20210313 Over de psychologie van de samenzweringsontkenner

Ik wil dit stuk bijna één op één delen. Maar ik voeg wat toe. Ik had dit stuk al gelezen bij Off – guardian en vond het erg goed Maar ik had geen tijd en “ruimte” om het delen. Nu ik het weer lees bij Frontnieuws moet ik gewoon de moeite nemen om het te delen.

Een nadere kijk op de klasse die spot.

Hoe komt het dat anderszins volkomen intelligente, weldenkende en rationeel denkende mensen zich verzetten tegen de suggestie dat sociopaten samenspannen om hen te manipuleren en te misleiden? En waarom verdedigen zij dit ongefundeerde standpunt met zoveel felheid?

De geschiedenis geeft een opsomming van de machinaties van leugenaars, dieven, bullebakken en narcisten en hun verwoestende gevolgen. Ook in de moderne tijd zijn er bewijzen in overvloed van corruptie en buitengewoon bedrog, schrijft auteur Tim Foyle op Off Guardian.

Wij weten zonder meer dat politici liegen en hun connecties verbergen en dat ondernemingen stelselmatig blijk geven van een totale minachting voor morele normen – dat corruptie ons omringt.

Wij weten dat de draaideuren tussen het bedrijfsleven en de politiek, het lobbysysteem, corrupte regelgevende instanties, de media en de rechterlijke macht betekenen dat wandaden vrijwel nooit tot een schijn van echte rechtspraak worden gebracht.

Wij weten dat de pers af en toe lawaai maakt over deze zaken, maar ze nooit echt krachtdadig onderzoekt.

Wij weten dat bij de inlichtingendiensten en de rechtshandhaving wandaden op adembenemende schaal aan de orde van de dag zijn en dat ook hier nooit gerechtigheid geschiedt.

Dus wat is het dan precies dat samenzweringsontkenners weigeren te erkennen met zo’n vurigheid, rechtschapenheid en neerbuigendheid? Waarom verdedigen zij, tegen alle bewijzen in, met hoon en minachting de afbrokkelende illusie dat ‘de groten en goeden’ daar ergens boven zitten, alles in de hand hebben, alleen het beste met ons voor hebben, en gewetensvol, wijs en oprecht zijn? Dat de pers het volk en de waarheid dient in plaats van de oplichters? Dat onrechtvaardigheid na onrechtvaardigheid het gevolg is van fouten en vergissingen, en nooit van dat gevreesde woord: samenzwering?

Het punt van onenigheid hier is alleen de kwestie van de schaal. Iemand die oprecht nieuwsgierig is naar de plannen van machtige sociopaten zal zijn nieuwsgierigheid niet beperken tot, bijvoorbeeld, één bedrijf of één natie. Waarom zou hij? Zo’n persoon gaat ervan uit dat dezelfde patronen die lokaal te zien zijn, waarschijnlijk helemaal bovenin de machtsvoedselketen te vinden zijn. Maar de samenzweringsontkenner houdt vol dat dit absurd is.

Waarom?

Het is pijnlijk duidelijk dat de piramidale maatschappelijke en juridische structuren die de mensheid heeft laten ontstaan, precies het soort dominantiehiërarchieën zijn die ongetwijfeld de sociopaat bevoordelen. Een menselijk wezen dat werkt met een normale en gezonde coöperatieve mentaliteit is weinig geneigd deel te nemen aan de strijd die nodig is om een bedrijfs- of politieke ladder te beklimmen.

Dus wat stellen samenzweringsontkenners zich voor dat de 70 miljoen of meer sociopaten in de wereld de hele dag doen, geboren in een “spel”, waarin alle rijkdom en macht zich aan de top van de piramide bevinden, terwijl de meest effectieve attributen om te “winnen” meedogenloosheid en amoraliteit zijn? Hebben ze nooit Monopoly gespeeld?

Sociopaten kiezen hun wereldbeeld niet bewust, en zijn gewoon niet in staat te begrijpen waarom normale mensen zichzelf zo ongelooflijk benadelen door zichzelf te beperken met gewetensnood en empathie, die voor de sociopaat net zo onbegrijpelijk zijn als een wereld zonder die eigenschappen voor een menselijk wezen.

Het enige wat de sociopaat moet doen om te winnen in het spel is publiekelijk liegen terwijl hij privé samenzweert. Wat is er eenvoudiger? In 2021 is het een roekeloze naïviteit die grenst aan krankzinnigheid om te blijven denken dat de wereld waarin wij leven niet grotendeels door deze dynamiek wordt aangedreven. Waar komt zo’n onbedoeld destructieve impuls vandaan?

Het pasgeboren kind stelt een aangeboren vertrouwen in degenen bij wie het zich bevindt – een vertrouwen dat voor het grootste deel in wezen gerechtvaardigd is. Het kind zou anders niet kunnen overleven.

In een gezonde samenleving zou dit diepe instinct evolueren naarmate de psyche zich ontwikkelde. Naarmate het zelfbewustzijn, de cognitieve en redeneervermogens en de scepsis in het individu evolueerden, zou deze aangeboren vertrouwensimpuls verder begrepen worden als een centrale behoefte van de psyche. Gedeelde geloofssystemen zouden bestaan om deze kinderlijke impuls bewust te ontwikkelen en te ontwikkelen om dit vertrouwen ergens bewust te plaatsen – in waarden en geloofsovertuigingen van blijvende betekenis en waarde voor de samenleving, het individu, of, idealiter, beide.

Eerbied en respect voor traditie, natuurkrachten, voorouders, voor rede, waarheid, schoonheid, vrijheid, de aangeboren waarde van het leven, of de initiërende geest van alle dingen, kunnen allemaal worden beschouwd als geldige rustplaatsen waarin we ons vertrouwen en geloof bewust kunnen plaatsen – evenals die welke zijn afgeleid van meer geformaliseerde geloofssystemen.

Ongeacht de weg die men aflegt om zich te ontwikkelen en een persoonlijk geloof te scheppen, is het de eigen bewustwording en kennis van deze aangeboren impuls die hier van belang is. Ik geloof dat dit een diepe verantwoordelijkheid is – om een volwassen geloof te ontwikkelen en te cultiveren – waarvan velen zich, begrijpelijkerwijs, niet bewust zijn.

Wat gebeurt er wanneer er een kinderlijke behoefte in ons leeft die nooit verder is geëvolueerd dan haar oorspronkelijke overlevingsfunctie van het vertrouwen op diegenen in onze omgeving die eenvoudigweg het machtigst zijn; het meest aanwezig en actief? Wanneer we nooit echt onze eigen psyche hebben onderzocht, en diepgaand hebben onderzocht wat we werkelijk geloven en waarom? Wanneer onze motivatie om iets of iemand te vertrouwen niet in twijfel wordt getrokken? Als filosofie wordt overgelaten aan filosofen?

Ik stel voor dat het antwoord eenvoudig is, en dat het bewijs van dit fenomeen en de ravage die het aanricht overal om ons heen te vinden is: de aangeboren impuls om de moeder te vertrouwen evolueert nooit, ontmoet nooit het tegenwicht van de rede (of volwassen geloof) en gaat er nooit mee om, en blijft voor altijd op de ‘standaard’ instelling van de zuigeling.

Terwijl de onvolwassen psyche niet langer afhankelijk is van ouders voor zijn welzijn, blijft de krachtige en motiverende grondgedachte die ik heb beschreven intact: onbetwist, onoverwogen en onontwikkeld. En in een wereld waarin stabiliteit en zekerheid verre herinneringen zijn, blijven deze overlevingsinstincten, in plaats van goed aangescherpt, weloverwogen, relevant, kritisch en bij de tijd, letterlijk die van een baby. Vertrouwen wordt gesteld in de grootste, luidste, meest aanwezige en onbetwistbare kracht die er is, omdat het instinct bepaalt dat het overleven ervan afhangt.

En in deze grote “wereldkinderdagverblijf’” is de meest alomtegenwoordige kracht het netwerk van instellingen die consequent een onverdiende uitstraling hebben van macht, kalmte, deskundigheid, bezorgdheid en stabiliteit.

Volgens mij is dit de manier waarop samenzweringsontkenners in staat zijn zich vast te klampen aan de volslagen onlogische fantasie dat op de een of andere manier – boven een bepaald ongedefinieerd niveau van de maatschappelijke hiërarchie – corruptie, bedrog, kwaadwilligheid en narcisme op mysterieuze wijze verdampen, en deze op agressieve wijze te verdedigen. Dat, in tegenstelling tot hun stelregel, hoe meer macht iemand heeft, hoe meer integriteit hij onvermijdelijk aan de dag zal leggen. Deze arme misleide zielen geloven in wezen dat waar persoonlijke ervaring en voorkennis de gaten in hun wereldbeeld niet kunnen opvullen – kortom, waar een getraliede deur is – pappie en mammie daarachter zitten, uit te zoeken hoe hun kleine lieveling het beste voor altijd comfortabel, gelukkig en veilig kan zijn.

Dit is de kern, de troostende illusie aan de basis van het denken van de samenzweringsontkenners, de vervallen fundering waarop zij een torenhoog kasteel van rechtvaardiging bouwen van waaruit zij hoogmoedig degenen die anders zien, kunnen bespotten en uitschelden.

Dit verklaart waarom de samenzweringsontkenner elke suggestie zal aanvallen dat het zorgverlenende archetype niet langer aanwezig is – dat er sociopaten achter de getraliede deur zitten, die ons allen volslagen minachten of ons volledig negeren. De samenzweringsontkenner zal zo’n suggestie net zo venijnig aanvallen alsof zijn overleving ervan afhangt – wat in zekere zin ook zo is, binnen de opmaak van zijn onbewuste en precaire psyche.

Hun gevoel van welzijn, van veiligheid, van comfort, zelfs van een toekomst, is volledig (en volledig onbewust) geïnvesteerd in deze fantasie. De zuigeling is nooit volwassen geworden, en omdat zij zich hiervan niet bewust zijn, anders dan als een diepe gehechtheid aan hun persoonlijke veiligheid, zullen zij elke bedreiging van dit onbewuste en centrale aspect van hun wereldbeeld heftig aanvallen.

Het vervelende refrein van de samenzweringsontkenner is: “Zo’n groot complot kan er niet zijn”.

Het eenvoudige antwoord aan zo’n zelfbenoemde expert op het gebied van samenzweringen ligt voor de hand: hoe groot?

De grootste ‘medische’ bedrijven ter wereld kunnen tientallen jaren doorgaan met het afhandelen van rechtszaken als gewone bedrijfskosten, voor misdaden die variëren van het verzwijgen van negatieve testresultaten tot meervoudige moorden als gevolg van niet-aangegeven tests tot kolossale milieumisdaden.

Regeringen voeren de gemeenste en meest ondenkbare “experimenten” (misdaden) uit op hun eigen bevolking zonder dat daar consequenties aan verbonden zijn.

Politici liegen ons gewoon in het gezicht, zonder consequenties.

En ga zo maar door. Op welk punt precies wordt een samenzwering zo groot dat ‘ze’ er niet meer mee weg kunnen komen, en waarom? Ik stel dat het op het punt is waar het cognitieve vermogen van de samenzweringsontkenner hapert, en hun onbewuste overlevingsinstinct in werking treedt. Het punt waarop het intellect overweldigd raakt door de omvang van de gebeurtenissen en het instinct zich terugtrekt in het vertrouwde, troostende geloof dat men kent en cultiveert sinds de eerste keer dat iemands lippen de tepel vonden. Het geloof dat iemand anders zich ermee bezighoudt – dat waar de wereld ons onbekend wordt, er een machtig en welwillend menselijk gezag bestaat waarin wij alleen maar onvoorwaardelijk ons vertrouwen hoeven te stellen om eeuwige emotionele zekerheid te garanderen.

Dit gevaarlijke waanidee zou wel eens de centrale factor kunnen zijn die de fysieke veiligheid en de toekomst van de mensheid in de handen van sociopaten legt.

Aan iedereen die de gewoonte heeft om mensen die vragen stellen, onderzoek doen en sceptisch zijn, af te doen als aluminiumfoliehoedjes dragende, paranoïde, wetenschap ontkennende wappies, is de vraag: waar gelooft u in? Waar hebt u uw vertrouwen in gesteld en waarom? Hoe komt het dat, terwijl niemand regeringen vertrouwt, u de opkomende globale bestuursorganisaties zonder meer lijkt te vertrouwen? Hoe is dit rationeel?

Als u vertrouwen stelt in dergelijke organisaties, bedenk dan dat in het moderne globale tijdperk deze organisaties, zo buitengewoon goed gepresenteerd als ze zijn, gewoon grootschaligere manifestaties zijn van de lokale versies waarvan we weten dat we ze niet kunnen vertrouwen. Zij zijn niet onze ouders en geven geen blijk van loyaliteit aan humane waarden. Er is geen enkele reden om ook maar enig vertrouwen in een van hen te stellen.

Als u niet bewust een geloof hebt ontwikkeld of u niet diepgaand hebt afgevraagd waarom u gelooft zoals u doet, kan een dergelijk standpunt misantropisch lijken, maar in werkelijkheid is het het tegendeel. Deze organisaties hebben uw vertrouwen niet verdiend met iets anders dan PR-geld en glanzende leugens. De ware macht blijft, zoals altijd, bij het volk.

Er is een reden waarom boeddhisten sterk adviseren hun vertrouwen te stellen in de Dharma, of de natuurlijke wet van het leven, in plaats van in personen, en dat soortgelijke refreinen gebruikelijk zijn in andere geloofssystemen.

(Nb. Dharma is de natuurwet. De wet die God heeft ingesteld. Dharma is jouw bestemming. Het is hetzelfde wat Jezus, die de Christus was, aan de mensen leerde. Om die natuurwet die God bedoeld had als leefregel onder de mensen te laten gelden hebben alle leefgroepen in de wereld de gulden regel die het mogelijk maakt binnen de “stam” te leven.

Je kunt de eenheid bevorderen met hulp van de gulden regel:

“Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doet dat ook aan een ander niet”

Bij de Indianen:

Grote Geest, geef dat ik mijn buurman niet beoordeel voor ik een mijl in zijn mocassins heb gelopen.

In het Boeddhisme:

Op vijf manieren behoort een lid van een stam zijn vrienden en bekenden van dienst te zijn: met edelmoedigheid, hoffelijkheid, welwillendheid, door hen te behandelen zoals hij zichzelf behandelt, en zijn woord gestand te doen.

Christendom:

Alles nu wat gij wilt dat U de mensen doen, doet gij hen ook allus, want dit is de wet en de profe­ten.

Confucianisme:

“Is er enig woord”, vroeg Tzû Kung, “dat als blijvende leefregel kan dienen?” De Meester antwoordde: “Is Sympathie niet dat woord? Doe niet aan anderen wat U voor Uzelf niet wenst.”

Griekse Filosofie:

Doe niet aan anderen wat Uzelf niet wenst te ondergaan,

ISOCRATES

Behandel Uw vrienden zoals U door hen behandeld wilt worden.

ARISTOTELES

Hindoeïsme:

Men moet zich jegens anderen niet gedragen op een manier, die ons onaangenaam zou zijn. Dit is het wezen van de plicht (dharma). Al het overige komt voort uit zelfzuchtig begeren.

Door de machthebbers worden over de hele wereld hechte groepen uit elkaar gehaald, De mensheid is op drift, natuurlijke groepen funtioneren bijna niet meer en op de hele wereldpopulatie wordt dezelfde verstikkende deken van leugens neergelegd.)

Macht corrumpeert. En in de wereld van vandaag zou misplaatst en ongefundeerd vertrouwen wel eens een van de grootste bronnen van macht kunnen zijn die er is.

Grootschalige criminele samenzweringen bestaan. Het bewijs is overweldigend. De omvang van de huidige complotten is onbekend, maar er is geen reden om aan te nemen dat in het nieuwe wereldtijdperk het sociopathische streven naar macht of het bezit van de middelen om die te bereiken, afneemt. Zeker niet zolang afwijkende meningen worden bespot en tot zwijgen worden gecensureerd door poortwachters, “nuttige idioten” en samenzweringsontkenners, die in feite rechtstreeks samenspannen met de sociopathische agenda door hun niet aflatende aanval op degenen die een licht willen schijnen op wandaden.

Het is de dringende verantwoordelijkheid van ieder menselijk wezen om sociopathische agenda’s aan de kaak te stellen, waar ze ook bestaan – en nooit om degenen aan te vallen die dat proberen te doen.

Het is nu meer dan ooit tijd om kinderachtige dingen en kinderlijke impulsen opzij te zetten en als volwassenen op te staan om de toekomst te beschermen van de kinderen die geen andere keuze hebben dan ons hun leven toe te vertrouwen.

Dit essay heeft zich geconcentreerd op wat ik beschouw als de diepste psychologische drijfveer van samenzweringsontkenning.

Er zijn er zeker nog andere, zoals het verlangen om geaccepteerd te worden; het vermijden van kennis van en betrokkenheid bij de interne en externe schaduw; het behoud van een positief en rechtschapen zelfbeeld: een veralgemeende versie van het ‘flying monkey’-fenomeen , waarbij een zelfzuchtige en wrede klasse zichzelf beschermt door zich rond de bullebak te scharen; de subtiele onbewuste overname van het sociopathische wereldbeeld (b.v. “de mensheid is het virus”); verontwaardigingsverslaving / superioriteitscomplex / statusspelletjes; een afgestompt of weinig ambitieus intellect dat bevestiging vindt in het handhaven van de status quo; het dissociatieve beschermingsmechanisme dat erin bestaat zich voor te stellen dat misdaden en gruwelen die tijdens ons leven herhaaldelijk worden begaan, op de een of andere manier niet nu, niet “hier” plaatsvinden; en gewone ouderwetse luiheid en lafheid.

Mijn suggestie is dat, tot op zekere hoogte, al deze zaken voortbouwen op het fundament van de primaire oorzaak die ik hier heb geschetst.

Zie ook mijn nadenkertje 05 over Cognitieve dissonantie

Zie ook mijn nadenkertje 06 over kakistocratie en kakocratie