20210412 Over slavernij 5

Wyniasweek heeft weer een goed artikel over slavernij en ik deel het graag:

Rijksmuseum blijft hangen in achterhaald, door racisme vertekend beeld van slavernij

Het magazine Slavernij en nu? van het Rijksmuseum. Door PIET EMMER10 april 2021

Uit het artikel:

Het zal veel mensen ontgaan zijn, maar er loopt op dit ogenblik een grote slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum. Daarmee wil de directie benadrukken dat ‘het Rijks’ niet alleen een nationale schatkamer van de kunst wil zijn, maar ook van de geschiedenis.

Het lijkt erop dat alle aandacht uitgaat naar de slavernij in de Nederlandse koloniën en dat de slavernij elders in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Azië niet aan de orde wordt gesteld. Dat kan de indruk wekken dat alleen de Europeanen slavenhandel bedreven en dat alleen Europeanen slaven voor zich lieten werken, terwijl het aantal slaven in de koloniale economie maar een fractie vormde van het totaal aantal slaven in de wereld.

Gelukkig vraagt de tentoonstelling wel aandacht voor de slavernij in Azië, zij het alleen binnen de Nederlandse koloniale enclaves. Toch levert deze beperkte focus al verrassende inzichten op. Zo waren er meer slaven in het gekoloniseerde deel van de Nederlandse Oost dan in de West. Bovendien vervulden de slaven in koloniaal Azië een veelvoud van functies, terwijl zij in de West voornamelijk in de exportlandbouw werden ingezet.

Nog nooit eerder heb ik een tentoonstelling gezien, waarbij de slavernij in Oost en West samen wordt belicht. Dat lijkt me winst en wellicht ben ik te ongeduldig en moeten we nog een aantal jaren wachten op een echte inclusieve expositie, waarin ook de veel omvangrijker slavernij buiten de Nederlandse koloniën aan de orde komt.

So far so good. Minder geslaagd is het magazine Slavernij en nu?, dat het Rijksmuseum online heeft gezet als leermiddel voor de hoogste klas van de basisschool en de eerste klassen van het middelbaar onderwijs. Daarin wordt het sombere leven van de jonge slavin Tirara gebruikt om de leerlingen in te lichten over het Surinaamse plantageleven.

Helaas ontbreekt de historisch context en wordt het slavenbestaan gemeten aan de normen van vandaag. Daar heb je helemaal geen kennis van het verleden voor nodig en dat maakt het magazine tot een nutteloos leermiddel.

Het magazine vertelt het verhaal van het slavenmeisje Tirara, dat om vijf uur ’s morgens wakker wordt en ziet hoe haar moeder zich klaar maakt om naar het veld te gaan. Tirara en haar broertje zullen hun moeder pas na meer dan 12 uur weer zien als ze ‘afgepeigerd’naar huis is ‘gestrompeld’. Lange, vermoeiende werkdagen zijn blijkbaar typerend voor het slavernijsysteem.

Zou het Rijksmuseum werkelijk geloven dat de miljoenen moeders, die in Europa op de akkers werkten, geen lange dagen maakten en aan het einde van hun werkdag naar huis huppelden? De meeste reizigers uit Nederland merkten trouwens op dat de Surinaamse slaven ongeveer de helft tot

drievijfde uitvoerden van een dagtaak van de landarbeiders thuis. Dat leer je niet van het magazine.

Ook in Europa gingen veel kinderen niet naar school

Was het uitzonderlijk dat de slavenkinderen niet naar school gingen? In ieder geval niet in vergelijking met hun leeftijdsgenootjes in Afrika, want daar waren geen scholen met uitzondering van wat koran-scholen in het islamitische deel van het continent. Trouwens ook in Europa gingen veel kinderen in de zeventiende en achttiende eeuw niet naar school en bleven daardoor analfabeet.

Alleen de Afrikaanse slavenhandelaren scheidden ouders en kinderen

Ronduit tendentieus wordt de tekst van het magazine als de afkomst van Towo, het vriendje van Tirara ter sprake komt. Towo kwam uit Afrika ‘zonder vader, zonder moeder’. Het magazine maakt niet duidelijk dat alleen de Afrikaanse slavenhandelaren ouders en kinderen van elkaar scheidden en geen enkele poging deden om de familie- en gezinsbanden te respecteren. Lang vóór de verkoop aan de Europeanen waren de slavengezinnen dus al uit elkaar gehaald.

Dat de Westerse slavenhandelaren vrouwen en in toenemende mate ook kinderen kochten was dus het gevolg van het aanbod in Afrika. Slecht één keer ben in een ‘negotieboek’ van een slavenschip de notitie tegengekomen dat twee mannelijke slaven broers van elkaar waren, een unieke uitzondering. Bovendien verzwijgt het magazine dat de Afrikanen in de loop der tijd steeds meer kinderen te koop aanboden.

Tot slot de suggestie dat kinderarbeid typerend was voor de slavernij. Hoe komt het Rijksmuseum op deze gedachte? Zijn er in de schilderijencollectie van het museum geen afbeeldingen, waaruit blijkt dat ten tijde van de slavernij kinderarbeid ook in Europa wijdverbreid was?

Onder de kop: ‘5x wat je écht moet weten over slavernij en racisme’ wordt zonder blikken of blozen beweerd: ‘racisme heeft alles te maken met slavernij’.

Eigenlijk is het scholierenmagazine Slavernij en nu? twee eeuwen te laat gepubliceerd. Het larmoyante verhaal van Tirara en Towo past immers naadloos in de tranentrekkende fictieliteratuur uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Daarin werden feiten en fictie vermengd om het lot van de slaven in de zwartste kleuren te schilderen zoals in De negerhut van Oom Tom. Dat had ten doel het publiek in West-Europa en Noord-Amerika warm te maken voor de afschaffing van de slavernij en de belastingbetaler te overtuigen daaraan een flinke bijdrage te leveren.

Inmiddels is de koloniale slavernij meer dan anderhalve eeuw geleden afgeschaft en sindsdien is er veel onderzoek naar allerlei vormen van onvrije arbeid gedaan. Daarvan is in het magazine van het Rijksmuseum bitter weinig te merken.

Het verhaal van Tirara en Towo zadelt de scholier op met het lang achterhaalde beeld van de slaaf als gedweeë en sullige Sambo, die zich alles laat welgevallen. De nieuwe literatuur heeft juist laten zien dat dit een racistische vertekening is.

Berekeningen laten zien dat de slaven in de Britse West-Indische koloniën er tussen 1750 en 1830 meer dan 40 procent in inkomen op vooruit gingen. Bovendien was dat inkomen beter gespreid dan in Europa, want slaven die nog niet of niet meer konden werken, kregen ook woonruimte, medische verzorging, voedsel en kleding.

OVER DE AUTEUR

Piet Emmer

Piet Emmer is emeritus hoogleraar geschiedenis en onder meer auteur van De geschiedenis van de slavenhandel (Nieuw Amsterdam, 2019).