20210219 Over slavernij 4

Herbloggen om het zoveel mogelijk vast te leggen en kennis te verspreiden.

Tentoonstelling Rijksmuseum geeft een te beperkt beeld van de slavernij

Door PIET EMMER

Uit het artikel:

…Vorig jaar zou in het Rijksmuseum een tentoonstelling worden ingericht over een historisch onderwerp: de slavernij. Het museum wil namelijk niet alleen een kunstmuseum zijn, maar ook hét nationale geschiedenismuseum. De corona-pandemie gooide echter roet in het eten, maar ‘het Rijks’ hoopt nu dat de slavernijtentoonstelling in de loop van dit jaar kan worden geopend. Inmiddels is er wel een tentoonstellingswebsite, waaruit valt op te maken dat de expositie zich voornamelijk zal beperken tot achtergrondinformatie bij een aantal voorwerpen. Dat maakt de slavernij misschien wel heel tastbaar, maar deze werkwijze bergt het gevaar in zich dat veel belangrijke aspecten van de slavernij letterlijk buiten beeld blijven.

Lees verder bij het artikel.

Lees daar ook:

Slavernijtentoonstelling verzwijgt de Nederlandse slaven

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum zegt de Nederlandse slavernijgeschiedenis te behandelen. Het museum verzwijgt echter een belangrijke categorie van slavernij die in dezelfde periode grote impact heeft gehad op de Nederlandse bevolking.

Historici besteden in de 21ste eeuw extra aandacht aan slavernijgeschiedenis. In de praktijk gaat het alleen om slavernij door westerse landen, waarbij anderen slachtoffer werden. De islamitische slavernij, met miljoenen Europeanen als slachtoffers, wordt om politiek-ideologische redenen genegeerd.

Moslims hebben vanaf de 8ste tot en met de 20ste eeuw Europeanen gevangen en als slaven gehouden en verhandeld. Vooral bewoners in Zuid-, Oost- en Zuidoost-Europa werden belaagd. Tot in de 20ste eeuw was nog bekend dat ook veel Nederlanders slachtoffer zijn geworden van islamitische slavernij. Sinds het begin van de 21ste eeuw wordt dit aspect van de geschiedenis door historici verdraaid, gebagatelliseerd of genegeerd. Deze inconsequente behandeling van de geschiedenis wringt.

Lees verder bij het artikel

En zoals de moslim achtergrond van de slavenhandel wordt verzwegen zo wordt ook de joodse rol nooit of maar zelden belicht

Over: Joodse betrokkenheid bij zwarte slavenhandel naar Amerika door Rabbi Marc Lee Raphael

Uit het artikel:

…De volgende passages zijn afkomstig uit Dr. Raphael’s boek Joden en Jodendom in de Verenigde Staten: A Documentary History (New York: Behrman House, Inc., Pub, 1983), pp. 14, 23-25.

‘Joden namen ook actief deel aan de Nederlandse koloniale slavenhandel; inderdaad, de statuten van de gemeenten Recife en Mauricia (1648) bevatten een imposta (joodse belasting) van vijf soldos voor elke negerslaaf die een Braziliaanse Jood kocht van de West-Indische Compagnie. Slavenveilingen werden uitgesteld als ze vielen op een joodse feestdag. In Curaçao in de zeventiende eeuw, evenals in de Britse koloniën Barbados en Jamaica in de achttiende eeuw, speelden joodse kooplieden een belangrijke rol in de slavenhandel. in alle Amerikaanse koloniën, of het nu Franse (Martinique), Britse of Nederlandse waren, domineerden Joodse kooplieden vaak.

‘Dit gold niet minder voor het Noord-Amerikaanse vasteland, waar in de achttiende eeuw joden deelnamen aan de’ driehoekshandel ‘die slaven uit Afrika naar West-Indië bracht en ze daar ruilde voor melasse, die op zijn beurt werd meegenomen naar New England en omgezet in rum voor verkoop in Afrika. Isaac Da Costa uit Charleston in de jaren 1750, David Franks uit Philadelphia in de jaren 1760 en Aaron Lopez uit Newport in de late jaren 1760 en begin 1770 domineerden de Joodse slavenhandel op het Amerikaanse continent. “…

…In het midden van de zeventiende eeuw kwamen groepen joden in Suriname aan, nadat de Portugezen de controle over Noord-Brazilië herwonnen. In 1694, zevenentwintig jaar nadat de Britten Suriname aan de Nederlanders hadden overgegeven, waren er ongeveer 100 joodse gezinnen en vijftig alleenstaande joden, of ongeveer 570 personen. Ze bezaten meer dan veertig landgoederen en 9.000 slaven, droegen 25.905 pond suiker bij als geschenk voor de bouw van een ziekenhuis en voerden een actieve handel met Newport en andere koloniale havens. Tegen 1730 bezaten Joden 115 plantages en maakten ze een groot deel uit van een suikerexportbedrijf dat alleen al in 1730 21.680.000 pond suiker naar de Europese en Nieuwe Wereldmarkten stuurde.

De slavenhandel was een belangrijk kenmerk van het joodse economische leven in Suriname, dat een belangrijke tussenstop was in de driehoekshandel. Zowel Noord-Amerikaanse als Caribische joden speelden een sleutelrol in deze handel: uit gegevens van een slavenverkoop in 1707 blijkt dat de tien grootste joodse kopers (10.400 gulden) meer dan 25 procent van het totale geld (38.605 gulden) hebben uitgegeven.

…Het joodse economische leven in Nederlands West-Indië, zoals in de Noord-Amerikaanse koloniën, bestond voornamelijk uit handelsgemeenschappen, met grote ongelijkheden in de verdeling van rijkdom. De meeste joden waren winkeliers, tussenhandelaren of kleine kooplieden die aanmoediging en steun kregen van de Nederlandse autoriteiten.

…De joden ontvingen gunstige charters met royale economische privileges, verleend door de Nederlandse West-Indische Compagnie in Amsterdam. Het economische leven van de joodse gemeenschap van Curaçao draaide om het bezit van suikerplantages en het op de markt brengen van suiker, het importeren van gefabriceerde goederen en een grote betrokkenheid bij de slavenhandel, binnen een decennium na hun komst bezaten Joden 80 procent van de Curaçaose plantages. . De kracht van de joodse handel lag in de verbindingen met West-Europa en in het bezit van de schepen die in de handel werden gebruikt.

Zolang er nog geen censuur is toegepast:

Een video , “The Jewish Role in the Black Slave Trade”, een toespraak van prof. Tony Martin met een inleiding door Hoffman.

Waarheid maakt vrij. Deze waarheid kan er ook toe bijdragen.