Over bidden 2

Kolossenzen 4, 2 en 12: Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;

Lukas 18, 1… dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;

Geloof wordt niet afgemeten aan hoe lang je bidt, maar aan hoe consequent je bidt. Blijf bidden!

Matteüs 6, 7-8: “Maar als u bidt, gebruik dan geen ijdele herhalingen, zoals de heidenen doen, want zij denken dat zij gehoord zullen worden vanwege hun veelzeggende spreken. Wees dus niet gelijk aan hen, want uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u het hem vraagt. ”

In 2 Kronieken 7: 13-15 zegt God tegen Zijn volk dat ze zichzelf moeten vernederen, bidden, Zijn aangezicht moeten zoeken (Zijn goedkeuring) en zich moeten afkeren van hun slechte wegen, zodat God hun zonden zal vergeven en het land zal genezen. Merk op dat nederigheid voorafgaat aan gebed. Trotse mensen bidden niet. God keert Zijn gezicht tegen de goddelozen , inclusief degenen die niet bidden.

Uit Matteüs 6, 7-8 leren we dat we geen lange gebeden hoeven te bidden om antwoorden van God te ontvangen. God wil gewoon dat we bidden, want dat bewijst dat we op de Hem vertrouwen en Zijn hulp, voorzieningen en leiding in het leven nodig hebben. Let op de schriftpassage in Lukas 11, 5-13 die ons leert om lang te bidden voor anderen.

We moeten op God vertrouwen, in het besef dat onze gebeden vaak heel andere resultaten zullen opleveren dan wat we hadden bedoeld. Vertrouw op de Heer, want Hij zorgt voor je (1 Petrus 5: 7) en Hij heeft beloofd ons te leiden (Spreuken 3: 5-7). De bijbel leert dat als we God op al onze manieren erkennen, Hij onze stappen zal leiden.

God wil dat we vanuit ons hart bidden. Als we de Bijbel geloven, dan moeten we bidden tot de God van de Bijbel. Er is geen andere God (Jesaja 45:22). Als we bidden, moeten we altijd beseffen dat Jezus Christus naar deze aarde kwam als de manifestatie van God, d.w.z. de Godheid, in het vlees (1 Timoteüs 3:16). Dit is waarom de Schrift ons opdraagt om te bidden in Jezus naam . Dit betekent eenvoudigweg onze erkenning dat het Jezus bloed is dat ons het recht geeft om Gods genadetroon te naderen (Hebreeën 4, 14- 16: Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.)

Het is dwaas voor elke gelovige om zijn recht op de troon van genade niet uit te oefenen, wanneer God offert om … genade te geven om te helpen in tijden van nood (Hebreeën 4:16).

Gebed is vertrouwen op God. Zie psalm 56, 2 – 5: Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder. Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste! Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen. In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen? David de psalmist legt zijn last bij God. En Petrus leert dat ook: 1 Petrus 5, 7-8: Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;

Gebed is geen religieuze ceremonie. Gebed is wanneer we vanuit de oprechtheid van ons hart onze Schepper bereiken. Gebed is God om Zijn hulp, kracht en leiding vragen op elk gebied van ons leven. In Spreuken 3, 5-7 staat: “ Vertrouw op de HEER met heel uw hart, en steun niet op uw eigen verstand. Wees niet wijs in uw eigen ogen: vrees de HEER en wijk af van het kwaad”. Gebed vertrouwt op God door onze zorgen, lasten en zorgen op Hem te leggen.

Veel mensen bidden niet ( meer) omdat ze niet de onmiddellijke antwoorden krijgen die ze willen. Dit komt grotendeels door de hebzuchtige ( tele) evangelisten van vandaag die mensen hebben misleid over God en gebed.

De afvallige religieuze wereld van vandaag belooft gezondheid, rijkdom en succes; maar dit is allemaal van de duivel. In 2 Timoteüs 3,12 staat … “ Ja, en allen die godvruchtig in Christus Jezus zullen leven, zullen vervolgd worden . “ 2 Timoteüs 4, 3: waarschuwt … “ Want de tijd zal komen dat ze de gezonde leer niet zullen verdragen; maar naar hun eigen begeerten zullen zij zich leraren zoeken die vertellen wat ze willen horen…”

Gebed vraagt. God wil onze gebeden beantwoorden, maar we moeten vragen naar Zijn wil … “ En dit is het vertrouwen dat we in Hem hebben, dat, als we iets vragen naar Zijn wil, Hij ons hoort ” (1 Johannes 5,14)