Nadenkertje 10

Meestal zijn jonge mensen vol enthousiasme en hoop over het leven dat voor hen ligt. Zo niet Sid Lukkassen, die, geboren in 1987, in zijn boek ‘De democratie en haar media’ een scherpe blik toont voor de gebrekkige samenwerking tussen de kiezers en hun vertegenwoordigers in de huidige democratie. Het boek eindigt met de metafoor van de verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht. Vanaf het begin tot het einde werkt het boek naar deze metafoor toe.

Het is ook geen detective waarvan je de clou niet mag verraden; het is een boek dat vanuit filosofische grondslagen onderzoekt waarom de communicatie tussen burgers in de overheid en burgers buiten de overheid niet wil leiden tot het geluk dat volgens Aristoteles het uiteindelijke levensdoel is.

De drie hoofddelen van het boek

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!

Het boek is grofweg in te delen in 3 delen (hoewel ze niet volledig binnen de hoofdstukken zijn te scheiden): Het eerste deel omvat de eerste 3 hoofdstukken en behandelt meerdere filosofen, zoals Rousseau, Rosanvallon, Nida-Rümelin, Ortega y Gasset, Crouch, en Byung-Chul Han. Deze filosofen uit de 18e, 19e en 20e eeuw worden na en naast elkaar behandeld. Zonder de onvermijdelijke complexiteit te ontwijken maakt het boek veel duidelijk. Weliswaar zijn er beperkingen bij de oudere filosofen merkbaar – omdat hun wereld nou eenmaal scherp verschilt van de onze – maar tegelijk blijkt ook dat de kern van hun bevindingen in grote mate overeind blijft. De mens heeft nu immers wel meer mogelijkheden voor communicatie, maar is en blijft nog steeds mens. Het is hierom mogelijk om Plato en Rawls naast elkaar te zetten al zitten er 23 eeuwen tussen hun levens.

Het tweede deel omsluit de hoofdstukken 4 t/m 7: hierin ligt het accent, vanuit deze filosofische beschouwingen en vergelijkingen, op de praktische uitwerking van de hedendaagse communicatiemogelijkheden op de democratie van vandaag. Gelardeerd met herkenbare en actuele voorbeelden maken de filosofische inzichten duidelijk hoe democratie zich in de praktijk ontwikkelde tot een kakofonie van stemmen en meningen in deze 21e eeuw.

Tenslotte is er het laatste hoofdstuk waarin aan de hand van 19 stellingen een ultieme invulling wordt gegeven aan hetgeen in het tweede deel al was voorbereid en waarin ook de filosofische fundamenten uit het eerste deel feilloos verweven zijn. Hier heeft de filosoof zijn ivoren toren verlaten en bewijst hij dat alle wijsheid uit deze ivoren toren naadloos terugkomt in de wereld waarin wij – eenvoudige mensen – onze rijke samenleving overdacht en onomkeerbaar naar de verdoemenis helpen.

Kan een democratie de eigen bestaansvoorwaarden zeker stellen?

Om de rode draad in zijn boek te borgen onderzoekt Lukkassen twee vragen: “Is het mogelijk dat een liberaal-democratische samenleving moreel kapitaal als burgerdeugd en vrijheidsliefde kan garanderen” en de vraag of het mogelijk is “dat de representatieve democratie is gebaseerd op communicatieve voorwaarden die deze democratie zelf maar in beperkte mate kan waarborgen.”

Lukkassen wijst hierbij met name op het belang van een mate van Öffentlichkeit (of public sphere) om te garanderen dat op deze vragen een positief antwoord gegeven kan worden. Het boek onderbouwt vervolgens dat deze mate van Öffentlichkeit in meerdere opzichten ontbreekt, waardoor dit positieve antwoord onvermijdelijk uit moet blijven.

Soundbites bevorderen vluchtige conclusies

Zo wijst hij onder meer op de grote ophef in het Midden-Oosten over het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Deze ophef draaide puur rond beeldvorming, aangezien dit boek in dat deel van de wereld niet te koop was en dus niet werd gelezen. Het is één van de vele voorbeelden van beeldcultuur in dit boek. Een vergelijkbaar punt maakt hij met het simulacrum: een kopie van een origineel dat nooit bestaan heeft. Hierdoor kan – ook in onze open democratie – een bestaand beeld worden vervormd door (of tot) een soundbite. En terwijl het origineel beschikbaar is om te beoordelen richt de massa zich op het beeld dat is geschapen door het verkorte (en vaak: verknipte) bericht.

Zo neemt Lukkassen ons mee in een samenspel tussen deliberatie en acceleratie. Overpeinzing en vluchtigheid. Doordachte studies en vluchtige conclusies. Een samenspel waarin de menselijke geest onverbiddelijk wordt doorgrond in haar fatale zucht naar onlogische keuzes.

Het meest opmerkelijke van het boek is echter dat Lukkassen met dit boek zijn eigen ongelijk bewijst. Waar hij in alle geledingen van het boek aantoont dat grondig, inhoudelijk onderzoek het aflegt tegen soundbites en andere vormen van Twitter-geweld, doet hij dat in de hoge mate van deskundigheid, eruditie en grondigheid. De kwaliteiten waarvan hij aantoont dat ze in onze wereld geen schijn van kans hebben om gehoord te worden. Daarbij ondersteunt hij de kracht van het boek door columns en podcasts (verspreid via Facebook en e-mail) waarin niet alleen eenzelfde grondigheid aanwezig is, maar zelfs de poging tot vluchtigheid ontbreekt terwijl deze gremia zich juist uitstekend lenen voor vluchtigheid.

Het boek kan ons juist redden van de ondergang

Juist hierdoor ben ik van mening dat dit boek een basis legt die uitdaagt om steeds opnieuw te bestuderen en doordenken en daarmee bijdraagt aan de kracht van de samenleving waar hij zoveel zorgen over heeft. Hoewel Lukkassen zelf ongetwijfeld zou tegenwerpen dat deze visies structureel worden vermeden bij de breder bekeken programma’s, zoals die van Pauw, Jinek, Humberto Tan en Matthijs van Nieuwkerk. En dat zelfs de kranten deze bevindingen mijden, omdat de boodschap niet past in een links-liberaal tsjakka-optimisme, noch in de inmiddels van links tot rechts gedeelde veronderstellingen van techno-hedonisme, de kneedbare persoonlijkheid en de maakbare samenleving. Kortom, Lukkassen zou er op wijzen dat zijn inzichten niet doordringen tot een politieke werkelijkheid die meer door baantjes, vriendjes en korte lijntjes met het bedrijfsleven wordt bepaald dan door ethische principes of een vorming die deels op cultuurhistorische kennis berust.

Nu moet de koper van het boek zich voorbereiden op een forse intellectuele inspanning – in het begin zet het boek de grondbegrippen en stellingen uiteen en leest daarna prettig weg. Deze inspanning is het zeker waard omdat de lezer wordt gestimuleerd c.q. gedwongen om een strakker beeld te krijgen van de opbouw van ons onbewuste besef van communicatieve mogelijkheden.

Conclusie: het boek helpt ons een kloof te overbruggen

Lukkassen legt scherp de vinger op de scheiding tussen de massa en de leiders van een staat. Leiders zijn in staat om de waarde van dit soort grondige studies te (h)erkennen; juist door de kracht ervan toe te passen in hun handelen kunnen zij de twitterende burger leiden naar een krachtige samenleving. Zo kan juist dit boek voorkomen dat onze samenleving eindigt in het doembeeld van een verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht; een waarschuwing die Lukkassen ons vanaf de eerste bladzijde voorhoudt.

N.a.v. Sid Lukkassen, De democratie en haar media (Groningen: De Blauwe Tijger, 2017) paperback met flappen, 400 pagina’s.

Dit delen:

Over ismen 2 (en recht)

Over veel ismen is veel te zeggen.

Het terrorisme en het zionisme en de onderdrukking van het individu komen samen in de aanslag op de Twin Towers in de V.S. op 11 september 2001 en de nasleep daarvan.

De verdoezeling is het meest essentiële deel van de terreurdaad 9-11, omdat de echte meesterbreinen achter het terrorisme een vals verhaal aan de misdaad kunnen ophangen. Het valse verhaal is van tevoren ontworpen en voorbereid om de mensen te misleiden en de publieke opinie in overeenstemming te brengen met de echte agenda achter de terreuroperatie. Het meest voor de hand liggende deel van de 9-11-agenda was het lanceren van de Global War on Terror, die de langste en duurste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis is geworden. Sinds 9-11 zijn miljarden dollars verspild aan oorlogen in het Midden-Oosten waarin er geen echte Amerikaanse belangen te verdedigen waren of waar voordelen voor het Amerikaanse volk te behalen waren. En partners zijn “gedwongen” mee te doen, ook al waren de gevolgen voor de gwone bevolkingen.Hier komt het kwade gezicht van het globalisme in zijn volle glorie te voorschijn. Samen met de valse verhalen over de klimaatveranderingen en de “oorlog tegen het extremisme” wordt de echte oorlog tegen het gewone individu van elk land gevoerd. Zijn rechten worden hem steeds meer ontnomen en zijn gevangeniscel steeds benauwder. Hij wordt steeds meer gecontroleerde slaaf van de “elite”.

Met de nieuwe wetten voor de oorlog tegen het terrorisme komen de rechten van de individuen in de knel. De mens verliest zijn fundamentele vrijheden zoals vrijheid van meningsuiting en hij kan altijd te allen tijde overal gecontroleerd worden. Sluipenderwijs worden zijn rechten ingeperkt.

En als je kritiek hebt, wordt bijna alles tegenwoordig al snel afgedaan met antisemitisme en dan wordt elke discussie gesmoord. Of er wordt geschermd met “fobie” en dat wordt allemaal strafbaar gemaakt.

Het christendom heeft de voedingsbodem gelegd voor het ontstaan van de moderne kijk op de mens en het recht op zijn bestaan. Omdat het als eerste de mens als individu heeft erkend. In de bijbel wordt namelijk de waardigheid van ieder afzonderlijk mens benoemd. “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen, u bent allen één in Christus Jezus” (Paulus in de brief aan de Galaten 3,28).Het duurde lang eer Europa en vervolgens andere delen van de wereld dit inzicht van principiële gelijkwaardigheid hebben laten doordringen maar het veranderde de gewoonten, moraal en wetgeving in Europa op een grondige manier. De basisingrediënten van die revolutie waren er dus al aan het begin van onze jaartelling. En ze zijn via en dankzij middeleeuwse theologen en juristen doorgedrongen tot in onze geïndividualiseerde tijd. En de Griekse filosofen dan? Bij hen draaide het vooral om de familie, om de gemeenschap. (dat zien we ook in niet christelijke samenlevingen zoals bij tribale smaenlevingen waarin veel moslims leven) We kunnen ons dat nu niet meer zo goed voorstellen. Als wij iemand ontmoeten, zien we diegene als individueel persoon, met eigen rechten. In de oudheid waren individu, religie en familie echter onlosmakelijk aan elkaar verbonden, waarbij er een ingebakken hiërarchie was. Daarbij gold: vrouwen, slaven en vreemdelingen waren minder gelijk dan anderen.

Paulus zette de wereld op zijn kop door de morele gelijkheid van ieder mens te beklemtonen. En die focus op gelijkwaardigheid wint na hem langzamerhand steeds meer terrein. Allereerst vindt het een plek in het leven van de eerste christenen. Armen krijgen net als iedereen brood en wijn aan het avondmaal, voor alle zielen moet worden gezorgd. Met de monniken krijgt het individuele geweten meer gewicht, ook dat van vrouwen en slaven. En zo ontwikkelt zich het besef van gelijkwaardigheid van ieder individu en begint een nieuwe orde te ontstaan waarin sociale rollen secundair zijn. Ieder mens heeft namelijk gelijkelijk deel aan Christus.

Door de opkomst van het christendom ontwikkelde zich een scheiding van geestelijke en wereldlijke macht. De keizer werd niet meer als almachtige god gezien. (als je katholiek bent opgevoed heb je geleerd dat keizer Constantijn goed was voor de christenen en zelf christen werd. Hij was echter juist uit op behoud van macht en op behoud van oude Romeinse godsdienstige rituelen. Deze werden verweven in het rooms katholicisme).

De middeleeuwers bouwden voort op het Romeinse recht. Nieuw is echter dat specifiek “christelijke intuïties” doorwerken, wat zich uit in de morele waarden die wordt gegeven aan het individu.

Onze rechtsstaat is niet iets van na de Verlichting en de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid, broederschap) maar van veel eerder.

Overal waar christelijke idealen algemeen worden aanvaard en hun praktijk oprecht wordt geprobeerd, is er een dynamische vrijheid; en overal waar het christendom is genegeerd of verworpen, vervolgd of geketend aan de staat, is er tirannie. Daarom ook is het christendom de vijand van de “elite”, van de “illuminatie” heersers.

Deze bewering heeft geen zin als het 1ste- eeuwse christendom, een individueel geloofssysteem zonder formele organisatie, wordt gelijkgesteld met tirannieke collectivistische religieuze organisaties zoals de rooms-katholieke kerk. Rooms-katholicisme komt voort uit de heidense cultus van o.a. het mithraïsme en de verering van baäl. Het heeft niets met het oorspronkelijke orthodoxe christendom te maken. het orthodoxe christendom, zoals we dat nu nog kennen bij sommoge protsetante denomianties en bij de orthodox-christelijke kerken in oost Europa en Rusland. Daarom moeten die landen ook kapot. Daarom ook zijn christelijke organisaties geïnfiltreerd.

Omdat organisaties zoals de katholieke kerk gruwelijke onrechtvaardigheden hebben begaan, rechtvaardigt dit niet de veroordeling van de orthodox-christelijke waarden die ons westerse rechtssysteem hebben beïnvloed..

Atheïsme ondermijnt het idee van een hogere morele wet. Het moedigt relativisme aan: het ontkennen van absolute waarheid en morele code. Zonder absolute waarden wordt moraliteit bepaald door sociale normen en individuele discretie, en mensen hebben geen gevoel voor morele verplichting. Atheïsten geloven dat de betekenis van het leven voor het grootste aantal aards geluk is, niet redding. Helvetius pleitte voor zelfliefde en gewaardeerde acties voor openbaar utilitair (voor het algemeen nut) gebruik.

Darwinisme was een pro-eugenetische politieke beweging die het bestaan van God ontkende, veronderstelde dat mensen uit dieren evolueerden en wet en gerechtigheid beschouwden als het product van de wil van de mens die met de tijd evolueert met veranderende sociale waarden en conventies. (Darwinisme was een “uitvinding” van de illuminatie/vrijmetselaars)

Darwinisme beïnvloedde het Maxisme en het Nazisme. Het heeft ook invloed gehad op het seculier humanisme, dat op dezelfde manier veronderstelt dat alleen de natuur en de materiële wereld bestaan, en dat mensen zich ontwikkelen naar perfectie. Deze theorieën verwerpen de natuurwet en een absolute morele code. Ze baseren moraliteit op de aard van menselijke interactie.

Darwinisme heeft het positivisme beïnvloed. Het positivisme is de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren. Kennis kan dus enkel verworven worden door het correct toepassen van de wetenschappelijke methode en hierdoor wordt elke klassieke vorm van metafysica en andere kennisgronden verworpen: kennis is alleen mogelijk aangaande de wereld der verschijnselen. De term duidt op een filosofie die zich enkel op waarneembare feiten baseert

Theoretici geloofden dat wetten logisch zijn geformuleerd door de staat om te voldoen aan de veranderende behoeften van de samenleving. Ze ondersteunen wetten die de meerderheid ten goede komen, waardoor gerechtigheid fluctueert met politieke grillen. Het idee dat wet door mensen gemaakt is, scheidt het van moraliteit.

Als je God en de natuurlijke wet verwerpt en de wetten verklaart als een product van menselijke wil en rede, kracht en sociale strijd staat de weg naar tirannie open. Dan zijn de rechtbanken meer bezig met regels en veeleisende procedurele rechtvaardigheid dan met de ethische implicaties van de wet. Het negeert individuele rechten, natuurlijke gerechtigheid en billijkheid van uitkomsten. Het willekeurige karakter ervan maakt ons rechtsstelsel vatbaar voor tirannie.

Het marxisme had invloed op hedendaagse theorieën, waaronder radicaal feminisme, kritische juridische studies en rassentheorie. Deze theorieën zijn het erover eens dat de realiteit sociaal is geconstrueerd om macht te creëren en te behouden . Ze beschouwen het praten over gerechtigheid, universele waarheid of objectieve kennis als blanke patriarchale pogingen om politieke macht over minderheidsgroepen te verkrijgen. Ze zien de wet als een sociaal geconstrueerd instrument voor politiek gewin. Ze zijn pro-sociale rechtvaardigheid voor linkse politieke doeleinden. Hun doel is niet het creëren van een algemeen rechtssysteem of een efficiënte regering, maar het aanmoedigen van minderheidsgroepen om radicale politieke verandering na te streven.

Feminisme, rassenrechtstheorie, dialectisch materialisme, fascisme, kritische juridische studies, socialisme, deconstructie, postmodernisme, ecologische jurisprudentie en elke theorie die staatseigendom en vermogensverdeling voorstaat zijn allemaal vormen van collectivistische ideologie . Collectivisme beweert dat individualiteit een sociaal geconstrueerd fenomeen is, omdat individuen niet in de staat van de natuur bestonden. Collectivisme is een politiek-economische beweging die individuen aan een groep onderwerpt en onderlinge afhankelijkheid afdwingt. ( Mensen zijn gegroepeerd op geslacht, ras, klasse, enz.) En deze groepsidentiteit bepaalt of individueel gedrag goed of fout is. Bijgevolg wordt moraliteit bepaald door onze gemeenschappelijke menselijkheid .

De betekenis van rechten is aangepast aan collectivistische vooringenomenheid. Onvervreemdbare, individuele rechten zijn opnieuw geïnterpreteerd als rechten van een minderheidsgroep. Omdat individuele rechten zijn gedevalueerd en de wet niet is vastgelegd, worden individuele rechten tenietgedaan door een willekeurige regering die evengoed in staat is rechten te schenden, maar ook te implementeren.

Historisch gezien gaat ontkenning van individuele rechten vooraf aan totalitarisme.

Als je God en de individuele natuurrechten loslaat en alles overlaat aan het collectivisme vervalt vaak de rechtvaardigheid. We zien het om ons heen gebeuren.

Als God niet meer meedoet, is alles geoorloofd. We zagen het eerder bij communisme, stalinisme, nazisime. Het communisme van Mao en Pol Pot. Ook nu leven we eigenlijk al in een cultureel marxistische maatschappij. De “groene” en linkse partijen en zogenaamde ngo’s ontwikkelen zich steeds meer tot de big brother. Zij weten niet dat zij slechts poppen aan het touw zijn.

“Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderwijs. Want er zal een tijd komen, dat zij het gezonde onderwijs niet zullen verdragen, maar zij zoeken wat hun gehoor streelt en zullen voor zichzelf leraars bijeenrapen naar hun eigen begeerten” 2 Tim. 4:1-5

“Ons grootste streven moet zijn om vrije menselijke wezens te ontwikkelen die in staat zijn doel en richting aan hun leven te geven. De behoefte aan verbeeldingskracht, een gevoel van waarheid en een gevoel van verantwoordelijkheid – deze drie krachten moeten het doel zijn van educatie.” Rudolf Steiner

Larry Siedentop, Inventing the Individual, The Origins of Western Liberalism, Harvard University Press Cambridge, 2014

Larry Siedentop: ‘Mensen in het Westen willen respect’

Het werk van politiek filosoof Larry Siedentop (82) wordt gelezen door koningen en premiers. Zijn boodschap? ‘De representatieve, liberale democratie loopt gevaar.’

Bronnen: “Ehud Barak, voorzitter en investeerder,” Raad van Bestuur van Carbyne, Carbyne911.com

https://carbyne911.com/team/ehud-barak/

https://www.abeldanger.org/who-is-going-to-assist-us-in-dismantling-big-brother/

https://creation.com/deconstructing-darwin-darwins-impact

https://fenixx.org/2019/09/22/in-duitsland-helpen-joodse-fondsen-reddingsmissies-van-mediterrane-migranten-overeind-te-houden/

http://www.wimjongman.nl/nieuws/2019/wereldwijde-religie.html

http://www.verhoevenmarc.be/PDF/homo-deus.pdf

https://creation.com/the-humanist-apostles-creed

Nadenkertje 09

Nog eens over gaslighting:

“Gaslighting” is een mind-control techniek die door individuen en overheden wordt gebruikt om controle te krijgen of te behouden door slachtoffers hun eigen gezond verstand te laten betwijfelen en zich daarbij te onderwerpen aan autoritaire heerschappij. Het is een veel voorkomende tactiek van misbruikers, dictators, narcisten en cultleiders. Als het langzaam gebeurt, realiseren slachtoffers zich niet hoeveel hun cognitieve vermogens aangetast zijn. Slachtoffers zijn weerloos, wat verklaart waarom de resultaten verwoestend kunnen zijn.

Een meer psychologische definitie van “gaslicht” is “een toenemende frequentie van het systematisch achterhouden van feitelijke informatie aan en / of het verstrekken van valse informatie aan het slachtoffer – met het geleidelijke effect dat ze angstig, verward en minder in staat zijn om hun eigen geheugen en perceptie te vertrouwen . Iets doen om iemand van streek te maken, wachten tot hij reageert en dan doen alsof hij onwetend is en zegt “wat?” wat heb ik gedaan?”

Voorbeelden:

9-11. Het is duidelijk dat geen enkel vliegtuig WTC 7 of het Pentagon raakte. Waarschijnlijk heeft geen enkel vliegtuig het WTC geraakt. Het publiek wordt gedwongen duidelijke leugens te accepteren. Hetzelfde geldt voor de moorden op JFK en Robert Kennedy. Verslaggever op site- “Geen bewijs dat een vliegtuig ergens in de buurt van het Pentagon is neergestort.” (Later werd McIntyre gedwongen zijn rapport te herropen).Als vliegtuigbrandstof de dubbele torens neerhaalt, waarom sterven de eerste reddingswerkers dan aan kanker veroorzaakt door straling ?

De aanval op geslacht. De mensenrechten van 98% van de bevolking worden voortdurend aangevallen, maar de ‘rechten’ van afwijkende minderheden zijn de enige die ertoe doen. Het is duidelijk dat ze worden gebruikt als voorwendsel om de heteroseksuele meerderheid aan te vallen en te ondermijnen. Andere voorbeelden van gendergaslighting zijn gemengde wc’s.

De aanval op blanke meerderheden.

“White supremacism” – Er is geen Chinees supremacisme in China; Japans supremacisme in Japan of joods supremacisme of wat dan ook.

Derde wereld immigratie

Antifa-agressie en provocaties, verdorvenheid en degeneratie in de publieke sfeer, het herschrijven van de geschiedenis.