20210329 Over de lijdensweek

Bij de profeten lees ik dit:

Jesaja 14, 12-23 (Het boek van de profeet Jesaja (HSV))

12Hoe bent u uit de hemel gevallen,

morgenster, zoon van de dageraad!

U ligt geveld op de aarde,

overwinnaar over de heidenvolken!

13En ú zei in uw hart:

Ik zal opstijgen naar de hemel;

tot boven Gods sterren

zal ik mijn troon verheffen,

ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting

aan de noordzijde.

14Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten,

ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste.

15Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort,

in het diepst van de kuil!I

16Wie u zien, kijken u aan

en letten op u:

Is dit nu die man die de aarde deed sidderen,

die koninkrijken deed beven,

17die van de wereld een woestijn maakte,

haar steden met de grond gelijkmaakte,

zijn gevangenen niet losliet om naar huis te gaan?

18Alle koningen van de heidenvolken,

allen rusten zij in ere,

ieder in zijn huis.

19Maar ú bent weggeworpen, ver van uw graf,

als een verafschuwde loot

bedolven onder gedoden, die met het zwaard zijn doorstoken

en neergedaald in een steengroeve;

u bent als een lijk dat is vertrapt.

20U zult in het graf niet met hen verenigd worden,

want u hebt uw land te gronde gericht

en uw volk gedood.

Voor eeuwig zal niet meer genoemd worden

het nageslacht van de kwaaddoeners.

21Maak de slachtbank voor zijn kinderen gereed

vanwege de ongerechtigheid van hun vaders,

zodat zij niet meer opstaan, de aarde in bezit nemen

en het wereldoppervlak vullen met steden.

22Zo zal Ik tegen hen opstaan,

spreekt de HEERE van de legermachten.

Ik zal van Babel naam en overblijfsel uitroeien,

zoon en kleinzoon, spreekt de HEERE.

23Ik zal het maken tot een bezit voor nachtuilen

en tot waterpoelen;

Ik zal het wegvagen met de veger van het verderf,

spreekt de HEERE van de legermachten.

Jesaja 53, 1-6: (Het boek van de profeet Jesaja (HSV))

1Wie heeft onze prediking geloofd,

en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?

2Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,

als een wortel uit dorre aarde.

Gestalte of glorie had Hij niet;

als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.

3Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen,

een Man van smarten, bekend met ziekte,

en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;

Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.

4Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,

onze smarten heeft Hij gedragen.

Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,

door God geslagen en verdrukt.

5Maar Hij is om onze overtredingen verwond,

om onze ongerechtigheden verbrijzeld.

De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,

en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

6Wij dwaalden allen als schapen,

wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.

Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen

op Hem doen neerkomen.

Jeremia 17, 13-18 (Het boek van de profeet Jeremia (HSV))

13HEERE, Hoop van Israël,

allen die U verlaten, zullen beschaamd worden.

Wie zich van mij afkeren, zullen in de aarde worden geschreven,

want zij hebben de bron van het levende water, de HEERE, verlaten.

14Genees mij, HEERE, en ik zal genezen worden,

verlos mij, en ik zal verlost worden, (red mij)

want U bent mijn lofzang.

15Zie, zij zeggen tegen mij:

Waar is het woord van de HEERE? Laat het toch uitkomen! (laat het komen)

16Wat mij betreft, ik heb niet meer aangedrongen dan een herder achter U betaamde,

naar een onheilsdag heb ik niet verlangd.

U weet Zelf wat over mijn lippen kwam,

het was voor Uw aangezicht.

17Wees mij niet tot een verschrikking,

U bent mijn toevlucht op een dag van onheil.

18Laten mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden.

Laten zij ontsteld zijn, maar laat mij niet ontsteld zijn.

Breng over hen een dag van onheil,

breek ze met een dubbele verbreking.

De morgenster van Jesaja is lucifer en met zijn verraad is het lijden begonnen.

De uiteindelijke trouweloosheid van lucifer is het verraden van God, zijn Schepper en van Zijn Schepping. Nu leven we in zijn wereld waarin samenzweren het nieuw normaal geworden is. Babel van Jesaja is babel van nu. Er is toen en nu gewaarschuwd maar de profeten werden niet geëerd maar vervolgd. De waarheid mag nu niet verkondigd worden want censuur tiert welig. En Christenen zijn de meest vervolgde mensen op aarde.

Met de komst van lucifer was het Offer van Jezus de noodzakelijke verzoening geworden voor God en de gevallen mens die in de greep bleef van de verleidingen en misleidingen van de satan. Jesaja 53, 1-6 is een profetie over het de komst van Jezus en Zijn Lijden. Maar wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. (Mattheüs 7, 13-14: De nauwe poort:

13Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan;

14maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.)

Wat er ook verteld en geleerd wordt, de mens blijft gevoelig voor de lust en de mammon. Dit brengt het lijden in de wereld.

Wie ook de pionnen zijn voor de satan, de mens moet zich uit die klauwen bevrijden.

De Lijdensweek is een Goede Week om hier bij stil te staan.