Over slavernijverleden

Herbloggen zie link hieronder

Column Paul Cliteur: Open brief aan de dialooggroep die gaat praten over slavernijverleden

Door Paul Cliteur 4 juli 2020

Beste dialooggroep!

Gefeliciteerd met uw benoeming in de commissie over het slavernijverleden die onlangs is geïnstalleerd. In het interview met Dion Mebius, “Een praatclub over slavernij, gaat dat wat helpen?” (De Volkskrant, 2 juli 2020) heb ik iets meer vernomen over de werkzaamheden van uw groep.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zo begrijp ik, heeft het initiatief genomen tot het instellen van deze “dialooggroep” over slavernijverleden. Met als deelnemers Hannie Kool-Blokland, Frits Goedgedrag, Glenn de Randamie (Typhoon), Ruben Severina, Edgar Davids en Lilian Gonçalves-Ho Kang You. Uw opdracht is breed: het aanzwengelen van de maatschappelijke discussie over het slavernijverleden, en hoe dat verleden zijn sporen achterlaat in de huidige samenleving.

Hoewel ik u gelukwens met uw benoeming, heb ik toch ook wel enige zorgen. Mijn eerste vraag is, is het verstandig een “maatschappelijke discussie” aan te zwengelen over een onderwerp waarop men in eerste instantie kennis zou moeten verwerven?

Ik bedoel dit. Over slavernijverleden wordt de laatste tijd veel gesproken. Alsof het iets waarover je een “mening” zou moeten hebben. Maar ik hoor heel weinig harde feiten over dat Nederlandse slavernijverleden in die gesprekken. Ware het niet verstandiger geweest wanneer het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen eerst zou stimuleren dat hierover kennis zou worden verzameld in plaats van mensen te versterken in de illusie dat gevoelens en meningen hierover de feiten kunnen vervangen?

Ook wat wordt gezegd over de werkwijze van de commissie stemt niet onmiddellijk vertrouwenwekkend. “De groep mag daarom zelf bepalen waarop zij zich richt en wie meepraat”, wordt gezegd in het interview.

Oef, gevaarlijk. Dat betekent waarschijnlijk dat u gaat praten met “mensen van kleur” die soms niets vermoedend zijn, en nergens last van hebben, maar nu ineens allerlei nare symptomen gaan ontwikkelen met ongenoegen over hun verleden. Bent u dáár niet bang voor? Dat u iets veroorzaakt in plaats van blootlegt? Aangeprate problemen. Is dat niet op zijn minst een risico?

Ook allerlei aannames die uw leden ventileren zonder enige kennis van zaken stemmen mij niet gerust. “Uit die gesprekken destilleren wij een beeld van hoe het slavernijverleden doorwerkt in de samenlevingen van vandaag”, zegt Frits Goedgedrag (nomen est omen), de voorzitter van de commissie, in het interview met De Volkskrant. Maar, ho, wacht, Frits. Waarom zou slavernijverleden überhaupt “doorwerken”? En op welke manier? Of gaan jullie stimuleren dat het doorwerkt?

Gaan jullie een eigen werkelijkheid creëren of bestaat die al? Dat lijkt mij de centrale vraag. Die bestaat al, zeg je. Werkelijk? Daar ben ik nog niet zo van overtuigd. Ik denk dat die werkelijkheid op dit moment wordt gecreëerd. En dan blijft de vraag, is dat verstandig?

De Hoekse en Kabeljauwse twisten werken ook niet door. De bezetting van Nederland door Frankrijk ook niet. De Tachtigjarige Oorlog weerhoudt ons er ook niet van te overwinteren in Marbella. Vergeten is ook een groot goed, commissieleden!

Commissielid Hannie Kool-Blokland denkt niettemin dat we moeten gaan praten over het slavernijverleden zelf:

“Want hoewel mensen van verschillende achtergronden dagelijks met elkaar werken, gaat het in vergaderingen of bij de lunch zelden over gevoelige thema’s als de slavernij.”

Gelukkig maar, zou ik zeggen. Waarom wil Hannie dat eventueel oud zeer oprakelen? Hoe stelt Hannie zich die gesprekken voor? Dat wanneer ik iemand in de werksituatie heb met een donkere huidskleur (een collega, een student, een medepoliticus) dat ik dan moet stimuleren dat we over slavernij gaan praten? Wat moet ik vragen, in hemelsnaam? “Bent u tot slaaf gemaakt door een regentengeslacht dat nu een huis heeft aan de Amsterdamse Herengracht? Of zijn uw voorouders verkocht door mensen van uw eigen kleur? En wie neemt u dat het meeste kwalijk?” Is dat wat Hannie wil? Maar dat kan zij toch niet serieus bedoelen?

Ja, dat bedoelt zij wel. “Het verleden maakt mede wie je bent”, zegt Hannie Kool-Blokland. Met alle respect, ben ik geneigd te reageren, maar dat is helemaal niet waar. Volgens Jean-Paul Sartre worden we juist niet gedefinieerd door ons verleden. We zijn vrij. Vrij om ons te bevrijden van het verleden. Dat is de kern van het menszijn. Elke dag is een nieuw begin mogelijk (Hannah Arendt). Dus, nee, wat Hannie zegt lijkt mij problematisch. Zoals dit:

“Als je voorouders in slavernij zijn geboren, doet dat wat met je. We moeten elkaars verleden kennen en erkennen.”

Nee, Hannie, nergens voor nodig. Schadelijk zelfs. Wat we moeten doen is: vergeten en vergeven. Dat is veel beter. De Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892) wees daarop in zijn verhandeling “Wat is een natie” (1882). Niet de oude conflicten tussen Spanjaarden en Nederlanders oprakelen. Niet de oude conflicten tussen de Fransen en de Hollanders uit de tijd van Willem van Willem van Oranje. Renan zei dat vergeten en zelfs historische fouten essentieel zijn. Essentieel voor de creatie van een natie.

Vanuit dat perspectief is jullie commissie dus staatsgevaarlijk. Excellentie Ollongren, luistert u mee? De essentie van een natie, schreef Renan, is dat je zaken gemeenschappelijk hebt en ook dat je vele dingen bent vergeten. Wil vergeten. Geen enkele Franse burger herinnert zich nu nog dat hij een Bourgondiër, een Taifal of een Visigooth is. Omdat hij daarvan zou “afstammen”. Ook de Bartoholmeusnacht kan je beter vergeten. En of de Cliteurs gevluchte Hugenoten zijn, ik wil het niet weten.

Maar oké, ik zal niet doordraven. Op zichzelf is het goed te spreken over hedendaagse problemen rond discriminatie, maar de veronderstelling dat slavernijverleden daarbij betrokken zou moeten worden omdat het iets zou verklaren niet. Integendeel, dat zou je daar helemaal buiten moeten houden. Dat is iets volstrekt anders. Een verontreinigend element in de discussie. Het blokkeert zelfs alle kansen op een goed gesprek.

Hoe nu verder? “Voor 1 mei 2021 moet de dialooggroep met een rapport komen over haar bevindingen. Daarin kunnen voorstellen voor maatregelen staan, zoals het bij wet vastleggen dat de slavernij en de slavenhandel misdaden tegen de menselijkheid waren.” Fijn, maar praat dan ook even met iemand die jullie kan uitleggen dat een wet alleen betrekking kan hebben op de toekomst. Een wet om iets in het verleden af te wijzen is een propagandistisch en dictatoriaal instrument. En realiseer je ook dat de slavernij, dwangarbeid was. Daarvan een misdrijf tegen de menselijkheid maken is niet verstandig. Dat is echt iets heel anders. Genocide is een misdaad tegen de menselijkheid. Dan gaat het om de vernietiging van bevolkingsgroepen, zoals in de Nazi-kampen. Maar geen slavenhandelaar wilde zijn slaven vernietigen. Integendeel. Ze moesten gezond blijven voor de dwangarbeid.

Comissieleden! U kunt zich dit allemaal laten uitleggen door echte deskundigen zoals de emeritus hoogleraar Piet Emmer. En, nog een advies, beste leden van de dialoogcommissie, praat niet teveel. Praat in het bijzonder niet met mensen die vol zitten met wrok (of aangeprate wrok of wrok die men zich als nieuwe identiteit heeft aangemeten). En als er dan “gepraat” moet worden, doe het dan met mensen die kennis hebben van het onderwerp. Rappers kunnen rappen. Voetballers kunnen voetballen. Maar ze worden daarmee geen deskundigen op het gebied van slavernij, racisme of discriminatie. Ook niet wanneer ze een kleur hebben.

Dus lees, lees, lees.

Lees Robert C. Davis, Christian Slaves, Muslim Masters: White Slavery in the Mediterranean, the Barbary Coast, and Italy, 1500-1800 (2003). Dat zou ik willen aanbevelen als geestverruimend.

Of Pierre-André Taguieff “Race”: un mot de trop? Science, politique et morale (2018). Goed definiëren is het halve werk, commissieleden! Zie ook: Pierre-André Taguieff, Le Racisme (2013).

Of Pascal Bruckner, The Tyranny of Guilt: An Essay on Western Masochism (2010). Heel belangrijk om de psychologische context te begrijpen van het verhaal waarvoor u belangstelling hebt.

Maar lees zeker ook een stem van eigen bodem: P.C. Emmer, Het zwart-wit denken voorbij: een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slavernij en migratie (2018). Of P.C. Emmer, Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel (2019).

Tot slot. “Verdwijnt zo’n rapport straks niet in een diepe la”, vraagt de interviewer aan u? En een van u antwoordt: “Nadat wij het op papier hebben gezet, is het zaak dat er ook echt wat mee wordt gedaan” (aldus commissielid Frits Goedgedrag). “We zullen het zo duidelijk mogelijk verwoorden. Zodat er geen misverstanden over bestaan”, licht hij toe.

Het zijn voor mij, vooralsnog, geen geruststellende woorden. Of uw rapport de la ingaat, hangt af van de kwaliteit van het werk wat u gaat doen. Uw huiswerk heeft u hierbij. Doe uw best.

Prof. dr. Paul Cliteur is hoogleraar in Leiden, Eerste Kamerlid voor Forum voor Democratie en auteur van onder meer “De Staat versus Wilders”.