Over de zalige hoop van de opname

Herbloggen zie link onderaan

Zwijgende leiders en slapende wachters. De zalige hoop van de opname bespot en weggehoond

Hoe de meest hoopvolle en urgente profetische boodschap van onze tijd is verworden tot het onderschoven kind in kerkelijke verkondiging.

Titus 2:12-15

En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; 13 Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus; 14 Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. 15 Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst. Dat niemand u verachte.

Dat de eindtijdboodschap in het algemeen en de opname in het bijzonder zowel binnen gevestigde kerkelijke kringen als onder vrijer georganiseerde gelovigen weinig verkondigd en doorgaans lastig ontvangen worden, is voorzegd in de Bijbel. Ook spot, hoon en soms zelf verdrukking horen bij de veelvoorkomende responsen op eindtijdprediking en dempen Jezus’ oproep aan mensen wereldwijd zich juist nu dichtbij Hem te vestigen en zich geestelijk voor te bereiden op hun ontmoeting met hem.

Zo voorzegt de Bijbel over spotters in de laatste dagen die de spoedige komst van Jezus zullen weghonen in 2 Petrus 3:3-10:

3 Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen, 4 En zeggen: Waar is de belofte Zijner toekomst? Want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping. 5 Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen van over lang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande; 6 Door welke de wereld, die toen was, met het water van den zondvloed bedekt zijnde, vergaan is. 7 Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen. 8 Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag. 9 De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen. 10 Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden. 11 Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid!

Deze 2000 jaar oude profetie beschrijft de huidge scepsis ontaardend in spot en weerstand binnen de christelijke kerk gedetailleerd. “Dit moet u allereerst weten, dat er in het laatste der dagen spotters zullen komen” (2 Petrus 3:3). De profetie geeft aan dat vooral de 19de eeuw wordt gemarkeerd door de “laatste dagen” van de kerkbedeling omdat het in de 19de eeuw was dat deze profetie in beginsel vervuld begon te worden. De 19de eeuw was getuige van de explosie van scepticisme in de gedaante van theologisch modernisme, humanisme, unitarianisme, Darwiniaanse evolutie en agnosticisme (de begrippen worden door erop te klikken uitgelegd). Het nadien volgende modernisme en post-modernisme hebben deze dynamiek verder verstrekt.

Er zijn, behalve brede scepsis en ongeloof, binnen gevestigde gemeenten tevens mensen die zich actief tegen geloofsgenoten keren die in eindtijdtheologie en de op handen zijnde opname voorafgaand aan de tijd van beproeving geloven en hun leven hier naar richten. Ook zijn er over eindtijdleer in het algemeen en het moment van de opname in het bijzonder variaties in uitgangspunten waarover mensen stevig van gedachten kunnen verschillen. Dit zijn slechts enkele redenen waarom de verkondiging van de zo hoopvolle, gewichtige, relevante, maar zeker ook hoog urgente boodschap van Jezus’ komst voor de opname veelal binnen de gemeentelijke gelederen blijft steken en de ongelovige wereld nochtans nauwelijks wordt bereikt.

Het thema eindtijd, de ophanden zijnde opname en hiermee het belang en de urgentie van geestelijke voorbereiding zou inmiddels bij Christenen wereldwijd voorop het netvlies moeten staan en een kernboodschap moeten zijn bij het evangeliseren. Te meer omdat Jezus ons gebiedt voortdurend te bidden, waakzaam te zijn, onszelf vanuit de Schrift te onderzoeken en voor te bereiden op onze ontmoeting met Hem.

Lukas 21: 34 En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome. 35 Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op den gansen aardbodem gezeten zijn. 36 Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor den Zoon des mensen.

In Mattheus 24 differentieert Jezus vervolgens enerzijds trouwe (elders in de Schrift als ‘wijze maagden’ aangeduid) en anderzijds hypocriete en kwade dienstknechten (elders als ‘dwaze maagden aangeduid’. Let wel: beide groepen zijn dienstknechten, dus gelovigen. Jezus geeft tevens inzicht in de consequenties van hun respectievelijke standpunten en keuzes:

Mattheus 24:44 Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen. 45 Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieder hun voedsel te geven ter rechter tijd? 46 Zalig is die dienstknecht, welken zijn heer, komende, zal vinden alzo doende. 47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen. 48 Maar zo die kwade dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; 49 En zou beginnen zijn mededienstknechten te slaan, en te eten en te drinken met de dronkaards; 50 Zo zal de heer van dezen dienstknecht komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; 51 En zal hem afscheiden, en zijn deel zetten met de geveinsden; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

Ten behoeve van onze geestelijke voorbereiding geeft Jezus ons informatie en instructies, hier uiteengezet, waarmee we naar onze gemeente, naasten en de wereld kunnen uitreiken.

De werkelijkheid dat Jezus binnen afzienbare tijd zal selecteren wie zich in de opname bij hem zal voegen en hiermee van God’s oordeel over de aarde wordt gevrijwaard, dan wel wie zal moeten achterblijven om de zware periode van verdrukkingen samen met ongelovigen te doorstaan om beproefd geloof te ontwikkelen, zou ons behalve tot soberheid, reflectie en geestelijke voorbereiding ook moeten aanzetten tot het uitreiken naar de wereld om ons heen. In plaats hiervan herkennen we een zeer zorgwekkende kerkelijke radiostilte.

Het verschijnsel van terughoudendheid, weerstand, scepsis en spot t.a.v. prediking over de eindtijd en de spoedige opname is Bijbels niettemin voorzegd (zie o.a. Mattheus 24:44-49) en cultureel historisch verklaarbaar.

Allereerst, een algemene en historische beschouwing om ons te helpen inzicht te krijgen in hoe we dit verschijnsel herkennen en kunnen begrijpen, opdat we gerichter kunnen bidden, meer begrip tonen voor degenen naar wie we uitreiken en effectiever kunnen communiceren. Wellicht herkennen we deels ook onszelf in de observaties, onze gemeente of elkaar en biedt de analyse aangrijpingspunten tot (zelf-) reflectie, gesprekken met elkaar en verandering van gedachten en keuzes alsook inzicht in de urgentie van de boodschap.

We herkennen binnen de groep spotters (zij die de eindtijdboodschap en Jezus’ komst honend afwijzen) soms een gehele of gedeeltelijke afwijzing van letterlijke interpretatie van het Woord, het loslaten van Bijbels wetenschappelijke sturing en het niet durven behandelen, negeren en/of verzwakken van Bijbelse beginselen.

Voorbeelden van deze verworpen kerndoctrines (die vaak als struikelblok fungeren) zijn: de letterlijke 6 daagse creatie van de aarde door God, de letterlijke, wereldwijde vloed (2 Petrus 3:4-6) de eeuwig durende hel die bewust wordt ervaren en het huidige thema van Jezus’ komst voor de opname naar de hemel voorafgaand aan de tijd van beproeving met de voorzegde mogelijkheid dat ontrouwe gelovigen (onder hen ook gezagdragers/kerkelijk leiders) worden achtergelaten.

Zo beschrijft Petrus een ‘business as usual’ mentaliteit onder gelovigen als spotters die zeggen: “vanaf de dag dat de vaderen ontslapen zijn, blijven alle dingen zoals vanaf het begin van de schepping” (2 Petrus 3:4). Dit is als de volmaakte beschrijving van de “uniformitaristische” kijk op geologie, die naar voor kwam in de 19de eeuw door de invloed van Charles Lyell’s ‘Principles of Geology’. Volgens deze zienswijze werden geologische strata gradueel afgezet over miljoenen jaren en er was geen wereldomvattende vloed. Walt Brown, Ph.D. in mechanical engineering van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), beschrijft de zienswijze die sindsdien overheerst: “Professoren in het nieuwe en groeiende terrein van de geologie werden allereerst geselecteerd uit hen die het anti-catastrofe-principe ondersteunden. Deze professoren waren niet bevorderlijk voor studenten die het catastrofemodel aanhingen en uitgingen van een groter onderzoeksveld en sturing van buiten de materialistische wereld. Een verdediger van een wereld-omvattende vloed werd veelal gebrandmerkt als ‘Bijbelse literalist’ of ‘wazige denker’ die een academische graad onwaardig is” (In the Beginning, p. 253). Zo kwamen Bijbels Christen zijn en het wetenschappelijk onderlegd en onderbouwd tot dezelfde conclusies komen in het establishment van de wetenschap, ten onrechte, steeds meer los van elkaar te staan.

Voor de 19de eeuw

Vóór de 19de eeuw was dit nog anders; er werd algemeen geloofd, ook door weten-schappers, dat God de wereld schiep en dat er een catastrofale, wereldwijde vloed is geweest (Noach). In 1930 merkte Merson Davies op: “We moeten ons herinneren dat, 100 jaar terug (geschreven in 1830, zo’n opmerkelijk vooroordeel tegen de acceptatie van geloof in de vloed niet bestond”. Bijvoorbeeld, in de 17de en 18de eeuw geloofden geleerden van de Cambridge Universiteit in een universele vloed, maar tegen de dagen van Darwin was dat niet meer zo. Thomas Burnet (1635-1715), koninklijke huiskapelaan bij William III, argumenteerde voor een wereldwijde vloed in ‘A Sacred Theory of the Earth’ (1681). Dit was één van de populairste werken over geologie vóór de 19de eeuw. John Woodward (1665-1728), stichter van het Woodwardian Professorship of Geology te Cambridge, argumenteerde dat de wereldomvattende vloed de oorzaak was van de fossielen beddingen. Deze positie werd gepubliceerd in ‘An Essay Toward a Natural Theory of the Earth ‘(1695). Maar tegen 19de eeuw nam de Darwinistisch evolutionaire zienswijze de leiding en werd de profetie van 2 Petrus 3 vervuld.

We herkennen sindsdien een brede afwijzing van de Goddelijke schepping (2 Petrus 3:5).

Petrus zegt dat spotters de Bijbelse leer dat de wereld in zes dagen geschapen werd “door het Woord van God” zullen verwerpen. De vervangende doctrine van evolutie ging hand in hand met agnosticisme, atheïsme en een ontkenning van het bovennatuurlijke. Het was Thomas Huxley, “Darwins Bulldog”, die de term “agnosticisme” verzon om de zienswijze te beschrijven dat de mens niet kan weten of er een God is, dat de mens de waarheid enkel kan kennen door wetenschap, en dat “religie” geen stem mag gegeven worden, en zelfs dat als er een God is, dit eigenlijk niets uitmaakt, omdat hij niet betrokken is bij de zaken van de mens. De spotters noemen vaak wel het begrip “schepping” (2 Petrus 3:4), maar daarmee bedoelen zij geen zesdaagse schepping overeenkomstig de Bijbel. Zelfs Charles Darwin gebruikte het woord ‘schepping’ aan het eind van zijn ‘On the Origin of Species’, maar hij verklaarde later dat hij hiermee gewoon bedoelde dat het leven “verscheen door een geheel onbekend proces” (Darwin, Autobiography, p. 272).

We onderscheiden een motief van de sceptici, spotters (2 Pet. 3:3) en tegenstanders

De Bijbel is een bovennatuurlijk boek dat de geheimen van de harten en het denken van mensen onthult en ons indringend spiegelt en beoordeelt. “Het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest” (Hebreeën 4:12). In dit geval tuurt de Bijbel diep in de menselijke ziel en onthult dat het ongeloof van spotters “gewild” is omdat het hun motivatie is te wandelen in hun eigen gedachten en begeerten en omdat zij niet gebonden willen worden door Gods morele wetten. Het is o.a. liefde voor de zonde, en afgoderij die hen doet rebelleren tegen God en in de wereld gevestigd houdt. De weigering God’s leiding te zoeken en volgen en hem behalve als redder van de ziel tevens als gezaghebbend te zien in het dagelijks leven, dus over ons complete denken en handelen, kan terwijl we ons geestelijk met hem hebben verbonden niettemin in praktisch ongeloof en ongehoorzaamheid ontaarden. We herinneren Jezus’ uitgesproken waarschuwing in deze en weten dat onze dagen voorafgaand aan de opname zijn als die van Noach en Lot, waar hij ons middels deze gelijkenis aan herinnert:

Mattheus 24:37-39: 37 En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen. 38 Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging; 39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen.

We worden door Jezus specifiek herinnerd aan het lot van Lot’s vrouw. Zij was nadrukkelijk bekend met Bijbelse geloofsuitgangspunten en actief geloof, aangezien ze nauw verwant was aan Abraham en Lot; ook was ze wat haar uitredding uit Sodom en Gomorrah betreft tevoren gericht geïnformeerd en geïnstrueerd. Echter, terwijl ze met Lot en hun dochters ternauwernood door God’s boodschappers gesommeerd was te vertrekken en dus op weg was in haar uitredding, bleef ze kort na vertrek noodlottig achter omdat ze zich niet los wilde maken uit de wereldse verstrikkingen van haar toenmalige leven en – tegen God’s directe gebod in – omzag naar het leven en de plaats die ze achterliet.

Lukas 17:32-37 32 Gedenkt aan de vrouw van Lot. 33 Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden. 34 Ik zeg u: In dien nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. 35 Twee vrouwen zullen te zamen malen; de ene zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.36 Twee zullen op den akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. 37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.

Als mensen weigeren te geloven, krijgt Satan ruimte zijn werk in en door mensen te doen en hen te misleiden en te verblinden (2 Korinthiërs 4:4) van het ware geloof te roven en zelfs tot (zelf-)vernietiging aan te zetten. De wil van de mens moet zich overgeven aan God en zijn absolute waarheid in het Woord en de Heilige Geest zodat de blindheid kan opgeheven worden (2 Korinthiërs 3:14-16) en God’s informatie en instructies in het Woord en middels de Heilige Geest kunnen worden ontvangen en gevolgd. Het verschil in bereidwilligheid zowel te geloven als te gehoorzamen en God dagelijks te volgen (in ons persoonlijk leven en in onze werkzaamheden) is behalve in de verzen over Lot’s familie ook tegenwoordig zichtbaar, ongeacht of mensen laag of hoog zijn opgeleid.

We zien dit verschil tussen iemand als Ph.D. Lowell Coker (wetenschappelijk onderlegd in microbiologie en biochemie, auteur van Darwin’s Design Dilemma), die de Bijbel gelooft, en een wetenschapper als Ph.D. Richard Dawkins (auteur van ‘The Blind Watchmaker’), die niet in de Bijbel gelooft. Beide mannen zijn opgeleid in moderne wetenschap op hoog niveau en beiden kijken wetenschappelijk naar hetzelfde bewijsmateriaal, maar komen tot geheel verschillende conclusies, en dat komt omdat één man (de niet gelovige) weigert de implicaties te geloven en volgen van wat hij waarneemt en zo zijn denkraam, tegen wetenschappelijke waarneming in, verkleint. Evolutionist Richard Lewontin gaf zoveel toe toen hij zei: “We hebben een preferente verbintenis met het materialisme. … we kunnen geen Goddelijke voet tussen de deur toestaan” (“Billions and Billions of Demons”, The New York Review, 9 jan. 1997, p. 31).

Een verlangen om te wandelen naar onze eigen gedachten, begeerten, normen en waarden die niet onderworpen zijn aan de Bijbel zal, bij volharding, geestelijke blindheid produceren en ons verder op een hellend vlak van misleiding en dwaalleer brengen. Mits we belijden en bekeren, leidt dit, zoals we in het voorbeeld van Lot’s vrouw zien, tot het over onszelf afroepen van God’s oordelen en uiteindelijk mogelijk zelfs tot (zelf-) destructie en eeuwig verderf indien we ons niet bekeren en God als Verlosser en Heer aanroepen.

We bemerken onwetendheid (2 Pet. 3:5).

Geloofssceptici neigen ertoe trots te zijn op hun kennis, maar in werkelijkheid zijn zij onwetend met betrekking tot de kennis die het meeste telt, en dat is kennis van God’s Woord en het hebben van ontzag voor hem. “De vreze des Heeren is het beginsel van wijsheid” (Psalm 110:10). Het is typisch voor evolutionaire sceptici dat zij er zich op beroemen de wetenschappelijke feiten te volgen, terwijl Bijbelgelovigen in hun optiek een “blind religieus geloof” najagen. De waarheid naar de Bijbel is precies het tegenovergestelde. Het ontbreekt niet-gelovigen juist aan wijsheid, aan op waarheid gebaseerde en toepasbare kennis. In werkelijkheid jagen zij hun begeerten na in plaats van (verifieerbare, overdraagbare en objectieve) waarheid en wetten van logica en wetenschappelijke waarneming conform de Bijbel. Zij zijn vaak willens onwetend en houden zich blindelings aan mythen. Er is niets meer mythisch, onlogisch en blind dan te geloven dat alles, zelfs als ware het uitsluitend het materiële, zonder meer voortkwam uit niets, dat alle leven voortkwam uit niet-leven, dat intelligentie voortkwam uit niet-intelligentie, en dat grote intelligentie voortkwam uit kleine intelligentie.

We herkennen worteling in post-moderne ontmanteling van christelijke beginselen

De postmoderne maatschappelijke veranderingen in ons denken, handelen en maatschappelijk organiseren hebben kerkelijke aandacht voor de thematiek eveneens geen goed gedaan, met name in Europa. Europa heeft sinds de 19e eeuw fundamentele veranderingen ingesteld in de richting van een nieuwe wereldordening en gaat inmiddels gebukt onder de gevolgen daarvan.

De ontworteling van Europa’s christelijke traditie, in het openbaar bestuur en de organisatie van de samenleving, heeft reeds het stadium bereikt waarin alsmaar meer naar het post-christelijke Europa verwezen wordt. Christelijke moraliteit en waarderingsgrondslagen worden veelal niet meer als heersende standaarden gehanteerd of zelfs maar aanvaard, en onbijbelse gebruiken als abortus, het huwen van mensen met hetzelfde geslacht en de vrije verspreiding van pornografisch materiaal zijn niet alleen aan de orde van de dag, maar zelfs (deels) juridisch gelegitimeerd.

Door grootschalige migratie toenemende geloofs- en cultuurconflicten lijken nauwelijks argwaan of zorg te wekken bij mensen die ongefilterd de globalistische, oecumenische en multiculturele aard van de postmoderne samenleving nastreven. Sterker nog, tegenstanders van de gepropageerde idealen van multiculturalisme, eenheidsgodsdient , tolerantie van zonde en internationalisering wordt, onder het mom van politiek correctheid, veelal populisme, racisme, haatdragendheid en radicaal fundamentalisme verweten.

(Nationale) soevereiniteit als een door God bepaald beginsel (vgl. Handelingen 17:26) wordt gewillig opgeofferd ten gunste van als Europese ‘eenheid’ verpakte interdependentie en afdracht van zelfsturing, een dynamiek die een belangrijke rol zal spelen bij de vorming van het Europese machtsblok als basis van de Bijbels voorzegde, toekomstige wereldregering. De beginselen van economische onafhankelijkheid en het zelfbeschikkingsrecht die vroeger in Europa nagestreefd werden, raken gestaag buiten beschouwing met alle gevolgen van dien. Dit maakt dat Bijbelgetrouwe Christenen zich zowel in de maatschappij als binnen de eigen gelederen in een minderheidspositie kunnen begeven of zelfs gemarginaliseerd worden. Lastig en risicovol, om vanuit deze positie krachtig uit te stappen met eindtijdevangelisatie.

Algemene observatie: de kerk van Jezus Christus laat zich in dit proces vooral door wereldse ontwikkelingen bewegen en beïnvloeden richting een steeds meer marginale geestelijke en maatschappelijke rol in plaats van in krachtig leiderschap op te staan en de buitenwereld te bewegen en beïnvloeden vanuit God’s Woord en geleid door de heilige Geest.

We kunnen inmiddels spreken van verregaande geestelijke en sociaal-culturele erosie en het verval van christelijke waarden en normen. De morele en normatieve fundamenten van traditionele volksstaten staan onder grote druk en inmiddels zelfs op het punt van afbrokkeling omdat de dieperliggende, samenbindende factoren van de samenleving hun kracht grotendeels zijn verloren. Deze toestand verergert als gevolg van het verlies aan morele sturing en godsdienstige identiteit en is terug te voeren op afname van zowel een persoonlijk als gezamenlijk verantwoordelijkheidsbesef jegens God, dus hoe een persoon zijn leven moet leiden en een samenleving zich moreel en normatief organiseert in directe relatie tot God als schepper, redder en heer, alsook in zijn hoedanigheid als opperrechter. Verzwakking van de relatie met God en trouwe medegelovigen, opgaan in de wereld en geestelijke ongehoorzaamheid hebben een afbrekende invloed op persoonlijke integriteit en de eerbiediging van Bijbelse beginselen, organisatie- en werkethiek.

Behalve door verlies van de historische christelijke identiteit en moreel-ethische erosie, worden de culturele identiteit en saamhorigheid van deze landen verder ondermijnd door sterk toenemende migratie, deels om laag bezoldigd werk te doen alsook in respons op gecreëerde, gewapende machtsconflicten elders en geforceerde massamigratie. Er is tegenwoordig op grote schaal sprake van zogeheten ‘gewapende migratie’ om nationale systemen van binnenuit te ontwrichten (hier toegelicht). Bestaande bevolkingsgroepen worden veelal door machthebbers langs diverse scheidslijnen gepolariseerd en middels geforceerde sociale spanningen naar een kookpunt van conflict en crisis gebracht, waarop een verdere afdracht van zelfbeschikking en centralisering van macht- en rechtsvorming als vooraf vastgesteld antwoord op chaos en wetteloosheid worden gepresenteerd (dynamiek volgens de Hegeliaanse Dialectiek).

Post-modernisme is een zekere gedragscode gebleken voor de vernietiging van elke op christelijke normen en waarden gebaseerde staat die, door hard werken en toewijding, zichzelf gevestigd heeft als een politiek zelfstandig en economisch onafhankelijk land onder de gemeenschap van samenwerkende naties. Op (inter-)nationale schaal zullen eindtijd- en opnamepredikers op aanzienlijke en diep gewortelde scepsis, spot en weerstand moeten rekenen.

Persoonlijke genade temidden van collectief verloop en verval

We zien, in contrast met van deze collectieve ontwikkelingen van morele en normatieve teloorgang, juist op persoonlijk vlak vooral genadige ruimte en kansen (2 Pet. 3:9). God wil niet dat iemand omkomt, wegvalt of zelfs maar geestelijk in slaap valt met alle risico’s van dien. De reden dat hij zijn zoon Jezus Christus zond om te sterven voor de zonden van de mensen toont zijn liefde voor de wereld (Johannes 3:16) en elke scepticus, weerstaander en zelfs spotter heeft de gelegenheid om gered te worden door berouw, bekering en geloof in Jezus Christus. Vele postmodernen, ook hoogopgeleide wetenschappers, hebben God’s Woord geloofd. Een voorbeeld: het boek ‘Testimonies of Scientists Who Believe the Bible” bevat biografische schetsen van ongeveer 70 mannen en vrouwen met Ph.D’s in zogeheten ‘harde wetenschappen’ die geloven in een zesdaagse schepping. Dit gratis e-book is hier downloadbaar:

http://www.wayoflife.org/free_ebooks/downloads/Testimonies_of_Scientists.pdf.

Ter geruststelling: God bewaart altijd een overblijfsel van trouwe gelovigen, ook in tijden van christelijke vervlakking en verdrukking, waarmee ook de eindtijd profetieën en de imminente opnameboodschap zonder meer uit zullen gaan naar binnen en buiten kerken en overeenkomstig zijn wil zullen uitwerken:

Romeinen 11: 1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israeliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin. 2 God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israel, zeggende: 3 Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel. 4 Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baal niet gebogen hebben. 5 Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.

Esther 4:13 Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. 14 Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.

God kan, als beginsel, niet de schuld gegeven worden voor het oordeel over de wereld. Wij mensen roepen dit in ons denken, doen en (na-)laten over onszelf af. Anders dan de karikatuur die vele evolutionisten geloven (bijvoorbeeld, wijlen atheïst Christopher Hitchens die God een “goddelijke dictator” noemde en hem vergeleek met de brutale dictator van Noord Korea) is God perfect liefde- en genadevol, rechtvaardig en medelijdend. In feite is God zo barmhartig en meelevend dat hij zelf naar deze door zonde vervloekte wereld kwam, door zijn eniggeboren zoon, en voor ons ontzaggelijk leed in de kruisgang en op het kruis, in de plaats van de zondige schepselen die tegen hem hadden gerebelleerd en nog zouden rebelleren. God heeft niet tegen de mens gezondigd; de mens zondigde tegen God en overtrad zijn heilige wetten, toen en nu nog steeds. Massa’s sceptici en zelfs spotters en tegenstanders van het Woord werden reeds gered door geloof in God’s genade, en ook u kunt zich, indien u sceptisch of rebels bent, laten redden!

Volharden in ongeloof en rebellie

We zien daarentegen ook een toekomst van weerstaanders die ondanks informatie, instructies en waarschuwingen, zullen volharden in ongeloof, ongehoorzaamheid en rebellie en hiermee God’s oordeel over zich zullen afroepen (2 Pet. 3:9-10). God is genadig en meelevend en geduldig, maar hij is ook heilig en rechtvaardig en hij gaat aan het overtreden van zijn wetten niet voorbij. Redding is beschikbaar in Jezus Christus, voor elk mens, maar als een toerekenbaar volwassene sterft in zijn zonden, zonder Jezus als redder aangenomen te hebben, dan zal hij eeuwige veroordeling in de hel ondergaan. Er komt geen eind aan dit laatste oordeel omdat er geen eind is gekomen aan het zondigen. Zondaars die in hun zonden sterven, zullen niet ophouden te bestaan; het lichaam sterft maar de ziel leeft verder, of in de hemel bij de Heer of in de hel van hem afgezonderd. Dit artikel op deze site beschrijft de hemel en de hel op basis van de Bijbel. Ook lees je hoe je redding van je ziel kunt vinden.

Waarom zijn, ondanks de vele herkenbare eindtijd tekenen en vervullingen van Bijbelprofetieën die wijzen op een spoedige opname, de meeste kansels van christelijke kerken nog steeds stil en lijken ook de meeste wachters te slapen?

Het sceptisch of spottend zijn over de eindtijd in het algemeen en de opname in het bijzonder is dus geen noviteit, evenmin als de stilte qua prediking, maar valt – als gezegd – in een brede historische context. Het verbazingwekkende is echter dat mensen die in deze tijd van de nabijheid van de opname leven, talloze profetische tekenen bewaarheid kunnen zien worden (we leven als het ware midden in het Bijbelboek Openbaring, de krantenkoppen lezen als de Schriftverzen!), maar deze toch kunnen weerstaan. En dit in een tijd dat God bovendien veel van zijn identiteit en wonderbaarlijke plan onthult en de Bijbelse en verifieerbare bewijslast van de profetische urgentie ruimschoots voorhanden is.

Zo bestudeerde Dr. John Walvoord, een grote profetie geleerde, meer dan 1000 profetieën in zijn boek The Bible Prophecy Handbook. Van die profetieën is meer dan de helft inmiddels letterlijk vervuld; wat resteert zijn nog onvervulde eindtijd profetieën. Toch blijven de meeste kansels en kerkelijk leiders nochtans zwijgen over deze hoogst relevante, urgente en bovenal troostrijke waarheid.

Onderstaande zaken op gemeentelijk en persoonlijk vlak kunnen hierbij zowel aan de zijde van de verkondiger als ontvanger een rol spelen. Houdt hierbij in gedachten dat waar geestelijk leiders (in gemeenten, het gezin en de maatschappij) een zwaarder wegende verantwoordelijkheid hebben t.a.v. studie en overdracht van het Woord dan hen over ze autoriteit genieten, gelovigen (uiteraard naar vermogen) primair zelf verantwoordelijk zijn voor hun morele afwegingen, houding, keuzes en communicatie (o.a. 2 Kor 5:10) ook als het gaat om hun geestelijke voorbereiding voorafgaand aan de opname. Jonge kinderen (en zwak begaafden) die de staat van toerekenbaarheid nog niet hebben bereikt, zijn hiervan wat betreft hun redding bij vroegtijdig overlijden en de opname overigens uitgezonderd (hier toegelicht).

Een opsomming van factoren die t.a.v. gezagdragers een rol kunnen spelen:

Voorgangers, kerkbesturen en/of hun gemeenten nemen de Bijbel of onderdelen ervan niet letterlijk of maatgevend. Veel evangelische kerken en sommige gereformeerde kerken nemen de Bijbel niet (langer) letterlijk, dus als direct en absoluut gezaghebbend over zowel hun prediking, hun onderwijs binnen en vanuit de gemeente alsook hun persoonlijk leven. Ze verkiezen een vergeestelijkte of allegorische interpretatie boven de directe betekenis welke minder directief, direct en gebonden is en tot minder spanning met ‘wereldse’ normen en waarden leidt. Ook worden controversiële passages in de Bijbel, behalve niet letterlijk genomen, soms genegeerd en/of bewust niet uitgedragen.

Veel-gehanteerde moderne vertalingen en Bijbelstudies zijn nog slechts losjes gebaseerd op onderliggende grondteksten. Veel kritieke concepten en doctrines zijn in de meeste moderne vertalingen verloren gegaan, vervormd dan wel oneigenlijk aangevuld; symbolen, metaforen en stijlfiguren worden losgekoppeld van de oorspronkelijke context en verliezen hiermee hun oorspronkelijke en tijdloze betekenis. Hierop gebaseerd secundair studiemateriaal kan nog verder zijn verwaterd of zelfs aan het Woord tegengesteld zijn.

Voorgangers en/of hun gemeenten nemen de Bijbel letterlijk, echter uitgezonderd profetische passages. Veel evangelische kerken hebben het idee geadopteerd, ooit geopperd door Augustinus in de vijfde eeuw na Christus, dat de Bijbel letterlijk moet worden genomen met uitzondering van de profetische passages. Zo vermijden ze, al dan niet bewust, ook eindtijdprofetie en raken hiermee ontworteld van profetische tijd, plaats evenals het belang en de urgentie van prediking hierover. In het geval van het bewust negeren van Bijbelprofetie betreft dat maar liefst 1/3 van de Bijbel! Zo wordt onder hen passages als Handelingen 20:27-28 veelal genegeerd: 27 Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods. 28 Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Voorgangers en/of gemeenteleden laten zich door seculiere norm- en informatiedragers beïnvloeden en onderwijzen. Dit begint reeds bij de vorming en het onderwijs. Veel seminaries, christelijke hogescholen en studiekringen hebben professoren en docenten werkzaam die niet gered zijn, de Bijbel niet als gezaghebbend in en over hun leven beschouwen en soms zelfs ronduit seculier en vijandig staan tegenover God en de Bijbel in het algemeen. Eindtijdprofetie wordt bovendien vaak niet als prioriteit beschouwd. Diverse kerndoctrines en beginselen worden door erosie en compromissen reeds in de vorming en educatie van voorgangers en andere gezagdragers vervormd en/of uitgehold. Het onderwijs- en leiderschapsmodel van kerkelijk leiders komt zo op afstand van Bijbelse beginselen, doctrines en praktijk te staan.

Voorgangers en/of hun gemeenten zijn niet bereid en/of in staat de gevraagde studie van God’s Woord te doen en eindtijdontwikkelingen gericht te monitoren om op dit terrein een krachtige en tijdrelevante boodschap te verkondigen. De benodigde kennis, begrip en inzicht waarop krachtige verkondiging van eindtijd profetie is gebaseerd, vraagt dagelijkse, gedisciplineerde studie van het Woord en profetische (eindtijd) ontwikkelingen, maar dit wordt weinig gedaan of niet als prioriteit beschouwd. Zo blijven gemeenten veelal onbewust van noodzaak, nut, urgentie en consequenties van God’s eindtijd en opnameboodschap, laat staan dat deze naar buiten gemeenten worden uitgedragen.

Voorgangers worden soms overvraagd op minder prioritaire taken, rollen en functies binnen gemeenten en komen vaak simpelweg niet aan de benodigde tijd en ruimte voor studie en prediking over eindtijd toe.

Voorgangers hebben soms moeite het boek Openbaring en/of andere Bijbelboeken en passages over de eindtijd en opname te begrijpen, maar vragen en zoeken liever niet om hulp en steun. In deze blog wordt het aspect van onbegrip nader toegelicht. Gesprekken en discussies over profetische thematiek verlopen bovendien vaak bijzonder heftig, wat het vragen van informatie, raad en steun kan bemoeilijken. Interne profetische verkondiging en/of raadgevingen van niet kerkelijk leiders (zoals gemeenteleden met een gave en roeping als wachters, profetische verkondigers e.d.) worden vaak niet op waarde geschat, gehoord en soms zelfs actief uit de gemeente geweerd (gemeenten wijzen in- en externe profeten af).

Gevestigde belangen, angst en weerstand. Voorgangers en gezagdragers zijn soms bang interne gezagsverhoudingen, gewoonten en tradities binnen hun gemeente, leidersgroep of denominatie te doorbreken door zich op eindtijd thema’s (of andere onbekende en/of controversiële thema’s) uit te spreken. Het vraagt zowel geloof uit bestaande conventies en structuren te stappen als vermogen om geestelijke strijd vanuit de gemeente zelf en/of van buiten te hanteren en mensen hierin te begeleiden en hen hierin te bekwamen. Soms spelen persoonlijke angsten of materiële belangen eveneens een rol (zoals de angst dat fondsen opdrogen of gevestigde belangenposities verloren gaan). Het geestelijk voorbereiden van een gemeente op de opname veronderstelt bovendien dat de voorganger hierin letterlijk voorgaat en zich bekwaamt qua overdracht aan zijn gemeenteleden. Gevestigde belangen en conventies binnen en buiten de gemeente, kunnen dit proces frustreren en zelfs verhinderen. De wereldse prijs van het verinnerlijken, zelfstandig in geloof uitstappen en tot verkondiging van eindtijdthematiek en de imminente opname over te gaan is voor velen mogelijk te hoog en kan de tegenwoordig dominante ambities als getalsmatige ‘kerkgroei’ tegenwerken. Dat rekenschap van leiders (meesters) door God zwaarder wordt gewogen als regulier, persoonlijk rekenschap (Romeinen 12) en het zeer wel mogelijk is dat behalve gelovigen, ook kerkelijk leiders bij de opname achterblijven, wordt in dit proces mogelijk niet (voldoende) bewust gewogen. Zo lezen we in Jakobus 3:1 ten aanzien van leiderschap en verantwoordelijkheid: Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen. En in Lukas 12:47-48 inzake gelovigen in het algemeen: En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden. 48 Maar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waardig zijn, die zal met weinige slagen geslagen worden. En een iegelijk, wien veel gegeven is, van dien zal veel geeist worden; en wien men veel vertrouwd heeft, van dien zal men overvloediger eisen.

Voorgangers en/of hun gemeenten zijn niet altijd fervente lezers en informatievergaarders. Een eindtijdprediker moet een fervent lezer en Bijbelstudent zijn en anderen tevens tot zelfstudie en zelfsturing op basis van de Bijbel en de leiding van de Heilige Geest kunnen aanzetten. De apostel Paulus adviseert zijn jonge predikant leerling Timotheus om de nadruk te leggen op studie voorafgaand aan prediking en zo een goed voorbeeld voor de gelovigen te zijn (1 Tim. 4: 9-16).

Leiders en leraren kunnen ten prooi vallen aan (de gevolgen van) misleiding en valse leer. Een andere reden dat spreekstoelen zwijgen is de veelvuldig onjuiste en/of ongebalanceerde verkondiging door slecht informeerden of onbekwamen (van binnen en buiten gemeenten) en valse verkondiging door misleiders, juist aangaande dit thema. Dit resulteert veelal in vermijding of zelfs verwerping van het onderwerp. Internationale eindtijdonderzoeker J. Markell noemt in deze presentatie een aantal misleiders bij naam welke de eindtijdprediking en leer over de pre-tribulatie opname veel schade hebben gedaan. Ook de impact van onjuiste eindtijdprediking, dwaalleer en misleiding van geloofsgroepen als de Jehova’s Getuigen en Joods talmoedisten kan de gedachtevorming van christelijke leiders beïnvloeden.

Voorgangers kunnen uitgaan van desinteresse. Sommige predikanten veronderstellen dat Christenen niet geïnteresseerd zijn in Bijbelse profetie en eindtijdleer. Deze, veelal ongefundeerde en ongetoetste veronderstelling is een effectieve methode van de Satan om gemeenten in slaap te wiegen en te houden. Niets geeft meer verve en energie aan gemeente-evangelisatie als onderwijs over de spoedige, imminente komst van Christus en de hieruit voortvloeiende relevantie en urgantie van geestelijke voorbereiding en verkondiging van het evangelie. Urgentie en relevantie van evangelisatie komen in de context van de huidige eindtijd juist op een unieke manier samen. Een zeer effectieve context en inhoud van de reeds lang gepredikte en gehoopte opwekking van de slapende, lauwwarme gemeenten alsook garantie voor een krachtige uitwerking naar ongelovigen.

Kerkelijk leiders kunnen bang zijn voor negatieve gevolgen als kritiek, hoon, verdrukking en zelfs vervolging, zowel van binnen als buiten hun gemeenten. Eindtijdleer en met name de spoedige opname zijn thema’s die op veel onbegrip, heftige emoties en krachtige weerstand (soms zelfs tot verdrukking en vervolging) kunnen stuiten, niet alleen onder ongelovigen, maar ook buiten gemeenten; een mogelijke reden dat weinig voorgangers of kerkelijk leiders de handdoek van verkondiging oppakken. Jezus instrueert ons daarentegen te meren male ons leven neer te leggen, actief wachtend en biddend naar Hem uit te kijken, elkaar te ondersteunen en ons klaar te maken voor losmaking van de wereld en krachtig uit te stappen naar niet bekeerde geliefden, naasten en bekenden, ongeacht de inspanningen en eventuele gevolgtrekkingen hiervan. Deze gewichtige en door eindtijdmomentum extra geladen oproep, de scherpe Bijbelse stellingen en tegenstellingen die op grote spanning staan met de huidige cultuur en soms zelfs vigerende wetten, roepen bij ontvangers heel heftige, soms ongecontroleerde emoties op die kunnen uitmonden in weerstand, agressie, verdrukking en zelf vervolging. Het managen van zichzelf, hun communicatie, houding en gedrag en effectief omgaan met responsen, ook reactieve en zelfs honende en spottende is voor veel kerkelijk leiders mogelijk (te) veel gevraagd.

Voorgangers en/of gemeenteleden begrijpen hun Bijbelse opdracht soms niet en richten zich daarentegen op bijvoorbeeld sociale evangelisatie en christelijke (machts-) politieke beïnvloeding. Onze Bijbelse opdracht: “En Hij zei tegen hen: Ga heen in heel de wereld, predik1 het Evangelie aan alle schepselen” (Markus 16:15). De Heer Jezus gaf deze opdracht aan zijn discipelen na zijn opstanding en voordat hij naar de hemel opvaarde. Zo ook in Mattheus 28:19 “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.” De opdracht is “Predik het Evangelie”. Het werkwoord “prediken” betekent de boodschap verkondigen. Het is hetzelfde woord dat gevonden wordt in 2 Tim. 4:2: “Predik het Woord”. Vandaag de dag lijkt het erop dat de kerk alles doet behalve het belangrijkste wat onze Heer ons gebood te doen. Wij vervangen God’s programma door ons eigen programma. Wij brengen ons eigen, vervangende evangelie in plaats van het evangelie van onze Heer en ontdoen het zijne zo van gewicht, urgentie en uitwerkingskracht.

Het verlangen naar de ‘zalige hoop’ en waardering van imminentie kan zijn afgenomen. Met Christus’ woorden ‘Ik kom terug’! (Johannes 14:3) nog vers in het geheugen, wachtten de vroege Christenen op de wederkomst van hun Heer. Hij had gezegd dat zij niet van deze wereld waren, maar dat Hij hen daaruit gekozen had. Paulus zou spoedig onder inspiratie van zijn Heer schrijven: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen” (Filippenzen 3:20-21). De wereld had weinig interesse voor deze burgers in de hemelen. Laatsgenoemden hadden heimwee naar het huis van de vader en verlangden bij hun heer te zijn in de eeuwige hemel van rust. Gehaat, vervolgd en gedood door Rome, had de vroege kerk troost in het geloof dat Christus op elk moment kon terugkomen om zijn volgelingen te redden uit hun beproevingen. Paulus noemde de verwachting van een imminente Opname “de zalige hoop” (Titus 2:13), en deze verwachting werd inderdaad gekoesterd door de vroege gelovigen die door vurige beproevingen gingen en die zich verblijdden in de gemeenschap van het lijden van Christus (1 Petrus 4:12, 13). Hoe verlangden zij ernaar deze wereld te verlaten en bij hem te zijn! Naarmate de jaren, decennia en eeuwen verstreken, gaf de meerderheid echter minder en minder aandacht aan deze “zalige hoop”. De belofte van Christus’ wederkomst werd eerst verwaarloosd en daarna nagenoeg vergeten. De kerk die verondersteld wordt de bruid van Christus te zijn, die vurig de wederkomst van haar Bruidegom afwacht om haar naar de hemel te brengen, is het grotendeels moe op hem te wachten en is in plaats daarvan met de wereld verbonden of zelfs gehuwd. Bezig met het bouwen van een aards koninkrijk waarover zij kunnen regeren in een overspelig partnerschap met koningen en keizers, verloor de kerk haar hoop op de hemel en begon ze deels naar zichzelf te zien als vervanger van Gods aardse volk Israël. Vergeten waren de vermaningen van de Heer zoals deze: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mattheüs 6:19-21). Betreurenswaardig is het dat Paulus’ boodschap van “de zalige hoop” (Titus 2:13) en bemoediging (1 Thess. 4:18) hiermee niet wordt gegeven aan de velen die deze boodschap van redding, verlossing en een gecreëerde uitweg zo hard nodig hebben en dat de zegen beloofd door de Heer bij het lezen of beluisteren van het Bijbelboek Openbaring en het bewaren ervan hiermee niet ontvangen wordt (Zie Openbaring 1:3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.)

Galaten 6:9 geeft een volgende, algemene verklaring voor zowel gemeenteleden als kerkelijk leiders: vermoeidheid om in ‘het goede’ te volharden: 7 Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. 8 Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien. 9 Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen. 10 Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.

Wel bewust van eindtijd, maar met bijvoorbeeld een misplaatste focus op de Antichrist en het volharden tijdens de tijd van beproeving na de opname in plaats van gericht op onze ontmoeting met Jezus, onze noodzaak van redding en de gevraagde geestelijke voorbereiding van onszelf en ondersteuning van elkaar. Dikwijls wordt er gezegd dat geloof in een pre-tribulationele opname mensen onvoorbereid laat op de Antichrist en hen ontvankelijk maakt voor bedrog en misleiding. De feiten liggen anders. Allereerst is de werking van de geest van de antichrist van alle tijden, dus ook nu. Ook verdient Jezus’ komst onze focus, niet de wereldwijde machtsovername door de antichrist en de zijnen nadien. Hetzelfde geldt voor de prioriteit van geestelijke voorbereiding op onze ontmoeting met Jezus en noodzaak van zijn redding boven het treffen van (veelal fysieke) voorbereidingen om de beproevingen na de opname op eigen kracht te doorstaan en het antichrist systeem eigenhandig (‘in het vlees’) te bestrijden. Het zijn zij degenen die de pre-tribulationele opname ontkennen die zichzelf mogelijk blootstellen aan verschrikkelijk bedrog. De antichrist zal doen alsof hij de echte “messias” is waarvan zij verwachten dat hij tijdens de beproevingen naar de aarde komt om te regeren. Hij zal hen ‘feliciteren’ voor het goede werk dat zij hebben gedaan ter voorbereiding van de wereld op zijn heerschappij. Tallozen die zichzelf Christenen noemen, maar over weinig geestelijk onderscheidend vermogen beschikken, zullen zeer kwetsbaar zijn voor het diepgaande geestelijk bedrog en de misleiding die de Heer over de aarde zal uitstorten, zo waarschuwt het Woord. Paulus waarschuwt dat God zelf een krachtige dwaling zal zenden (2 Thessalonicenzen 2:11) tot hen die, vóór de opname, weigerden de waarheid lief te hebben en Jezus te volgen.

Bovenstaande Schriftverwijzigen, weergave van historische context en opsomming van zaken die onder kerkelijk leiders en in gemeenten een rol kunnen spelen, geven een aantal mogelijke verklaringen en inzichten over de kerkelijke radiostilte inzake eindtijdprediking in het algemeen en de zalige hoop van de opname in het bijzonder. Dit gegeven onderscheid is zonder de intentie iemand persoonlijk te willen beoordelen, laat staan te veroordelen. Het is volgens de Bijbel allereerst aan gelovigen zichzelf te onderzoeken aan de Schrift en beoordeling van anderen te beperken tot hun vruchten (Mattheus 7:15-20). Alleen God kent immers de mentale en hartsgesteldheid van ieder mens en alleen Hij mag de innerlijke mens beoordelen. Juist omdat het op dit thema zo stil is en er publiekelijk weinig inhoudelijk wordt gedeeld en uitgereikt, is het zelfs inzake vruchtgebruik lastig sluitende verklaringen te geven.

De Heere Jezus waarschuwt ons niettemin in de Schrift dat juist de huidige eindtijd gekenmerkt is door dwaalleer en misleiding, specifiek door velen die zich voor Hem uitgeven of in zijn naam spreken, dus geestelijk gezag veinzen en mensen aan zichzelf willen binden en van Hem wegleiden:

Mattheus 24: 3 En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld? 4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide. 5 Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.

Hij roept gelovigen op organisaties die op dwaalleer en misleiding gebaseerd zijn te verlaten en niet in dialoog te gaan, maar de waarheid te prediken en dwaling te berispen (Romeinen 16:17-18, 2 Timotheüs 2:16-18; 3:5, Titus 3:10-11).

“Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen” (2 Korinthiërs 6:17; vgl. Openbaring 18:4-5).

“Vertrek, vertrek, ga daar weg, raak het onreine niet aan, ga uit haar midden weg, reinig u, u die de heilige voorwerpen van de HEERE draagt!” (Jesaja 52:11).

“Vlucht weg uit het midden van Babel, laat ieder zijn leven redden, word in zijn ongerechtigheid niet verdelgd. Want dit is de tijd van de wraak van de HEERE, Hij vergeldt het wat het verdient … Ga weg uit zijn midden, Mijn volk, laat ieder zijn leven redden vanwege de brandende toorn van de HEERE” (Jeremia 51:6, 45).

Behalve kerkelijk leiders spelen ook wachters een belangrijke rol.

Jesaja 62:6 en 7 geven inzicht in God’s aanstelling van wachters:

Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de Here indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde.

Ezechiël 33:1-9 informeert ons over de plicht van een trouwe wachter;

1 Het woord van de HEERE kwam tot mij:2 Mensenkind, spreek tot uw volksgenoten, en zeg tegen hen: Wanneer Ik een zwaard over een land breng, en de bevolking van dat land neemt een man ergens uit hun omgeving en stelt die voor zichzelf tot wachter aan, 3 en die ziet het zwaard over het land komen, en blaast op de bazuin en waarschuwt het volk, 4 als dan hij die het geluid van de bazuin hoort, die wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen, en het zwaard komt en neemt hem weg, dan zal zijn bloed op zijn eigen hoofd rusten. 5 Hij heeft het geluid van de bazuin gehoord en zich niet laten waarschuwen. Zijn bloed zal op hem rusten. Hij echter, die zich laat waarschuwen, redt zijn leven. 6 Als de wachter echter het zwaard ziet komen en niet op de bazuin blaast, zodat het volk niet gewaarschuwd wordt, en het zwaard komt en neemt een leven onder hen weg, dan is dat leven wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed eis Ik van de hand van de wachter. 7 En u, mensenkind, Ik heb u aangesteld tot wachter over het huis van Israël. U zult een woord uit Mijn mond horen en u moet hen namens Mij waarschuwen. 8 Als Ik tegen de goddeloze zeg: Goddeloze, u zult zeker sterven, en u hebt niet gesproken om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan zal die goddeloze in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 9 Maar wat u aangaat, als u de goddeloze voor zijn weg gewaarschuwd hebt om hem daarvan te bekeren en hij zich niet van zijn weg bekeert, dan zal híj in zijn ongerechtigheid sterven, maar ú hebt uw leven gered.

Behalve Israël destijds, lijkt ook de huidige gemeente van Jezus Christus het niet zo nauw te nemen met de verantwoordelijkheid die God hun hierin toevertrouwde en (nog steeds) toevertrouwt. We vragen ons af: “Zijn er vandaag nog werkelijk wachters in de zin zoals door God bedoeld?”

De Stichting Bijbel en Onderwijs zegt hierover in deze publicatie het volgende:

“De erosie van het bijvoeglijk naamwoord ‘christelijk’ (en daarmee tegelijk de devaluatie van ‘het geloof’) leidt, breed maatschappelijk, onherroepelijk en overduidelijk tot ontkrachting van Bijbelse normen en waarden. Om één terrein te noemen: het ‘christelijk’ onderwijs, van lager tot middelbaar en hoger onderwijs. Wat houdt ‘christelijk’ daar nog wezenlijk in? Waarin kenmerkt dit onderwijs zich als concreet onderscheidend aan het niet-christelijk onderwijs? Wordt daar wezenlijk gestalte gegeven aan het ‘gij geheel anders’ (Efeze 4:20)? Is bijvoorbeeld een kop als in het Reformatorisch Dagblad naar aanleiding van de onderwijsdag van Colon, gehouden op 28 september 2016, terecht: ‘Christelijke leraar biedt hoop’? Wordt die geboden hoop bepaald door en ingevuld vanuit het behoren tot de gewenste kerkelijke gemeenschap (en mogelijke ondertekening van de drie formulieren van enigheid), of door het werkelijk wedergeboren zijn van een docent? Vragen ouders zich überhaupt wel eens af of de docent voor de klas (en directieleden) wel wedergeboren is (zijn)? Immers, dat zou toch verwacht mogen worden, als er gesproken wordt over een ‘christelijke leraar’ en een ‘christelijke school’.

Vanuit ervaring en praktijk (als ouder, predikant en docent) moet ik vaststellen dat, evenals vandaag menig predikant op de preekstoel zich niet zeker weet van zielsbehoud, ook het overgrote deel van de docenten deze zekerheid ontbreekt. Hooguit tref je enige religieuze affiniteit aan, maar wat vaak ook een uitgesproken vijandigheid tegenover God en diens Woord. Is het dan een wonder dat de dagopening kant nog wal raakt en de lessen allerminst spiegelen met Gods Woord? Dat te bevragen zaken als mandala’s en occulte literatuur, evolutie, dubieuze sociale vaardigheidstrainingen enz. enz. gepresenteerd worden aan onbevangen kinderzielen? De docent die zich wel het eigendom van Jezus Christus weet, loopt, als hij/zij hier verantwoordelijkheid neemt, maar al te vaak een groot risico. Soms betekent dit, dat hij/zij op dubieuze wijze het veld moet ruimen, terwijl de redenen van een vertrek naar buiten toe ingenieus verhuld worden. Waar is de ouder hier als wachter? Maar allereerst, zijn ouders nog wachter binnen het gezin? Ten aanzien van alle eerder genoemde maatschappelijke terreinen valt de vraag te stellen waar is, als het gaat om christelijke normen en waarden, de wachter?

Is het geschetste beeld te somber? Voor wie de werkelijkheid onder ogen durft te zien, zal eerder gelden dat het beeld zelfs nog onvolledig is. De enige grond voor optimisme is het Bijbelse gegeven, dat God die het eerste Woord heeft in deze ook het laatste Woord zal hebben. De geschetste ontwikkeling die past bij de door Hem in zijn Woord voorzegde tekenen van de tijd, zijn om die reden allerminst een alibi voor apathie, maar allereerst een aansporing om als wedergeboren kind van God je verantwoordelijkheid te nemen en vervolgens in geloof te verwachten dat Hij in en met de wederkomst van Jezus Christus het gelijk van zijn Woord zal bevestigen. Dat laatste geeft de moed om tegen de stroom in te gaan, het Woord van Exodus 23:2 indachtig, dat zegt: ‘Gij zult de meerderheid in het kwade niet volgen.’ Daarnaast bepaalt het ons erbij om de eerder aangehaalde woorden van Paulus uit 2 Corinthiërs 15:5 serieus te nemen en dat, vanuit het besef dat een ieder van ons persoonlijk rekenschap voor God heeft af te leggen. Ook in deze heeft Hij het laatste Woord. Blijft voor nu actueel: waar zijn de wachters?”

Auteur Marc Verhoeven is hierover nog stelliger:

“Vandaag zijn er veel zogenaamde “christelijke wachters”, maar in feite zijn zij veelal sensationalisten, conspiracisten, complotkraaiers, fantasten, paniekzaaiers, onruststokers, dwaalgeesten, afleiders met niet-relevante en onnutte boodschappen … geestelijk onvolwassen als zij zijn. Zij zijn erg populair en gretig worden hun sites gelezen. Zij stellen zich op als wachters die “waakzaam” zijn. Hun waakzaamheid richt zich echter niet op de echte geestelijke noden en gevaren, maar op allerlei politiek-maatschappelijke gebeurtenissen en zogenaamd belangrijke tekenen die echter voor ware christenen, die in de Opname vóór de verdrukking geloven, niet relevant zijn. Zij presenteren hun boodschappen dikwijls met halve waarheden, hele leugens en valse profetie. Dit zijn niet het soort wachters die wij als voorbeeld dienen te nemen. Zij zijn geen wachters maar wargeesten. Zij kennen Gods Woord niet, noch gehoorzamen zij het, en voor correctie zijn zij niet vatbaar. “

Steven Mitchell schrijft in zijn artikel “Watchman Arise” (“Wachter sta op”):

“Vermits God deze bediening doorheen de Bijbel dikwijls vernoemt, en met grote duidelijkheid, doen wij er goed aan erover te lezen, er aandacht aan te besteden en ervan te lerenom mannen en vrouwen te zijn met deze houding voor de kerk vandaag. Alhoewel wij vandaag niet onder de bedreiging liggen van fysieke invasies, en niet leven in letterlijk ommuurdevestingen, zoeken Satan en zijn werkers de kerk te belegeren en te vernietigen door valse leringen en goddeloze filosofieën. Hij tracht ons te leiden in valse aanbiddingsvormen en onbijbelse leringen die vermomd zijn als waarheid. Hij heeft een goed uitgewerkteaanslag op Gods volk beraamd en georkestreerd, compleet met bedrieglijke valse bedienaars en schijnprofeten die niet langer Gods Woord zien als de primaire basis voorware leer. De kerk ligt beslist onder de aanval en heeft, daarom, beslist en wanhopig, behoefte aan wachters in deze tijd”.

Dwaalleer en misleiding

Behalve gebrekkige informatie, instructies en gebrekkig onderscheidend vermogen, zijn er ook leiders en wachters die willens en wetens valse leer verkondigen met weinig bezorgdheid voor gelovigen en die zo passen in het plaatje van de Schrift in Handelingen 20. Als we volgens Verhoeven nauwkeurig naar Handelingen 20 kijken, zien we dat de apostel Paulus dit wachtersmandaat begreep toen hij de opzichters van Efeze waarschuwde met betrekking tot zijn vertrek nadat hij drie jaar bij hen was geweest.

Hier is een duidelijk voorbeeld:

Daarom betuig ik u op de huidige dag dat ik rein ben van het bloed van u allen, 27 want ik heb niet nagelaten u heel de raad van God te verkondigen. 28 Sla dan acht op uzelf en op heel de kudde waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. 29 Want dit weet ik, dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; 30 en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die verkeerde dingen spreken, om de discipelen weg te trekken achter zich aan. 31 Daarom: waak, en bedenk dat ik drie jaar lang, nacht en dag, niet heb opgehouden iedereen onder tranen terecht te wijzen (Hand. 20:26-31; zie ook Hand. 18:6).

Men zou volgens de auteur kunnen stellen dat dit slechts een apostolische verantwoordelijkheid was die wij niet op onszelf en onze tijd moeten toepassen, maar als we naar Hebreeën kijken dan zien we dat de opzieners werden aangespoord om naar de schapen om te zien, over hen te waken en hen te waarschuwen: Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig. Want zij waken over uw zielen omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend. Dat heeft immers voor u geen nut (Hebreeën 13:17).

In Markus 13 zien we dat Jezus met zijn discipelen spreekt over de komende dingen van de Laatste Dagen. Hij gebiedt hen allen constant te waken over de dingen die komen:

33 Let op: waak en bid, want u weet niet wanneer het de tijd is. 34 Het zal zijn als bij een mens die een buitenlandse reis maakte: hij verliet zijn huis, gaf zijn knechten volmacht, en gaf aan ieder zijn werk, en gebood de deurwachter te waken. 35 Waak dus! Want u weet niet wanneer de heer van het huis komt, ’s avonds laat of te middernacht of met het hanengekraai of ’s morgens vroeg, 36 opdat hij u niet, als hij plotseling komt, slapende aantreft. 37 En wat Ik tegen u zeg, zeg Ik tegen allen: Waak! (Markus 13:33-37).

Dit maakt de wachtersbediening behalve voor kerkelijk leiders ook op individueel gelovigen van toepassing. Verhoeven roept in zijn artikel niettemin met name kerkelijk leiders op hun taak op te vatten:

“Ouderlingen, opzieners, herders en wachters, besteed alstublieft aandacht aan deze oproep om te ontwaken en de kudde te waarschuwen voor de gevaren die uw kerken vandaag het hoofd moeten bieden. U bent verantwoordelijk en aansprakelijk wanneer u hen niet waarschuwt! Hun bloed zal aan uw handen kleven!”

Een sobere stellingname en donkere scenarioschets ontvouwt zich.

‘Als het kalf verdronken is…..’

Zal – mede gezien de uitblijvende grootschalige verkondiging door kerkelijk leiders en wachters – de voor velen totaal onverwachte, en plotselinge verdwijning van talloze Christenen, kinderen en zwak begaafden (hier nader toegelicht) en de voorzegde, wereldwijde destructie nadien voor hen die op aarde achtergebleven zijn, het enige bewijs en communicatie vormen dat de opname inderdaad heeft plaatsgehad? Zal de opname, hoewel in de Schrift en door trouwe wachters voorzegd, slechts nadien als teken en gebeurtenis worden begrepen met alle gevolgen van dien?

Mogelijk, al zullen velen onder achtergebleven gelovigen die tevoren Bijbels geïnformeerd en geïnstrueerd zijn (hoewel ze de eindtijd- en opnamewaarschuwingen voor de opname hebben weerstaan of genegeerd), hieraan door de voorzegde gebeurtenissen alsnog worden herinnerd. Ook zullen de twee groepen van 144.000 getuigen in hun verkondiging achterblijvenden op de werkelijkheid en consequenties van de opname en verdrukking nadien wijzen (ter afsluiting van dit artikel toegelicht).

Gezien de beperkte algemene en eindtijdspecifieke kennisverspreiding bij vele kerkgemeenten kan het zijn dat de opname ook achteraf evenwel niet juist wordt begrepen en gewogen. Ook zal er na de opname op zo’n ongekende schaal chaos uitbreken, dat de opname zelf wellicht snel van het netvlies zal zijn verdwenen omdat mensen worden geconfronteerd met een aaneenschakeling van dusdanige nood- en crisissituaties, dat zij terug moeten vallen op overlevingsstrategieën en er weinig gelegenheid zal zijn tot Bijbelstudie. Zij zullen bovendien waarschijnlijk niet of nauwelijks gebruik te kunnen maken van moderne communicatiemiddelen om zo toegang hebben tot Bijbelgetrouwe nieuwsgaring. De weerhouder (werking van de Heilige Geest door trouwe gelovigen) zal tevens van de aarde worden weggenomen wat de duivel, die zich nadien in de antichrist een ‘nieuwe wereldorde’ en openlijke demonische activiteit zal openbaren, en zijn cohorten veel meer handelingsruimte zal bieden mensen te misleiden:

2 Thessalonicenzen 2: 6 En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd. 7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. 8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; 9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen; 10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. 11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; 12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

Dit is een van de redenen waarom Christenen informatie en instructies omtrent de eindtijd en de opname NU zo veel als mogelijk met elkaar, hun kerkelijk leiders, hun naasten en de wereld moeten delen alsook alsook op papier (en andere media) achterlaten om geliefde en naasten die mogelijk achterblijven te sterken en te wapenen tegen de leugens, het bedrog. de verleiding en druk die na de opname, als voorzegd, zullen volgen.

Het is ook raadzaam om een persoonlijke brief op te stellen voor geliefden van wie je verwacht dat ze zullen achterblijven; een handgeschreven brief zal hen veel steun en bemoediging geven (Een Engelstalig format hiervoor vind je hier.)

Er zullen na de opname diverse, aan de Bijbelse eindtijdleer tegengestelde verklaringen worden gegeven om te bewijzen dat wat er plaats had niet de opname was (zowel binnen als buiten de achtergebleven kerk). Op deze verklaringen bereidt Satan de wereld via oa. fictieve, post apocalyptische multimediale uitingen en Hollywood producties, pseudo- wetenschappelijke vorming, het onderwijssysteem en uitingen van zijn discipel- instellingen als de vrijmetselaars, NASA en CERN al jarenlang voor.

Hier zie je een aantal overzichten van te verwachten valse berichtgevingen en verklaringen over de opname en gebeurtenissen er omheen alsook handvatten voor degenen die na verwachting achterblijven:

Nederlandstalig, elders op deze site te vinden:

1 Vragen over de hemel en de hel | Hoe word ik gered?

2. De opname kort samengevat | Inzicht in onjuiste en valse verklaringen nadien

3 We bevinden ons vlak voor Openbaring 4:1 | Informeer jezelf, tref voorbereidingen en ondersteun anderen!

4 Jonge kinderen, zwak begaafden: Mee in de opname | Hoop en troost voor achterblijvende familie

5 Informatie en instructies voor achterblijvers | ‘Koop voor uzelven olie’ | Koop van Mij goud, beproefd komende uit het vuur… witte kleren … en zalf uw ogen

6 Praktisch voorbereid | ‘Disaster Crash Course’ | Brief voor achterblijvers

Update inzake de Coronacrisis en de opmars naar het Bijbelse ‘merkteken van het beest’ elders op deze site uitvoerig beschreven en hier in video-format toegelicht.

Artikel | Drie redenen waarom veel predikanten er niet in slagen om blijvende hoop te bieden | “Sinds de COVID-19 lockdowns in de Verenigde Staten zijn begonnen, heb ik verschillende bijbelse boodschappen gehoord die bedoeld zijn om de gelovigen te troosten. Vele van hen hebben mij echter geen echte bemoediging gegeven, omdat ze de profetische context van de dag waarin we leven negeerden of misten.”

Bronnen naast genoemde:

De analyse inzake kerkelijk leiders is deels gebaseerd op de nieuwe editie van ‘Understanding Bible Prophecy’, een van de cursussen van de Advanced Bible Studies Series gepubliceerd door ‘Way of Life Literature’ .

Marc Verhoeven en ‘Het opzettelijke scepticisme in de laatste dagen David Cloud’ http://wayoflife.org/

Professor Kelly Greenhill: Weapons of Mass Migration: Forced Displacement, Coercion, and Foreign Policy (Cornell Studies in Security Affairs)

Why Most Christian Churches Refuse To Preach The Truth About The Second Coming Of Jesus Christ • Now The End Begins

http://www.nowtheendbegins.com/why-most-christian-churches-refuse-to-preach-the-truth-about-the-second-coming-of-jesus-christ/

Herhaling: die de knie voor het beeld van Baal niet gebogen hebben.

Herhaling: We kunnen inmiddels spreken van verregaande geestelijke en sociaal-culturele erosie en het verval van christelijke waarden en normen. De morele en normatieve fundamenten van traditionele volksstaten staan onder grote druk en inmiddels zelfs op het punt van afbrokkeling omdat de dieperliggende, samenbindende factoren van de samenleving hun kracht grotendeels zijn verloren.