Over een wrede god

‘De beste truc van de duivel is om je ervan te overtuigen dat hij niet bestaat’, schreef Charles Baudelaire. Hij had het mis: de beste truc van de duivel is om je ervan te overtuigen dat hij God is.

Al eerder schreef ik over Jahwe en dat ik geloof dat het niet onze God is.

Dit is een heel lastig onderwerp in een christelijke wereld die bijna altijd het Oude Testament één op één overneemt in de christelijke wereld en niet wil erkennen dat dit deel corrupt is. Veel zionistische christenen zien Jahwe als de joodse God en daardoor als de christelijke God. Dat doen evangelische christenen ook. Ook is het woord Israël uit het Oude Testament hetzelfde als het woord in onze huidige wereld. Daarmee is Israël voor hen “heilig” want het “uitverkoren” volk. Het joodse volk was een volk dat uit de Babylonische wereld werd gehaald en de opdracht kreeg de Babylonische praktijken achter zich te laten en de boodschap van God aan de wereld te geven. Ze hebben gefaald. Het joodse volk is gekaapt door lucifer, door de corrupte priesterklasse en door de farizeeën. Daarom is er in het O.T. steeds weer vermenging van de boodschap van God met de eisen van lucifer. (baäl / bel / moloch enz.)

God heeft weinig eisen gesteld en zeker niet aan uiterlijkheden als kleding en ook niet aan voeding. God heeft 10 geboden gegeven en gevraagd Hem te eren en lief te hebben en je naaste ook. Dat is het belangrijkste. Al het andere is door corrupte leiders opgelegd om de mens onderdanig en klein te houden. Daarom is er sprake van een wrede god in het O.T. Daarom is jahwe niet God. God heeft gezegd dat Hij geen naam heeft en gevraagd Hem ook geen naam te geven. Ik ben die Ik ben. Ook heeft Hij gevraagd geen beeld van Hem te maken. ( wat de babyloniërs wel deden)

Jahwe’s nabootsing van de Goddelijke Schepper is de meest vernietigende misleiding die ooit op het menselijk ras is uitgevoerd, een misdaad tegen het goddelijke. Daarom gaat het in het Nieuwe Testament als het over de toorn van God gaat, in het bijzonder in het boek Openbaringen hierover. Over deze schande en over het falen van Israël. Het gewone joodse volk weet hier niet van. Net als de gewone christenen. Maar zij die konden weten en niet hebben doorgegeven, die krijgen de volle laag.

De God van het Oude Testament is de boze demiurg die zijn wereld schiep waarover ik al eerder schreef en waaruit Christus ons kwam bevrijden. Ik neem Jahwe in die zin niet serieus. Wel omdat jahwe ongelooflijk veel leed veroorzaakt als lucifer zijnde. De joodse religie is een luciferiaanse religie geworden. Net zoals de rooms katholieke religie. Het is betreurenswaardig dat miljarden mensen, joden, christenen en moslims, hem serieus hebben genomen. Het heeft veel levens kapot gemaakt, veel creatie gedood. Het maakt tot op de dag van vandaag levens kapot. En zij die weten en niet handelen zijn de grootste verraders. Tot op de dag van vandaag zijn we gevangen in de babylonische traditie. Daarom is het belangrijk dat we het boek Openbaringen kennen. Het is een doodzonde als mensen beweren dat dit een allegorie is of dat alles al vervuld is. Dat is het niet.

Jahwe heeft het karakter van de duivel zoals de meeste mensen zich een duivel voorstellen. Dit is een lange weg om de satanische kwaliteit van Joodse macht uit te leggen die elke dag steeds duidelijker wordt.

Johannes 8, 44: Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

Het N.T. Weerspreekt in veel opzichten het O.T. Maar toch kunnen christenen dat niet altijd zien. Daarom ben ik niet als christen in een denominatie. Ik hoor bij geen enkele groep. Voor je het weet ga je recht praten wat krom is. Veel christenen doen dat als ze worstelen met de wrede god uit het O.T. Het is voor velen de reden om het christendom de rug toe te keren. Lucifer is volhardend in zijn strijd om zielen te winnen, of zielen verloren te doen gaan.

De kern van de Hebreeuwse Bijbel / het Oude testament is het Mozaïsche verbond. De deal is: in ruil voor exclusieve aanbidding en gehoorzaamheid aan zijn wetten die de strikte scheiding van andere volkeren benadrukken, zal Jahwe de Israëlieten over de mensheid laten regeren: ‘volg zijn wegen, onderhoud zijn inzettingen, zijn geboden, zijn gebruiken en luister naar zijn stem ‘en Jahwe’ zal u hoger verheffen dan elke andere natie die hij heeft gemaakt ‘; ‘U zult van vele naties uw onderdanen maken, maar u zult er geen aan onderwerpen’ (Deuteronomium 26: 17-19 en 28:12).

Hier is het kwade met het goede vermengd wat zo kenmerkend werd in de geschiedenis van deze god en de mens. Het kwade werd erin gebracht door de priesterklasse die de voordeeltjes niet kwijt wilde. Zij moesten God erkennen maar wilde dat niet. Zij wilde in de babylonische traditie blijven. Mozes had ze alleen de 10 geboden gegeven, gekregen van God. Zij pleegden verraad en doen tot op de dag van vandaag. Het begon met het gouden kalf. Mozes heeft gefaald, ook al sloeg hij het gouden kalf kapot, en hij is ook Israël niet binnengegaan. Aäron, zijn broer, was een hogepriester en zette verraad voort. Ook al wordt hij als heilige gevierd. Hij was dat niet.

Christenen zijn nooit tot het besef gekomen dat het Mozaïsche verbond niets anders is dan een programma voor wereldheerschappij door de Joodse natie. Dat komt omdat het recht onder hun neus is geschreven, in een boek waarvan ze de boosheid niet kunnen herkennen omdat hun is verteld dat het het Woord van God is.

HG Wells: het bijbelse idee van het uitverkoren volk is: “een samenzwering tegen de rest van de wereld.” In de boeken van de Bijbel, “heb je de samenzwering duidelijk, […] een agressieve en wraakzuchtige samenzwering. […] Het is geen tolerantie maar domheid om onze ogen te sluiten voor hun kwaliteit. ”

Christenen hebben altijd nagelaten de volslagen minachting van deze bijbelse god uit het O.T. voor hun eigen volken te zien, hoewel het keer op keer wordt herhaald: “Alle natiën zijn als niets voor hem, voor hem gelden ze als niets en leegte” (Jesaja 40:17). “Verslind alle natiën die Jahwe, uw god, u overgeeft, toon hen geen medelijden” (Deuteronomium 7:16) Christenen hebben niet geleerd dat Jahwe de demiurg is, lucifer. Ze kunnen niet onder ogen zien dat de joodse religie een luciferiaanse religie is. Het vergt moed om onder ogen te zien dat je bedrogen bent. Maar ondanks de prijs die je betaalt en de pijn van het bedrog, is de beloning groot als je wakker wordt.

Christelijke exegeten lijken ook nooit te hebben opgemerkt dat Jahwe’s verbond – overheersing over de naties- in ruil voor exclusieve aanbidding – in wezen identiek is aan het pact dat de duivel probeerde aan Jezus uit te lokken:

‘De duivel toonde hem alle koninkrijken van de wereld en hun pracht. En hij zei tegen hem: ‘Ik zal je dit allemaal geven, als je aan mijn voeten valt en me eer betuigt.’ Vervolgens antwoordde Jezus: ‘Weg met je, Satan!’ ”(Matteüs 4: 8-10)

In feite is satan nauwelijks te onderscheiden van Jahwe in de Tenach. ( De Tenach bevat 39 Bijbelboeken die ook in het Oude Testament voorkomen (maar in een andere volgorde) . De algemene term, gebruikt in de wetenschap, is Hebreeuwse Bijbel) . Hij wordt een “engel van Jahwe” genoemd in Numeri 22 en 32. In 2Samuel 24 zet Jahwe David aan tot kwaaddoen, terwijl de rol aan satan wordt gegeven in dezelfde aflevering die wordt verteld in 1Kronieken 21, waar Jahwe, “de engel van jahwe” ”, en satan door elkaar worden gebruikt. Er is ook geen spoor in de Tenach van een kosmische strijd tussen goed en kwaad, zoals in het Perzische monotheïsme. Geluk en ongeluk, vrede en oorlog, gezondheid en ziekte, overvloed en hongersnood, vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid hebben allemaal hun unieke en directe bron in de grillige wil van jahwe. Met zijn eigen woorden: “Ik vorm het licht en ik creëer de duisternis, ik maak welzijn en ik creëer rampspoed, ik, Jahwe, doe al deze dingen” (Jesaja 45: 7). Dat steeds op het verkeerde been zetten is precies de bedoeling. Goed wordt verbonden met kwaad en omgekeerd. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag.

De leer van Christus om ‘schatten in de hemel op te slaan’ (Matteüs 6:20) is vreemd aan Jahwe. Hij is de hebzuchtige, die wil dat ‘de schatten van alle natiën’ in zijn woonplaats in Jeruzalem worden verzameld: ‘De mijne is het zilver, de mijne het goud!’ (Haggai 2: 8). “De rijkdom van alle omringende landen zal worden bijeengebracht: goud, zilver, kleding in grote hoeveelheden” (Zacharia 14:14). Interessant is dat volgens 1Koningen 10:14 de hoeveelheid goud die jaarlijks in Salomo’s tempel werd verzameld, “666 talenten goud” was – het “getal van het Beest” in Openbaring 13:18! Maak ervan wat je wilt. (14 Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;)

Het Mozaïsche verbond functioneert als een klassiek pact met de duivel: Israël zal rijkdom en macht krijgen in ruil voor het worden van “persoonlijk bezit” van Jahwe (Exodus 19: 5). Het idee van een pact met de duivel is vooral relevant omdat jahwe zijn aanbidders geen kennis geeft van een individuele onsterfelijke ziel, wat neerkomt op het opeisen van hun ziel voor zichzelf. Deze strijd om de ziel van de mens gaat tot op de dag van vandaag door. Dit was de leer van Jezus: je onsterfelijke ziel hoort te gaan naar God, naar mijn Koninkrijk. Je hoort je druk te maken om schatten in de hemel en niet om schatten op aarde. Je bent in de wereld maar niet van de wereld.

Daarom werd Jezus vervolgd en daarom worden christenen vervolgd. Daarom werd God vakkundig uit ons leven gehaald. Zodanig dat we tegenwoordig niet meer normaal over God durven te praten.

De Thora ( De Thora, ook gespeld als Tora of Torah , zijn de eerste vijf boeken van de Tenach (Hebreeuwse Bijbel), die de grondslag van het joodse geloof vormen en daarmee als de voornaamste heilige boeken) is in wezen een hulpmiddel voor mentale programmering, bedoeld om de Joden op te sluiten in een waterdichte collectieve ziel.

Het metafysisch materialisme is het meest fundamentele aspect en is in schril contrast met de religieuze tradities van de mensen onder wie de joden ook hebben geleefd. De Thora, de belangrijkste Joodse tekst, heeft helemaal geen duidelijke verwijzing naar het hiernamaals.

De relatie tussen Jahwe en zijn volk is niet moreel, maar strikt contractueel en wettisch. Volgens de joodse geleerde Yeshayahu Leibowitz, “erkent de Torah geen morele imperatieven die voortkomen uit kennis van de natuurlijke realiteit of uit het besef van de plicht van de mens jegens zijn medemens. Alles wat het erkent, zijn mitswot, goddelijke geboden. ‘De honderden mitswot (‘geboden’) zijn doelen op zich, geen wegen naar een hoger moreel bewustzijn. Een dergelijk Joods wetticisme onderdrukt het morele bewustzijn (Gilad Atzmon) .

Natuurlijk zijn er hier en daar morele voorschriften in de bijbel / oude testament. Maar over het algemeen is het een misverstand om te geloven dat Jahwe van zijn volk een morele superioriteit verwacht. Het enige criterium voor goedkeuring door Jahwe is gehoorzaamheid aan zijn willekeurige wetten en aan zijn antisociale of genocidale bevelen. ( ik heb daarover eerder geschreven: die wetten zijn onmenselijk. Net zoals al die zgn., kledingvoorschriften en spijswetten. Geen mens kan zich er aan houden want te ingewikkeld. Dus je hebt altijd een gevoel van falen. Wie zegt dat hij er zich wel aan kan houden, spreekt geen waarheid. Dat gevoel van falen houdt je klein en dat is de bedoeling.

De psychopaat projecteert zijn eigen wreedheid en machtswellust op anderen. En dus denkt hij dat degenen die zijn overheersing weerstaan hem willen pakken. Daarom moet hij ze eerst vernietigen. Vanuit bijbels oogpunt moeten naties óf de soevereiniteit van Israël erkennen en moeten hun koningen ‘voor Israël neerknielen, met hun gezicht op de grond liggen’ (Jesaja 49:23), of vernietigd worden.

Jahwe biedt slechts twee mogelijke paden aan Israël: overheersing, als Israël het verbond van Jahwe nakomt, of vernietiging, als Israël het verbond verbreekt.

We mochten niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad omdat we dan een moreel geweten zouden ontwikkelen. Dat wilde lucifer niet. Lucifer hield ons zo bij de levensboom weg: de kennis van de weg naar een gezegend hiernamaals.

Om het jahwisme en daarmee het jodendom en het zionisme te begrijpen, is het belangrijk om de achtergrond van zijn begin te kennen, die niets te maken heeft met de geboorte van het universele monotheïsme.

Er wordt ons vaak verteld dat Jahwe de god is die het mensenoffer heeft afgeschaft, toen hij, nadat hij Abraham had opgedragen zijn zoon Isaak te binden, zijn hand in de hand hield en tevreden was met een ram (Genesis 22). Maar lang na Abraham leken sommige Israëlitische leiders zich niet bewust van die grote vooruitgang, en offerden hun eigen kinderen als brandoffer aan jahwe. Hier wordt goed en kwaad met elkaar verbonden. God wilde geen mensenoffers. God verloste Abram. Het was jahwe / baäl die wel offers wilde en daarom ging het door. Babylonië ging door. Abraham begreep maar veel joden niet, wilden niet begrijpen. Het offeren gaat tot op de dag van vandaag door. Begrijp het woord brandoffer.

Vanwege zijn zgn. vermeende afschaffing van mensenoffers, werd jahwe gunstig vergeleken met de god Molech of Moloch, aan wie eerstgeboren baby’s ritueel werden geofferd. Maar bijbelgeleerden zoals Thomas Römer speculeren dat Molech in feite niemand minder was dan jahwe zelf. Een van zijn argumenten is dat het zelfstandig naamwoord mlk, uitgesproken als Molek in de masoretische tekst (de negende-eeuwse Tenach die klinkers in het Hebreeuwse schrift introduceerde), maar Melek in de Griekse Septuaginta identiek is aan het Hebreeuwse woord voor “koning”, melek of melech ( malik in het Arabisch), meer dan vijftig keer toegepast op Jahwe. De uitdrukking Jahweh melech, “Jahweh is koning”, wordt o.a. gevonden in Psalmen 10 en wordt nog steeds gebruikt in Joodse religieuze liederen.

Wakkere christenen hebben deze verbinding jahwe is baäl is moloch wel opgemerkt maar worden vaak de mond gesnoerd. Het oude testament moet als oorsprong bewaard blijven. Iets wat Jezus nooit zo bedoeld heeft. Hij kende de schriften en citeerde er uit maar kwam om alles op te heffen.

Het tweede argument voor Molek’s oude identiteit ( molech, moloch, baäl, bel, ) met jahwe komt van het Leviticus-verbod op kinderoffers: het verbod bewijst de praktijk, en in dit geval bewijst het dat er offers werden gebracht in jahwe’s naam en in jahwe’s heiligdom: “Je zult geen van uw kinderen moeten opofferen aan Molech, waardoor de naam van uw God wordt ontheiligd ”(18:21); “Iedereen […] die een van zijn kinderen aan Molech geeft, zal ter dood worden gebracht, [want] hij heeft mijn heiligdom verontreinigd en mijn heilige naam ontheiligd ” (20: 2-5). Jeremia 7: 30-31 bevestigt dat “het volk van Juda” doorging “om hun zonen en dochters […] te verbranden in de tempel die mijn naam draagt, om het te verontreinigen. ‘ Hoewel jahwe verklaart dat het “een ding is dat ik nooit heb besteld, dat nooit in mijn gedachten was opgekomen”, geeft het feit dat een schrijver dit schreef aan dat de mensen die hun kinderen hebben geofferd, beweerden dat het door jahwe werd geëist. In feite wordt jahwe betrapt op liegen, aangezien hij toegeeft aan Ezechiël rond dezelfde periode:

‘En daarom gaf ik hun wetten die niet goed waren en oordelen waardoor ze nooit zouden kunnen leven; en ik verontreinigde hen met hun eigen offergaven, waardoor ze elke eerstgeboren zoon offerden om hen met afkeer te vervullen, zodat ze zouden weten dat ik jahwe ben ”(Ezechiël 20: 25-26). Het liegen is pathologisch en duurt tot op de dag van vandaag.

In Exodus leren we dat elke eerstgeborene, mens of dier, oorspronkelijk werd geofferd op de achtste dag na de geboorte:

‘Je zult me de eerstgeborene van je kinderen geven; u doet hetzelfde met uw kuddes. De eerste zeven dagen blijft de eerstgeborene bij zijn moeder; op de achtste dag zult u het mij geven ”(Exodus 22: 28-29).

Aangezien dieren sinds onheuglijke tijden aan jahwe werden aangeboden als brandoffer, impliceert dit dat de eerstgeboren zoon van elk Joods gezin ooit ook als brandoffer was geofferd.

In het oude jahwisme werd de eerstgeboren mens van mens en dier geofferd aan jahwe, terwijl in het hervormde jodendom dat tijdens de ballingschap werd uitgewerkt, de eerstgeboren mens van de mens werd “verlost” door een dierenoffer.

Het was in Babylon dat de Levieten het Abrahamitische verbond van besnijdenis introduceerden: “Zodra hij acht dagen oud is, moet elk van uw mannen, generatie na generatie, besneden worden” (Genesis 17:12).

Besnijdenisrituelen die vóór de Babylonische ballingschap in het oude Judea werden beoefend, waren waarschijnlijk in overeenstemming met de praktijken van naburige volkeren, wat zou verklaren waarom het niet eens in het Mozaïsche verbond wordt genoemd. Volgens het boek Jozua was het pas toen de Hebreeën zich in het Beloofde Land Kanaän hadden gevestigd, dat “Jozua vuurstenen messen maakte en de Israëlieten op de Heuvel van Voorhuid besneden” (5: 3).

De jahwistische priesterrol die wetgevend was over de Judese gemeenschap in Mesopotamië, heeft de besnijdenis wellicht gewaardeerd als een teken van etnische identiteit, in een land waar niemand anders het beoefende. Maar waarom zouden ze de radicale nieuwigheid van besnijdenis introduceren bij pasgeboren baby’s? Continuïteit met het oude ritueel van het opofferen van de eerstgeborenen op de achtste dag is een verklaring. Door de besnijdenis van de achtste dag wordt het verbond van jahwe niet alleen “gemarkeerd in het vlees van elke Jood als een verbond voor altijd” (Genesis 17:13), het is onder de indruk gebracht in de diepste en onbereikbare lagen van hun onderbewustzijn, door symbolische castratie en traumatische pijn. In tegenstelling tot het kind of de tiener, is de pasgeboren baby niet in staat om enige positieve betekenis aan het hem aangedane geweld uit te werken en het bewust te integreren als onderdeel van zijn identiteit. Acht dagen nadat hij uit de baarmoeder van zijn moeder is gekomen – een trauma op zich, maar een natuurlijk trauma – heeft hij nodig een onwankelbaar vertrouwen op te bouwen in de welwillendheid van degenen die hem in deze wereld hebben verwelkomd. Het trauma van de besnijdenis verandert zijn relatie met de wereld op een diepe en permanente manier. Omdat baby’s niet kunnen praten, spreken rabbijnen die de traditie verdedigen in hun plaats om hun fysieke pijn te minimaliseren. Maar volgens professor Ronald Goldman, auteur van Besnijdenis, het verborgen trauma, bewijzen wetenschappelijke studies de neurologische impact van besnijdenis bij kinderen, waarvoor geen anesthesie wordt gebruikt. Gedragsveranderingen die na de operatie zijn waargenomen, waaronder slaapstoornissen en remming van de moeder-kindbinding, zijn tekenen van een posttraumatisch stress-syndroom.

( Het is redelijk om, althans als werkhypothese, aan te nemen dat het trauma van de besnijdenis op de leeftijd van acht dagen een diep psychologisch litteken achterlaat. Van misbruik door volwassenen is bekend dat het bij zeer jonge kinderen een mechanisme veroorzaakt dat bekend staat als dissociatie. De pijn, de angst, de woede en de herinnering aan de ervaring zullen uit het gewone bewustzijn worden verdrongen en als het ware een afzonderlijke persoonlijkheid vormen, met een eigen leven en de neiging om in de normale persoonlijkheid te sijpelen . Het idee van de slechtheid van ouderfiguren is zo verwoestend dat de onderdrukte woede van hen zal worden afgeweken – in dit geval weg van de joodse gemeenschap als collectieve ouder. Zou het kunnen zijn dat het trauma van de besnijdenis van de achtste dag een speciale aanleg heeft veroorzaakt, een voorgeprogrammeerde paranoia die het vermogen van de joden om rationeel te reageren en rationeel te reageren op bepaalde situaties, schaadt? Was brit milah (‘verbond door besnijdenis’) zo’n drieëntwintig eeuwen geleden uitgevonden als een soort ritueel trauma dat bedoeld was om mentaal miljoenen mensen tot slaaf te maken, een onbreekbaar ‘verbond’ dat in hun hart was uitgehouwen in de vorm van een ongeneeslijke onbewuste terreur die kan op elk moment worden veroorzaakt door codewoorden zoals “Holocaust” of “antisemitisme”?)

Baruch Spinoza zei: “Alleen besnijdenis zal de Joodse natie voor altijd bewaren.”Dat verklaart het felle verzet van de Joodse autoriteiten tegen elke poging om het te verbieden, van de Romeinse keizer Hadrianus (117-138) tot het recente IJslandse wetsvoorstel , door Europese joodse organisaties veroordeeld als “antisemitisch”.

Herbert George Wells, The Fate of Homo Sapiens (1939), p. 128, op archive.org.

Yeshayahu Leibowitz, Jodendom, Menselijke waarden en de Joodse staat, Harvard University Press, 1995, p. 18.

https://www.unz.com/article/the-devils-trick-unmasking-the-god-of-israel/