Over openbaringen 4

Tot dusver over de openbaringen van Johannes:

“De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;. Zo begint dit bijbelboek, het laatste. Johannes geeft door wat Jezus hem over de toekomst verteld heeft.”

Het boek, in het Grieks Apocalyps genaamd (=ontsluiering), bestaat na de aanhef in hoofdstuk 1 uit zeven brieven aan christelijke gemeenten in Klein-Azië (hoofdstuk. 2 en 3) en een aantal visioenen. Het is in ca. 95 n. C. geschreven door een zekere Johannes – wellicht de apostel – tijdens zijn ballingschap op het eiland Padmos.

https://www.statenvertaling.net/bijbel/openbaring.html

Na de 7 brieven wordt Johannes de hemel getoond:

1 Na dezen zag ik, en ziet, een deur was geopend in den hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, als van een bazuin, met mij sprekende, zeide: Kom hier op, en Ik zal u tonen, hetgeen na dezen geschieden moet.

2 En terstond werd ik in den geest; en ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon.

3 En Die daarop zat, was in het aanzien den steen Jaspis en Sardius gelijk; en een regenboog was rondom den troon, in het aanzien der steen Smaragd gelijk.

Johannes vertelt ons over de troon die hij in de hemel zag en de beschrijving van degene die op de troon zat. De Vader was zeker bij Jezus op deze troon, maar aangezien de Schrift ons vertelt dat niemand de Vader heeft gezien (behalve de Zoon) en dat niemand de Vader kon zien en leven, kon Johannes alleen de Zoon van God zien.

Joh. 1,18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de boezem van de Vader is, heeft hij hem verkondigd.

Wat Johannes hier werkelijk ziet, is dat Jezus op de troon van de Vader zit. Jezus is het uitdrukkelijke beeld van de Vader.

De Zoon van God regeert van eeuwigheid verleden tot eeuwigheid toekomst op de troon van de Vader. De regenboog rond de troon is een breking van het volledige spectrum van licht dat van God komt. De smaragd is de steen van de stam Juda. De regenboog die eruitzag als een smaragd deed dat omdat het licht van God scheen door Jezus die van de stam Juda kwam.

4 En rondom de troon waren vier en twintig stoelen; en op de stoelen zag ik vier en twintig oudsten zitten, gekleed in witte kleding; en ze hadden gouden kronen op hun hoofd.

Deze vierentwintig zijn misschien de zonen van de machtige in de hemel waarover in Psalm89 wordt gesproken. De vierentwintig oudsten kunnen dus hemelse wezens van de hoogste orde zijn die God bijstaan in het bestuur van de hele schepping.

5 En uit de troon gingen bliksemschichten en donderslagen en stemmen: en er brandden zeven vuurlampen voor de troon, dat zijn de zeven Geesten van God.

We hebben lichaam, ziel en geest en we zijn nog steeds één wezen. God is Vader, Zoon en Heilige Geest en toch zijn de drie goddelijke personen één God. De zeven lampen zijn de zeven Geesten van God. God heeft niet zeven verschillende geesten, maar Zijn Heilige Geest heeft zeven verschillende kenmerken.

Schematisch overzicht van de 7 Geesten van God

1. De Geest van God: De Geest van oordeel (namelijk: van licht en dus inzicht) over de zonde

(zie Jes. 4:4). In de eindtijd zal deze Geest “over alle vlees” komen (zie Hand. 2:17). Het is

Gods wereldwijde roepstem tot bekering.

2. De Geest van Goddelijke genade en gebeden (zie Zach. 12:10) en van wedergeboorte uit God

(zie Joh. 1:13, 3:5, Tit. 3:5) aan allen die zich hartgrondig bekeren.

3. De Geest van Zijn Zoon (de Trooster), tot deelgave van de verworvenheden van het Lam, aan

allen, die zich volkomen aan Hem hebben overgegeven (zie Gal. 4:6, Joh. 14:15-17). De Doop

in de Geest en in Vuur (zie Matth. 3:11-12, Mal. 3:1-3).

4. De Geest van Zijn Zoon tot vernieuwing (zie Tit. 3:5): De Geest tot deelgave (d.i. de Geest Die

ons deel geeft) aan Zijn opstanding(sleven). Het doel van de Spade Regen uitgieting in de

eindtijd (zie Joël 2:23): tot wedergeboorte en groei tot (de volle) wasdom van de Vrucht van de

Geest in ons (zie Gal. 5:22, 2 Petr. 1:3-4).

5. De Geest van Zijn Zoon tot deelgave aan Zijn (aardse) zalving (zie Jes. 61:1-4). Dit tot redding

van (de mensen van) de wereld (zie 1 Kor. 12:4-7).

6. De Geest van Zijn Zoon tot heiligmaking (van ons persoonlijk leven) en tot Goddelijke

gerechtigheid (zie 1 Petr. 1:3-4, 1 Petr. 1:2, Joël 2:23).

7. De Geest van de Vader Die ons Goddelijke heerlijkheid en volmaaktheid in Hem geeft (zie 1

Petr. 4:14, Ef. 3:18-19, Jes. 60:1-2, Matth

http://www.eindtijdbode.nl/studies/evangelie/geestengods.pdf

6 En vóór de troon was er een glazen zee zoals kristal: en in het midden van de troon, en rondom de troon, waren vier dieren vol ogen voor en achter.

7 En het eerste beest was als een leeuw, en het tweede beest als een kalf, en het derde beest had een gezicht als mens, en het vierde beest was als een vliegende arend.

8 En de vier dieren hadden elk van hen zes vleugels om hem heen; en zij waren van binnen vol ogen; en zij rusten niet dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig, die was en is en zal komen.

De gesmolten zee in de door Salomo gebouwde tempel was het koperen wasbekken. Hier kwamen de priesters voor hun reiniging voordat ze de heilige plaats binnengingen. Het is in de hemel in kristal veranderd, omdat niemand ooit hun zonden hoeft te belijden. De kerk zal worden veranderd om te worden zoals Jezus en zal worden als kristalstenen waarvan het leven volkomen transparant is voor God en voor anderen.

Het woord beesten moet eigenlijk zijn levende wezens. Deze vier levende wezens zijn de serafijnen. De serafijnen worden beschreven in Jesaja 6: 1-3. De gezichten van de schepselen rond de troon weerspiegelen de aard die God verkoos om zichzelf aan Zijn schepping te openbaren door Zijn incarnatie op aarde en in Zijn heilig woord. De vier gezichten van de serafijnen komen onder andere overeen met de vier verschillende getuigenissen van Jezus Christus in de evangeliën die ons God door zijn Zoon tonen:

Mattheüs: de leeuw (de koning van de joden en de Messias)

Marcus: de os (de dienaar)

Lucas: de man (de zoon van Adam)

Johannes: de arend (Zijn hemelse afkomst)

De serafijnen vertellen voortdurend over Gods heiligheid. Ze zeggen heilig, heilig, heilig elke keer dat ze Hem prijzen omdat ze een drie-enig wezen prijzen .

9 En wanneer die dieren ( levende wezens) glorie en eer en dank geven aan hem die op de troon zat, die leeft voor altijd en altijd,

10 De vierentwintig oudsten vallen neer voor hem die op de troon zat, en aanbidden hem die eeuwig en altijd leeft, en werpen hun kronen voor de troon, zeggende:

11 Gij zijt waardig, o Heer, om heerlijkheid, eer en kracht te ontvangen; want gij hebt alle dingen geschapen, en voor uw welbehagen zijn ze en zijn geschapen.

De levende wezens geven glorie en eer aan Jezus op de troon. De vierentwintig oudsten vallen neer en werpen hun kronen voor de troon. Ze doen dit om te erkennen dat de autoriteit die ze hebben afkomstig is van degene op de troon en dat alleen degene op de troon waardig is om glorie, eer en kracht te ontvangen omdat Hij alle dingen heeft geschapen. Als de vierentwintig oudsten enkele van de eerste geschapen wezens waren, waren ze waarschijnlijk getuige van de schepping van het universum door Jezus en kunnen ze die verklaring met zekerheid afleggen.

Er kan dus geen misverstand bestaan dat het de Zoon van God (Jezus) was die alle dingen heeft geschapen, de volgende passages zouden dit punt overduidelijk moeten maken:

Joh 1, 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God . 2 Hetzelfde was in het begin bij God. 3 Alle dingen zijn door hem gemaakt ; en zonder hem werd niets gemaakt dat gemaakt was. 4 In hem was leven; en het leven was het licht van mensen. 5 En het licht schijnt in duisternis; en de duisternis begreep het niet. 6 Er was een door God gezonden man, wiens naam was Johannes. 7 Dezelfde kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat alle mensen door hem zouden geloven. 8 Hij was niet dat licht, maar werd gezonden om van dat licht te getuigen. 9 Dat was het ware licht, dat iedereen verlicht die in de wereld komt. 10Hij was in de wereld en de wereld werd door hem gemaakt en de wereld kende hem niet. 11 Hij kwam tot de zijne en de zijne ontving hem niet. 12 Maar zovelen als hem hebben aangenomen, aan hen gaf hij de macht om de zonen van God te worden, zelfs aan hen die in zijn naam geloven 13 Die geboren waren, niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van man, maar van God. 14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader), vol genade en waarheid.

Kol 1,16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

17 En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;

18 En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

Wij horen te weten dat wij Gods tempel zouden moeten zijn en dat de Geest in ons kan wonen:

Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen.

15Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.

161 Kor. 6:19; 2 Kor. 6:16; Hebr. 3:6; 1 Petr. 2:5Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?

17Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.

18Spr. 3:7; Jes. 5:21Laat niemand zichzelf bedriegen. Als iemand onder u denkt dat hij wijs is in deze wereld, laat hij dwaas worden, opdat hij wijs zal worden.

19Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Job 5:13Hij vangt de wijzen in hun sluwheid.

20En opnieuw: Ps. 94:11De Heere kent de overwegingen van de wijzen, dat zij zinloos zijn.

21Laat daarom niemand roemen in mensen, want alles is van u:

22hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij de wereld, hetzij het leven, hetzij de dood, hetzij tegenwoordige dingen, hetzij toekomstige dingen, alles is van u.

23U echter bent van Christus en Christus is van God.

https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/1korinthe/3#14
https://www.thepropheticyears.com/The%20book%20of%20Revelation/Revelation%20chap%204.HTM
http://www.verhoevenmarc.be/openbaring.htm
https://www.thepropheticyears.com/