelijk dit met Openbaring 21:10.

Openbaring: de Satan is in werkelijkheid geen “draak”, “sprinkhaan” of eender welk monster. Dit zijn symbolische voorstellingen van een onderliggende werkelijkheid. De Heer gaf Zijn Openbaring in tekenen (Openbaring 1:1).

6. Zijn engelen geslachtsloos?

Wij kunnen niet zeggen dat de engelen geslachtsloos zijn. Daar staat niets van in de Bijbel. Hola, zullen sommigen zeggen, de Heer zei toch dat zowel engelen als degenen die door de opstanding in de hemel komen niet worden uitgehuwelijkt!:

Mattheüs 22:30 “Want in de opstanding nemen ze niet ten huwelijk en worden ze niet ten huwelijk gegeven, maar ze zijn als engelen van God in de hemel”.

Hier staat echter niet dat hemelingen, zoals engelen, geslachtsloos zijn! Er staat enkel dat zij niet huwen! Er staat evenmin ‘dat wij engelen zullen zijn’, zoals sommigen denken, maar “ALS engelen”: zoals zij niet huwen, zo wij evenmin.

Wat denkt u: is het opstandingslichaam van onze Heer geslachtsloos? Zullen wij geslachtsloos in de hemel verblijven? Dat kan je uit Mattheüs 22:30 en de rest van de Schrift beslist niet opmaken. Ik ben eerder geneigd te denken dat wij in de opstanding zullen blijven zoals we zijn, in onze mannelijkheid of vrouwelijkheid, en dat degenen die naar de hemel gaan hun persoonlijkheid niet zullen verliezen.

Waren de opstandige engelen van Genesis 6 geslachtsloos die zagen “dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen”? (Genesis 6:2). Wijst dit op geslachtsloosheid? Zie ook wat Judas (de halfbroer van Jezus) schrijft:

Judas 6-7 “En de engelen, die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel op de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld. 7 Evenzo is het met Sodom en Gomorra, en de steden eromheen, die op dezelfde wijze als zij hoererij bedreven15 hebben, en ander vlees achterna zijn gegaan. Zij liggen daar als een waarschuwend voorbeeld van het ondergaan van de straf van eeuwig vuur”.

Het minste wat je hierbij kan zeggen is dat engelen zich geslachtelijk kunnen manifesteren, al dan niet in de hemel, maar zeker wel op aarde.

Er staat ook dat zij “ander vlees” (vs. 7) achterna gingen. Dit bewijst dat zij een lichaam hebben van “vlees”, zoals ook het opstandingslichaam van de Heer Jezus van vlees was (Lukas 24:39). De uitdrukking “ander vlees” bewijst ook dat het vlees van aardse mensen “anders” is dan dat van engelen.

Dat deze engelen zondigden omdat zij “ander vlees achterna gingen” wil zeggen: zij hadden bij de gemeenschap moeten blijven zoals die in de hemel bestaat. De parallel wordt getrokken met Sodom en Gomorra: Engelen die gemeenschap hebben met aardse mensen zijn op vergelijkbare wijze zondig als praktiserende homoseksuelen. Zoals homoseksuele omgang 1° hoererij is en 2° onnatuurlijk, zo is ook de gemeenschap van engelen met mensen 1° hoererij en 2° onnatuurlijk, en God laat dit niet ongestraft.

7. Zijn alle engelen mannelijk?

Er zijn ook onderzoekers die menen dat alle engelen mannelijk zijn. Alle verwijzingen in de Bijbel naar engelen schijnen op te leveren dat die engelen mannelijk zijn of dat zij op aarde herkenbaar als mannen verschenen (zie Genesis 19:5). Maar zijn alle engelen in de hemel wel mannelijk? Dat lijkt me niet zeker. Wat dunkt u: hebben de (mannelijke) engelen uit Genesis 6 zich misdragen omdat er in de hemel geen vrouwelijke engelen zijn, óf hebben zij zich misdragen omdat zij “hoereerden” en tegennatuurlijk “ander vlees” achterna gegaan zijn, zoals Judas 6-7 leert? Als Judas zegt dat zij “hoereerden”, betekent dit dan niet dat zij iets ‘buitenechtelijks’ hebben gedaan ten aanzien van hun overeenkomstige bestaande relaties in de hemel? Is het aannemelijk dat er mannelijke engelen zijn, die zich kunnen voortplanten (alleszins op aarde), maar die in de hemel geen vrouwelijke partners beschikbaar hebben? Allemaal open vragen, die het niet vanzelfsprekend maken dat engelen altijd mannelijk zijn.

Laten we nu even aannemen dat alle engelen mannelijk zijn, betekent dit dan ook dat alle opgestane gelovigen mannelijk zullen zijn of worden? Ik ben eerder geneigd te denken dat wij in de opstanding blijven zoals we zijn, in onze mannelijkheid of vrouwelijkheid, en dat wij onze persoonlijkheid niet zullen verliezen als wij naar de hemel gaan.

Maar er is in de Schrift hierover geen volkomen duidelijkheid. Wat we wèl zeker weten is dat in de hemel niet getrouwd wordt, maar de Heer zei niét dat hemelingen geslachtsloos zijn, en Hij zei niét dat zij allen mannelijk zijn (Mattheüs 22:30). Wij weten dus nu goed wat de Heer zei, maar ook wat Hij niét zei, en daar houden we ons aan. Dat betekent verder dat we ons moeten hoeden voor alle gedachten en uitspraken die geen grond vinden in de Schrift. Wij moeten van aardse instellingen en gebruiken, niet zomaar denken dat die voor de hemel evenzo natuurlijk zijn. De hemel is niet een kopie van de aarde maar blijft voor ons een erg onbekend gegeven. De hemel is geheel anders.

Lees ook:

Zijn demonen gevallen engelen?: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/demonen-engelen.pdf

Waar is Satan nu? Is hij in de hel?: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Waar_is_Satan_nu.pdf

De verwarring tussen dodenrijk en hel: http://www.verhoevenmarc.be/PDF/Verwarring.pdf

Rubriek “Duivel en demonen”: http://www.verhoevenmarc.be/#Duivel

De viervoudige val van Satan

De eerste val van Satan vond plaats in Eden, vóór de zondeval : Ezechiël 28:13 (zie 28:11-19). Niet tussen Genesis 1:1 en 1:2 !

De tweede val van Satan is zijn verbanning naar de aarde. Hij verdwijnt uit alle hemelen : Openbaring 12:7-9. Dit betekent dat hij nog uitsluitend actief is op de aarde en “in de lucht” errond (Efeziërs 2:2).

De derde val van Satan is zijn verbanning naar de “afgrond”. Hij wordt daar voor duizend jaren gebonden en opgesloten : Openbaring 20:1-3.

De vierde val van Satan is zijn verwijzing naar de “poel van vuur”, om er voor eeuwig te verblijven : Openbaring 20:10.verhoevenmarc@skynet.bewww.verhoevenmarc.bewww.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm