Over taalgebruik en bijbel

In eerste instantie ging ik er van uit dat iedereen begrijpt wat beeldspraak is. Ook ging ik er van uit dat iedereen wel (een beetje) bekend is met de bijbel. Maar ik heb ontdekt dat mijn uitgangspunt verkeerd is. Het is niet bij iedereen bekend.

Allereerst over beeldspraak: ik heb ontdekt dat mensen niet altijd begrijpen wat daar de bedoeling van is, dat ze aan de haal gaan met het “beeld” en dat letterlijk nemen. Terwijl het beeld alleen maar gebruikt werd om iets te versterken of te duiden. Bij beeldspraak wordt iets vergeleken of vervangen door iets wat er op lijkt, of er mee verbonden is. Kort: iets wordt vervangen door de naam van iets anders. Bv. de dood komt als een dief in de nacht. Dat is een uitdrukking om iets te vertellen over de dood. Bv. zij leest Paolo Cognetti. Bedoeld wordt een boek van Paolo Cognetti.

In een allegorie wordt door het hele werk een bepaald beeld dat gekozen is consequent gebruikt. Bv. de dood wordt afgebeeld door een man met een zeis en zo ook in het verhaal gebruikt. Soms wordt een vergelijking gebruikt met de indruk van een zintuig: het klinkt zo groen in de lentestruiken. Of: een koele sneeuw van tonen. Zo zijn er allerlei beelden en vergelijkingen te verzinnen. Schrijvers verzinnen nieuwe woorden en zinnen en uitdrukkingen om iets te verduidelijken. Als beeld voor de schepping gebruikte ik de boom. Als beeld voor het universum gebruikte ik het woord kubus enz.

Over de bijbel: het is niet één dik boek maar dit boek bestaat uit 66 “boeken”. Het is niet een boek dat door één persoon in één bepaalde tijd geschreven is maar het is een verzameling boeken, geschreven door 44 schrijvers in een tijdsbestek van ongeveer 1500 jaar. Eerder schreef ik al dat de mensheid steeds op zoek was naar zijn oorsprong en dat hij God zocht maar God ook de mens. De schrijvers horen bij deze zoekers. Soms verhaalden zij over een gebeurtenis en probeerden dat te duiden, soms profeteerden zij over de toekomst, soms schreven zij liederen of gedichten. Het waren mensen uit alle delen van de samenlevingen: koningen, profeten, gewone mensen enz.

Al deze verhalen zijn onderverdeeld in wat we nu kennen als het oude testament (OT) en het nieuwe testament (NT): 39 boeken in het OT en 27 boeken in het NT. Het OT is voor een groot deel bewaard gebleven in het Hebreeuws en het NT in het Grieks. Toen de boekdrukkunst werd uitgevonden, kon de bijbel in de moedertaal van alle volkeren gedrukt worden. Wat ook direct in Europa gebeurde. Zo konden de gewone mensen die de oude talen niet beheersten, kennis maken met de verhalen die gingen over waar de mens nu eigenlijk vandaan komt. Omdat veel mensen nog niet konden lezen en schrijven bleef de kennis eerst beperkt. Maar steeds meer werden bij lezingen in kerken uit de bijbel voorgelezen in de moedertaal. Mensen werden steeds meer bekend met verhalen over God, met verhalen over goed en kwaad en over ingrijpen van God en over onze toekomst. Mensen konden zo ook steeds meer zelf na gaan denken over hun wereld en hun plaats daarin. Zo konden ze ook gaan doorzien hoe de machten en krachten werkten. Ook die van de georganiseerde Kerk. (ik kom daar op terug).

Eigenlijk is de geschiedenis van de mensheid een geschiedenis van falen. Van oorlogen en lijden en verdriet. En steeds weer denken mensen dat zij zelf hieraan een einde kunnen maken. Zij begrijpen hun geschiedenis en toekomst niet goed. Dat probeert de bijbel te verduidelijken vanaf de eerste bladzijde. Dat hebben profeten gedaan met behulp van beeldtaal in het OT en Jezus in het NT met hulp van bv. gelijkenissen. (zie hierboven over beeldspraak) Als jouw tijd is gekomen en je gaat zoeken en lezen, dan zul je deze taal gaan begrijpen.(Mt. 5: 6).

Veel mensen willen geen “moeilijk leven”. Ze willen vooral geen moeilijkheden. Zo blijven ze “slapen” daar waar ze “wakker” moeten worden. En als ze al op zoeken gaan komen ze in aanraking met spot en cynisme. Reden om weer gauw te stoppen. Maar dat wakker worden kan met hulp van God, die ons Zijn Testament heeft nagelaten. Hij begon daarmee bij Abraham. Dit testament kennen we dus als het OT en NT. En wat er in het oude testament beloofd wordt, zien we in het nieuwe testament gebeuren. Ik ga daar meer over schrijven.