20210930 Over de woorden van God 3

Mozes werd geroepen door God, om het volk dat God gekozen had om zich aan kenbaar te maken,

weer uit de wereld van afgoden te halen. Hoewel de meesten slaven waren, vonden ze toch dat ze het goed hadden dus God greep in.

Mensen zeggen tegenwoordig vaak: waarom laat god dit toe? Of : als er een God is, waarom merken we er dan niks van?

Ze weten niet dat God zich altijd met de mens heeft bemoeid en ze weten niet meer wat de boodschap van God is. Dat komt omdat er zoveel dwalingen zijn, valse leraren en vooral omdat de krachtige misleidingen van de satan zijn werk doen.

Toch is het eenvoudig de waarheid van God terug te vinden.

Mozes leidde niet alleen het volk weg uit de slavernij van Egypte, dat wil zeggen ook uit de slavernij van de satan. Er waren daar mensen die het goed hadden, net zoals er nu mensen zijn die het goed hebben. Hoe meer je tot de elite hoort, hoe meer je meedoet in de satanische maatschappij, hoe beter het je kan vergaan. Dat mogen we niet zeggen. Onze leraren hebben ons in de meeste gevallen nooit geleerd dat we in een wereld van de satan leven.

Mozes hoorde de roep van God en Mozes gehoorzaamde. Hij leidde niet alleen een volk uit slavernij, hij gaf ook kennis door. Zo kreeg hij de tien geboden van God en gaf dat door. Dat ging niet zonder slag of stoot. Mensen zijn niet graag bereid hun “voordeeltjes” op te geven.

De eerste boeken van de Bijbel zijn mooie boeken om te lezen, ze gaan over de schepping en de bemoeienis van God. In het volgde boek, Exodus wordt het lelijker. In Deuteronomium nog meer.

Het middelpunt van Exodus is de ontmoeting van God met Mozes op de berg Sinaï waar God een nieuw verbond sloot. (eerder met Noach en Abraham). Ik zorg voor jullie, houden jullie je aan Mijn wetten. In eerste instantie deden ze dat wel maar als het leven te zwaar wordt, wordt de ontevredenheid groter.

Bij het verbond hoorde het verkrijgen van de Tien Geboden. Universele wetten die zo belangrijk zijn dat ze gelden in een groot deel van de wereld. Ze gaan over God, Zijn relatie met de mens en over de realtie tussen mensen onderling.

Exodus 20, 1-17:

Intro: Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis (slavernij), bevrijd heeft.

U zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

U zult voor uzelf geen afgodsbeelden maken, noch die dienen.

U zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.

Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.

Eert uw vader en uw moeder.

U zult niet doodslaan.

U zult niet echtbreken.

U zult niet stelen.

U zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

U zult niet begeren wat van uw naaste is.

Zo “eenvoudig” zijn de woorden van God en zo moeilijk zijn ze voor ons mensen om ons er aan te houden. We kunnen zondigen in gedachten, woord en daad. We hoeven iemand niet letterlijk te doden maar met onze blikken of met onze scherpe tong kunnen we wel doden.

Het volk van Mozes aanvaardde God maar danste later alweer rond het gouden kalf. Net zoals wij dat tegenwoordig ook doen. Voor dat gouden kalf kun je alles invullen: onze materiële verslaving, onze verslaving aan van alles: van tv kijken tot sportverdwazing.

Maar dat God zich niet met de wereld zou bemoeien is niet waar, alleen de wereld wil de woorden van God niet horen.